
Betaald heet werk. Onbetaald heet mantelzorg.
Er gebeurt iets opmerkelijks in onze verpleeghuizen.
Door personeelstekorten huren zorgorganisaties steeds vaker commerciële dienstverleners in. Zij leveren mensen die gezelschap bieden, wandelen met bewoners, ondersteunen bij dagelijkse activiteiten en andere taken overnemen waarvoor het vaste personeel onvoldoende tijd heeft.
Ze worden soms ‘betaalde mantelzorgers’ genoemd.
Alleen: mantelzorgers zijn het niet.
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is daar opvallend duidelijk over. Mantelzorg ontstaat vanuit een persoonlijke relatie. Een partner, kind, familielid, vriend of buur die zorgt voor iemand die hem of haar dierbaar is. Zodra een organisatie iemand tegen betaling naar een cliënt stuurt, spreken we dus over georganiseerde, betaalde ondersteuning.
En daar is op zichzelf helemaal niets mis mee.
Sterker nog: als daardoor bewoners aandacht krijgen en zorgprofessionals worden ontlast, kan dat ontzettend waardevol zijn.
Maar het legt wel een ongemakkelijke vraag bloot.
Want tegelijkertijd wordt aan familie en andere naasten steeds vaker gevraagd om mee te helpen in het verpleeghuis.
Niet alleen met een kop koffie of een wandeling.
Mantelzorgers helpen met wassen en aankleden, toiletgang, medicatie en andere zorgtaken. De IGJ constateert zelfs dat mantelzorgers risicovolle en voorbehouden handelingen uitvoeren.
En dan ontstaat een merkwaardige situatie.
Voor bepaalde werkzaamheden blijkt geld beschikbaar zodra een commerciële organisatie iemand levert.
Maar wanneer een dochter diezelfde ondersteuning aan haar moeder geeft, is het mantelzorg.
Onbetaald.
Dat verschil wordt nog relevanter nu steeds nadrukkelijker wordt gesproken over familieparticipatie en het inschakelen van het ‘sociale netwerk’ vanwege personeelstekorten en de toenemende zorgvraag.
Natuurlijk willen veel naasten betrokken blijven nadat iemand naar een verpleeghuis verhuist. Mantelzorg stopt niet bij de voordeur van het verpleeghuis.
Maar betrokkenheid is iets anders dan structureel gaten in de personeelsbezetting opvullen.
Daar moeten we eerlijker over durven praten.
Want blijkbaar vertegenwoordigen deze werkzaamheden wél economische waarde. Dat bewijzen de commerciële organisaties die ervoor worden betaald.
De vraag is daarom niet of familie iets voor een bewoner mag of wil betekenen.
De vraag is waar betrokkenheid ophoudt en onbetaalde arbeid begint.
| Waarom noemen we het personeelstekort wanneer een instelling iemand moet inhuren, maar familieparticipatie wanneer een partner, zoon of dochter hetzelfde werk doet? |
Bronnen
- Zorgvisie, 26 augustus 2026: “Populaire commerciële dienstverleners moeten personeelstekort in verpleeghuis oplossen”.
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd: informatie over mantelzorg, informele zorg en de inzet van naasten in zorginstellingen.
Scherp gesteld, Marjolijn. Vooral die laatste vraag.
Ik zou er één laag onder willen leggen. Wat in het verpleeghuis gebeurt, gebeurt thuis ook, alleen zonder toezicht en zonder dat iemand het benoemt. Wie het kan betalen, huurt een paar uur per week iemand in tegen bijna vijfendertig euro. Wie dat niet kan, zorgt door tot er iets knapt.
Ik heb jarenlang voor mijn ouders gezorgd en later als mantelzorgmakelaar anderen door datzelfde stelsel geloodst. Wat me het meest is bijgebleven: mantelzorg kost je vaak je inkomen, precies op het moment dat je dat inkomen nodig zou hebben om hulp in te kopen. Mijn opdracht werd destijds niet verlengd, mede omdat ik er niet altijd volledig was.
Naast jouw vraag waar betrokkenheid ophoudt en onbetaalde arbeid begint, speelt er dus nog een: wie kan zich betrokkenheid eigenlijk veroorloven?
Heel terechte aanvulling. En misschien nog pijnlijker: wie het zich niet kan veroorloven, kan de zorg vaak niet zomaar neerleggen. De hulp blijft nodig, ook als je geen financiële buffer hebt of geen uur minder kunt werken.
Dezelfde zorgtaken kunnen voor de één financieel op te vangen zijn en voor de ander betekenen dat de rekeningen blijven liggen. Het gaat dus niet alleen over betrokkenheid, maar over de ruimte om die vol te houden zonder zelf in de knel te komen. Liefde betaalt de huur niet.