De dood maakt deel uit van ons levensverhaal

Mensen zeggen dat de rollen zijn omgedraaid als ze voor een ouder zorgen. Inderdaad, eerst helpen ze ons met aankleden en voor je het weet zijn wij het, die hun gezicht wassen en hen helpen met aankleden.

Als ouders voor hun kinderen zorgen, leren ze ons om voor onszelf te zorgen. Ze leren ons om wijs en sterk te zijn als we uitdagingen en tegenslagen tegenkomen. Ze leren ons om liefdevol en toegewijd met familie en vrienden om te gaan.

Dit zijn de lessen die we nodig hebben om ons leven zo goed mogelijk te leiden. Het zijn ook de lessen die we nodig hebben om een goeie mantelzorger te zijn.

We hebben de hulp van onze ouders geleidelijk aan niet meer nodig, en zij hebben onze hulp geleidelijk aan meer nodig. Als we geluk hebben zijn er vele jaren van wederzijdse steun, waarin we met plezier aan elkaar geven, waarbij geen van ons hulp nodig heeft, maar we er allemaal van profiteren.

Het kan moeilijk zijn om te aanvaarden dat men hulp nodig heeft na vele jaren zelfstandig te hebben geleefd. Maar in feite is niemand echt onafhankelijk. Niemand zou een leven helemaal alleen willen leiden, en alleen leven van wat de eigen arbeid oplevert. We zijn geëvolueerd om te gedijen als onderdeel van een gemeenschap. Zelfs de meest onafhankelijke persoon is gebonden aan een netwerk van ondersteuning. We doen voortdurend betaald en onbetaald werk voor elkaar, en maken gebruik van het werk van anderen.

Sommige mensen voelen zich ongemakkelijk bij de gedachte dat iemand hen helpt. We zouden nooit een schoonmaker of een kok inhuren. We wonen echter wel graag in huizen die door anderen zijn gebouwd, gehuld in kleren die door anderen zijn gemaakt, eten voedsel dat door anderen is gekweekt en vaak door anderen is bereid. Elk product in de schappen van de supermarkt of op de planken in onze huizen vertegenwoordigt de arbeid van tientallen mensen. Hoewel we willen dat die arbeid vrij en onder billijke voorwaarden wordt verricht, vertrouwen we er volledig op.

Soms eindigt het leven plotseling. We kennen allemaal wel iemand die het toonbeeld van gezondheid leek, totdat hij of zij een hartaanval of hersenbloeding kreeg. Soms kan een ziekte snel toeslaan en kan iemand binnen een paar maanden of weken wegkwijnen. Vele anderen hebben een lange en geleidelijke overgang van leven naar dood.

De dood is geen vies woord. Waarom zijn we er bang voor? Waarom vechten we ertegen? Waarom ontkennen we het bestaan ervan als het zich een weg baant door ons leven? Er is geen geloof dat ons leert de dood te vrezen. De dood is een deel van het leven, een liefdevolle omarming van de eeuwigheid, het hoogtepunt van ons emotionele leven, het hoogtepunt van een goed geleefd leven.

Als onze ouders dichter bij de dood komen, dwingen hun lichaam en geest hen om dichter bij ons te komen. Hun kinderen. Hun vrienden. Hun gemeenschap.

Degenen onder ons die gedwaald hebben, fysiek en emotioneel, worden naar huis geroepen. Onze zielen moeten bij onze ouders zijn, terwijl zij zich voorbereiden op de dood. De banden tussen ouders en kinderen die uitgerekt en verzwakt zijn – iets dat zo bedoeld is omdat het noodzakelijk is dat kinderen op een bepaald moment hun eigen leven leiden – worden weer aangetrokken en versterkt.

Zo vaak zie ik mensen worstelen met de fysieke druk van de mantelzorg. Lichamen optillen. Lichamen in bad doen. De slaap die we zo nodig hebben niet krijgen. Ons lichaam niet de voeding geven die we nodig hebben. Kinderen hebben het gevoel dat ze de last van de zorg voor de ouders alleen moeten dragen. Eén kind draagt alles terwijl de andere broers en zussen gewoon hun leven leiden, zonder enige verandering.

Sterven is bedoeld om ons samen te brengen. Deze lange, langzame aftakeling door dementie of Parkinson of MS is niet bedoeld om één persoon in een isolement, in wanhoop en armoede te trekken. Het is bedoeld om ons dichter bij elkaar te brengen in het web van de gemeenschap. Hoe langer de ziekte duurt, hoe meer ouders afhankelijk zijn van hun kinderen, en hoe meer we een gemeenschap nodig hebben die ons kan ondersteunen.

Wees er voor hen. Wees er echt, en op elk niveau van je ziel. Maak ruimte voor hen. Haal herinneringen met ze op. Hou van ze. Val naast ze in slaap als jullie films kijken uit hun kindertijd. Neem hen mee naar plaatsen waar ze jou als kind mee naar toe namen. Stel ze de vragen die je altijd al wilde stellen. Stel ze de vragen waarvan je altijd hoopte dat iemand ze aan jou zou stellen.

Kijk samen naar de sterren. Luister naar muziek die jullie geen van beiden eerder beluisterd hebben. Lach met hen om dingen die niet grappig zijn, die geen zin hebben, die te wreed zijn om te verdragen zonder te lachen. Niemand kan jou vervangen bij dit soort dingen.

Ik zie mensen die volkomen uitgeput zijn van het medicijnen geven, boodschappen doen, maaltijden klaarmaken, het om de twee uur checken van dat fragiele lichaam en proberen het zo comfortabel mogelijk te maken. Ik zie mensen die ervan overtuigd zijn dat ze dit allemaal zelf moeten doen, zelfs als het hun eigen leven bijna helemaal wegneemt. Zelfs als het hen ontkracht. Zelfs als het hen bitter en koud maakt van uitputting. Ze zijn zo vastbesloten om voor hun ouders te zorgen, maar toch worden ze verbitterd en depressief. Ze verwaarlozen zichzelf tot het punt waarop ze niets anders kunnen doen dan de persoon waarvoor ze zorgen verwaarlozen.

Probeer je eigen leven niet volledig droog te leggen om je ouder te helpen sterven. Iemand anders steunen is ook bedoeld om onze eigen ziel te voeden. Het moet ons dichter bij elkaar brengen, niet isoleren. Het is de bedoeling dat het ons helpt om de diepte van onze eigen kracht en de liefde die we in ons leven hebben te ontdekken.

Niemand van ons zou alleen mantelzorger moeten zijn. Ieder van ons die zorg geeft, zou ook zorg uit andere bronnen moeten ontvangen. Net zoals het de bedoeling is dat onze ouders onze hulp omarmen, ons opnieuw in hun leven toelaten tot we volledig met elkaar verweven zijn, en dan loslaten als ze deze wereld verlaten – zo is het ook de bedoeling dat wij de zorg en steun van de mensen om ons heen aanvaarden. Er is geen eenheid van twee of een, het zou zo moeten zijn dat ieder van ons onderdeel uitmaakt van iets groters.

De persoon die alleen sterft is de persoon die vecht met zijn onafhankelijkheid. Die bang is om lief te hebben en om liefde te ontvangen.

Door A.P. Smith.

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top