
Als ik terugkijk op het afgelopen jaar
Als ik terugkijk op het afgelopen jaar, besef ik dat er een paar woorden zijn die ik het meest heb gegoogeld, aan ChatGPT gevraagd, uitgesproken en gevoeld: ‘pijn bij rouw’. Het is geen hoofdpijn, geen buikpijn, ik vond het niet terug op de lijstjes van Google. Het is een pijn die misschien wel te groot en kwetsbaar is om te benoemen, of te moeilijk om in woorden uit te drukken.
Toch is het overal. In mij. In momenten van stilte. In de leegte na verlies. En misschien ook in anderen, al blijft het vaak onuitgesproken.
Dit blog is mijn poging om die stilte te doorbreken. Om woorden te geven aan wat meestal niet wordt uitgesproken. Het gaat over rouw, liefde en over een band die nog steeds voelbaar is, zelfs als die onzichtbaar is geworden. Ik heb een tijd getwijfeld of ik dit wilde delen. Maar omdat liefde en verlies ook bij het werkende leven horen, deel ik deze persoonlijke woorden over rouw en liefde.
Samen verweven
Het begint bij het wakker worden. Die eerste seconde waarin alles nog even stil lijkt te staan… en dan dat besef: hij is er niet meer. Ik voel mijn lieverd niet. Niet zijn aanwezigheid, niet zijn ziel, niet zijn energie. Het is stil. Leeg. Pijnlijk stil.
Mijn volgende gedachte is even rauw als onvermijdelijk: mijn lieverd is dood. Ik heb het gezien, ik was erbij. Het dringt alleen nog steeds niet door. Zelfs na een jaar is het moeilijk te bevatten dat hij nooit meer thuiskomt.
Het is een pijn die heel rauw aanvoelt. Die in golven komt, soms dagenlang aanwezig blijft, en vervolgens ook weer ruimte geeft om adem te halen.
De band die wij hadden is niet zomaar verdwenen, maar wel veranderd. We waren met elkaar verweven, op een manier die intens, vertrouwd en vanzelfsprekend was. Alsof er altijd een onzichtbaar elastiekje tussen ons zat: zacht, rekbaar, maar nooit breekbaar. Als hij er even niet was – omdat hij werkte, bij de brandweer was of een weekendje weg met de jongens, of later toen hij ziek was en regelmatig in het ziekenhuis lag – rekte dat elastiekje zich uit. Ik voelde hem altijd. Ik wist: hij is er, zijn aanwezigheid is ergens. Niet naast me, maar wel bij me. Een diep weten dat we bij elkaar hoorden. Pas als hij weer thuis was, voelde ik me weer heel. Zoals ik dat ook voel met mijn kinderen, dat diepe weten dat ik pas echt compleet ben als zij er zijn.
Als ik hierover vertel, merk ik verschillende reacties. Sommigen weten precies wat ik bedoel. En dan zijn er anderen die me vragend aankijken, alsof het moeilijk te bevatten is. ‘Dan waren jullie wel heel intens met elkaar verbonden,’ zeggen ze dan.
En ja… dat waren we. En dat zijn we nog steeds.
Niet meer tastbaar. Niet meer zichtbaar. Maar die band is er nog. Niet meer elastisch, maar een stevig en onzichtbaar koord.
Ik voel die verbinding nog elke dag. Alsof er iets in mij elke dag even naar hem, zijn graf, toe wordt getrokken, stil, krachtig en vol liefde. Die verbinding is niet meer fysiek en tastbaar, maar anders. Hij zit ook in het dagelijks bijvullen van zijn lampje met olie en hoe ik die brandend houd op zijn graf.
In de manier waarop ik mijn leven weer vorm probeer te geven. In de veranderingen in mijn leven en hoe ik nu in het leven sta. In hoe ik van onze kinderen houd. Hij zal altijd met mij verbonden blijven.
Liefde stopt niet na de dood. Ik voel dat die liefde blijft bestaan, in een andere vorm, maar niet minder krachtig. Misschien zelfs wel meer aanwezig dan ooit tevoren.
En ik ben in dit alles niet alleen. Ik ben dankbaar voor mensen die ik het afgelopen jaar heb gesproken, soms vluchtig op de begraafplaats, of langer tijdens een bakje thee: mijn moeder, tantes, buurtgenoten en mensen die ik ontmoette in mijn werk. Die veel eerder (soms ook zo jong) hun grote liefde moesten loslaten aan de dood. Zij vertelden me dat ze dachten zich te kunnen inleven in anderen, tot het hen zelf overkwam, en ze beseften dat het zo totaal anders voelde dan ze zich ooit hadden kunnen voorstellen. Hun verhalen over gemis en verdriet zijn herkenbaar.
Mensen willen vaak iets troostends zeggen, iets verzachten. Met de beste bedoelingen. Maar rouw laat zich niet opjagen. Het is geen fout die je moet oplossen, geen zwakte die vanzelf overgaat. Het is geen keuze.
Zoals Manu Keirse het zo mooi zegt:
“Rouw is geen ziekte. Het zijn heel normale reacties van heel normale mensen op een abnormaal ingrijpende gebeurtenis.”
Ik rouw en ik leef. Ik werk, zorg voor onze boys, en probeer het leven weer vorm te geven. En ondertussen draag ik de pijn van het gemis mee. Het hoeft niet opgelost te worden. Soms is het genoeg om er met iemand over te spreken. Niet om het minder zwaar te maken, maar om het samen te dragen.
Wat ben je een sterke vrouw. Mooi verwoord ik wens je een mooie toekomst samen met je zoon s en wijsheid en kracht inhet rouwproces
Dankjewel Colinda!
…..Maar rouw laat zich niet opjagen. Het is geen fout die je moet oplossen, geen zwakte die vanzelf overgaat. Het is geen keuze…..
Dank Carine dat je toch hebt besloten om dit stuk te schrijven.
Het is pijnlijk herkenbaar en dat geeft op een rare manier ook moed.
Sterkte voor jou en je kinderen
Thnx! Daarom is het denk ik belangrijk om erover te schrijven en te praten. Omdat het moed geeft..
Hallo carine
Wat heb je het mooi verwoord
Sterkte voor jou toekomst
Groetjes kees