
Deel 7 – Als de rollen langzaam omdraaien
Er verandert iets wanneer je voor je ouder gaat zorgen, zo voelde ik het in de zorg voor mijn vader.
Ik was zijn dochter en mijn vader bleef mijn vader. Maar naarmate zijn gezondheid meer achteruitging en zijn zorgvraag groter werd, veranderde onze vader-dochter verhouding langzaam. Want steeds vaker was ik ook degene die hem eraan herinnerde dat hij naar het toilet moest. Die zei dat hij zijn beker wel leeg moest drinken. Die zich afvroeg of hij al zijn medicijnen wel had gehad.
En als hij dan na een half uur nog steeds zo zat met precies de volle beker naast zich, hoorde ik mezelf mopperen. “Kom op pa, drink die beker nou eens leeg, wees niet zo koppig” En terwijl ik het zei hoorde ik bijna de toon die een moeder tegen haar kind zou kunnen aanslaan.
Dat voelde gek
Want wanneer was mijn vader ineens degene geworden die ik moest aansporen? Wanneer was ik degene geworden die op hem lette, hem vertelde wat hij moest doen en ervoor zorgde dat hij wel goed at en dronk bijvoorbeeld. Hem hielp verschonen als het mis ging.
Het was een vreemde vorm van liefde. Eentje waar ik soms bijna om moest lachen en op andere momenten weer heel verdrietig van kon worden. Want ik wilde helemaal niet de moeder van mijn vader zijn. Ik wou het liefst gewoon zijn dochter zijn.
Maar ondertussen waren die rollen langzaam aan het verschuiven. En soms merkte ik dat pas als ik mezelf hoorde zeggen: “pa, je moet nog even naar het toilet” Alsof ik tegen een klein kind sprak. Terwijl ik heel goed wist dat ik het tegen mijn vader had.
Mijn vader die vroeger mij eraan herinnerde dat ik naar het toilet moest. Die mij zei dat ik mijn bord leeg moest eten. Die mij vertelde wat goed voor me was. En misschien is dat wel het meest confronterende aan voor een ouder zorgen: dat je ineens dingen voor hem doet die hij jarenlang voor jou heeft gedaan.
Je neemt steeds meer een stukje van zijn zorgende rol over, terwijl je nog steeds zijn kind bent. En tussen die twee rollen probeer je elkaar vast te houden. Soms lukte dat, soms niet. Soms zuchtte ik, soms mopperde ik. En soms moest ik er achteraf gewoon een beetje om lachen.
Maar soms dacht ik ook: Jeetje pap, wanneer zijn we zo geworden?
Vandaag voor ieder van jullie
(In welke relatie dan ook):
Probeer, hoe moeilijk dat soms ook is, de persoon voor wie je zorgt niet alleen als zorgvrager te zien. En vergeet ook jezelf niet als mantelzorger. Want jullie waren al iemand voor elkaar voordat de zorg kwam.
Natuurlijk lukt dat niet altijd. Soms neemt de zorg zoveel ruimte in dat er nauwelijks plaats overblijft voor iets anders. En soms moet je dingen overnemen waarvan je nooit had gedacht dat je ze voor je dierbare zou moeten doen.
Maar probeer, waar het kan, ook momenten te bewaren waarop de zorg even naar de achtergrond verdwijnt. Een grap, een herinnering, een gesprek over vroeger. Of gewoon samen lachen om iets onbenulligs. Want uiteindelijk zijn dat vaak de momenten die je voor altijd bijblijven.
Ik wilde mijn vader helpen en er voor hem zijn. Maar ik wilde vooral ook zijn dochter blijven. Dat ging niet altijd vanzelf, maar wel vaak genoeg. En misschien is dat wat ik je vandaag mee wil geven: Je hoeft niet alleen voor iemand te zorgen, blijf elkaar ook zien.
Want achter iedere zorgvrager zit nog steeds de vader, moeder, partner, broer, zus of vriend van wie je ooit hield.
Comments (0)