
Een aardbeienslof in plaats van een salaris
Soms lees je een verhaal dat je niet meer loslaat. Niet omdat het zo uitzonderlijk is, maar juist omdat het iets blootlegt wat veel groter is dan de gebeurtenis zelf. Dat had ik toen ik het verhaal van Conny las.
Conny werkte jarenlang in een verpleeghuis. Ooit begon ze in de keuken, maar in de loop der jaren groeide haar rol. Ze hielp bewoners, ondersteunde collega’s en kreeg steeds meer zorgtaken. Uiteindelijk deed ze werk dat nauwelijks nog verschilde van dat van haar gediplomeerde collega’s. Acht jaar lang ging dat goed. Tot er een nieuwe directeur kwam die een kwaliteitsslag wilde maken en vaststelde dat Conny niet over de juiste diploma’s beschikte. Haar functie hield op te bestaan.
Wat mij het meest raakte, was dit
Toen Conny haar spullen kwam inleveren, stond er een aardbeienslof op tafel. Omdat bewoners haar zo misten, kreeg ze het voorstel om als vrijwilliger terug te keren. Dan kon ze dezelfde mensen blijven helpen als voorheen, alleen niet meer als betaalde kracht. Dat bleef hangen…
Misschien omdat ik direct moest denken aan de mantelzorgers die wij hier dagelijks horen. Mensen die dag in dag uit zorgen voor een partner, ouder, kind, broer of zus. Mensen die niet hebben gesolliciteerd op een zorgfunctie, maar er gaandeweg wel steeds meer taken bij kregen. Omdat het nodig was. Omdat er geen alternatief was en iemand wel de nodige zorg moest verlenen.
Ook zij krijgen vaak te horen hoe belangrijk hun inzet is en hoe onmisbaar ze zijn. En dat is waar. Zonder mantelzorgers zou een groot deel van onze zorg vastlopen. Maar waardering en afhankelijkheid zijn niet hetzelfde. Maar toch zijn we die twee begrippen steeds meer door elkaar gaan halen.
De afgelopen jaren is mantelzorg nadrukkelijk onderdeel geworden van de oplossing voor de uitdagingen in de zorg. Vergrijzing, personeelstekorten en de wens om mensen langer thuis te laten wonen zorgen ervoor dat familieleden, vrienden en buren vaker een grotere rol krijgen. Dat gebeurt meestal vanuit liefde en betrokkenheid, maar zeker ook omdat professionele zorg niet altijd beschikbaar is. En daar begint het ongemak.
Want hoe meer ik nadenk over het verhaal van Conny, hoe minder ik het zie als een verhaal over diploma’s. Natuurlijk zijn diploma’s belangrijk; zorg moet veilig zijn en bepaalde handelingen vragen om bevoegdheden en deskundigheid. Daar valt weinig tegenin te brengen.
Maar het roept wel een andere vraag op
Als iemand acht jaar lang naar tevredenheid functioneert, gewaardeerd wordt door bewoners en collega’s, en zichtbaar van betekenis is voor een organisatie, waarom wordt er dan niet gekeken hoe die persoon behouden kan blijven? Waarom geen opleidingstraject? Waarom lijkt de route naar de uitgang soms korter dan de route naar ontwikkeling?
Misschien is dat wel de vraag die mij het meest bezighoudt: hoe graag willen we eigenlijk nog investeren in mensen die in de zorg willen werken?
Dat klinkt misschien scherp, toch vind ik het een eerlijke vraag. Want terwijl we dagelijks horen over personeelstekorten, zien we tegelijkertijd dat mantelzorgers en vrijwilligers steeds vaker worden gevraagd om bij te springen. Niet als aanvulling op professionele zorg, maar soms als voorwaarde om de zorg überhaupt draaiende te houden.
Het risico daarvan is dat we iets heel waardevols als vanzelfsprekend gaan beschouwen, maar:
- Mantelzorg is geen onuitputtelijke voorziening
- Vrijwilligerswerk is geen gratis personeelsbestand
- En betrokkenheid is geen alternatief voor personeelsbeleid
Toch lijkt ons zorgsysteem steeds afhankelijker te worden van mensen die bereid zijn een stap extra te zetten. Van mantelzorgers die noodgedwongen hun eigen grenzen oprekken. Van vrijwilligers die gaten vullen waar professionals ontbreken. Van betrokken medewerkers die blijven doorgaan omdat zij de mensen voor wie ze zorgen niet willen laten vallen.
Dat is bewonderenswaardig maar het is ook kwetsbaar. Want een systeem dat structureel leunt op goede wil, loopt uiteindelijk tegen de grenzen van die goede wil aan.
Misschien is dat waarom het verhaal van Conny zoveel losmaakt. Niet omdat het uniek is, maar omdat het symbool staat voor een bredere ontwikkeling. Een ontwikkeling waarin we steeds beter worden in het uitspreken van waardering, maar steeds minder lijken te praten over de vraag hoe we mensen kunnen ondersteunen, behouden en ontlasten.
En zo kom ik toch weer uit bij dat aardbeienslofje. Niet omdat het gebakje zelf ertoe doet, maar omdat het symbool staat voor iets groters. Voor een systeem dat afhankelijk is geworden van betrokken mensen en dat soms lijkt te vergeten dat betrokkenheid niet onbeperkt beschikbaar is.
We kunnen mensen bedanken, ze complimenteren en ze vertellen hoe belangrijk ze zijn.
Maar uiteindelijk blijft één vraag hangen: gaan we investeren in de mensen die de zorg dragen, of vertrouwen we erop dat hun betrokkenheid het gat wel zal dichten?
*Bron: Conny werd ontslagen (AD)
Een aardbeienslof als beloning voor gratis werken is wel heel symbolisch: je beloont iemand die zich het vuur uit de schoenen loopt met een zoethoudertje….
Dat is geen beloning, maar een teken van minachting. niet van de bewoners, maar van de directie van dat bewuste verpleeghuis…