‘Dat moment dat ik hoopte dat hij nog een nacht moest blijven’

De arts zei dat de onderzoeken geen bijzonderheden lieten zien.

‘Als alles rustig blijft, mag uw man vanmiddag weer naar huis.’

Ik knikte.

Natuurlijk was ik blij. Hij had niets gebroken bij zijn val en er waren geen aanwijzingen voor iets ernstigs. Precies het nieuws waarop ik de hele nacht had gewacht.

Toch voelde ik geen opluchting.

Ik voelde paniek.

Thuis betekende dat ik hem weer uit bed moest helpen. Zijn medicijnen moest klaarzetten. Hem naar het toilet moest begeleiden en bij ieder geluid overeind zou schieten. Het betekende opnieuw slapen met één oor open.

De verpleegkundige vroeg of ik hem rond drie uur kon ophalen.

‘Natuurlijk,’ zei ik.

In de auto begon ik te rekenen. Als ik langzaam naar huis reed, eerst boodschappen deed en misschien nog even koffie haalde, had ik bijna twee uur voor mezelf.

Twee uur waarin niemand iets vroeg.

Op de parkeerplaats van de supermarkt bleef ik zitten. De motor was al uit, maar ik kreeg mezelf niet uit de auto.

En toen dacht ik het.

Misschien gebeurt er nog iets waardoor hij een nacht moet blijven.

Niet iets ergs. Geen nieuwe val of slecht nieuws. Alleen iets kleins waardoor de arts zou besluiten dat het veiliger was hem nog even te observeren.

Eén nacht.

Eén nacht waarin ik mijn pyjama kon aantrekken zonder eerst iemand anders uit te kleden. Waarin ik naar bed kon zonder medicijnen, incontinentiemateriaal en een glas water klaar te zetten.

Eén nacht waarin ik misschien zes uur achter elkaar kon slapen.

Ik schaamde me onmiddellijk.

Welke vrouw hoopt nu dat haar man in het ziekenhuis moet blijven?

Om drie uur stond ik naast zijn bed. Hij keek opgelucht toen hij mij zag.

‘Fijn dat ik naar huis mag,’ zei hij.

Ik glimlachte, pakte zijn tas en hielp hem in zijn jas. De verpleegkundige vertelde waar ik die nacht op moest letten en wanneer ik moest bellen. Ik luisterde, stelde vragen en onthield alles.

Zoals altijd.

Thuis zette ik thee, maakte iets te eten en hielp hem naar bed. Nog geen uur later riep hij mijn naam.

Die nacht werd hij vier keer wakker.

De volgende ochtend vroeg iemand hoe het met hem ging.

‘Gelukkig weer thuis,’ antwoordde ik.

Ik vertelde niet dat ik op een parkeerplaats had gehoopt dat hij nog een nacht in het ziekenhuis mocht blijven.

Niet omdat ik hem niet thuis wilde hebben.

Maar omdat ik zelf nergens meer naartoe kon om even niet te hoeven zorgen.

De Redactie van Mantelzorgelijk helpt mantelzorgers op elk mogelijk vlak. Wat kunnen we voor jou betekenen? Mail naar contact@mantelzorgelijk.nl

Comments (0)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top