skip to Main Content

'Zorguitgaven van gemeenten zijn zeer ondoorzichtig'

Jeroen Olthof, foto FD

Gemeenten weten nog altijd niet precies hoeveel geld ze tot dusver dit jaar hebben uitgegeven aan jeugdzorg en de langdurige zorg voor ouderen, chronisch zieken en gehandicapten. Deze zorg is per 1 januari grotendeels naar de lokale overheden overgeheveld.

Volgens PvdA-wethouder Jeroen Olthof van de gemeente Zaanstad zitten er ‘veel onzekerheden’ in de uitgaven. ‘Ik denk dat we nog wel anderhalf tot twee jaar nodig hebben om echt een goed, structureel beeld te hebben’, zegt hij in een gesprek met het FD. Olthof maakt tevens deel uit van het dagelijks bestuur van de G32, de 32 grootste gemeenten binnen de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en is daarbinnen voorzitter van de sociale pijler.

Rompslomp

Dat de gemeenten nog geen volledig zicht op de zorgkosten hebben, komt volgens Olthof deels door hun wettelijke plicht tot zorgcontinuïteit. Om die voor hun inwoners te garanderen, hebben zij aan het begin van dit jaar afspraken gemaakt over bevoorschotting. Langzaamaan druppelen nu pas de facturen voor de daadwerkelijk geleverde zorg bij de lokale overheden binnen, waarna de controle op de rechtmatigheid van de uitgaven kan beginnen.

Bijkomend probleem is ook nog eens dat de zorgaanbieders moeite hebben de declaraties tijdig te versturen. Vooral de grote zorgbedrijven hebben sinds 2015 tientallen gemeenten moeten bedienen, die allemaal hun eigen administratieve eisen stellen. Eerder klaagden verschillende partijen al in het FD dat zij gek worden van alle rompslomp en de hoge overheadkosten. ‘Wij hebben zorgpersoneel moeten ontslaan, maar hebben extra ondersteunend personeel nodig’, liet een van hen toen weten.

Gevolg is dat de facturen blijven liggen of met een flinke vertraging binnenkomen, wellicht pas tegen het einde van dit jaar. Dan zijn de begrotingen voor 2016 al gemaakt, zonder dat duidelijk is hoeveel geld gemeenten moeten uittrekken voor de zorg.

Olthof herkent dit, ook al heeft Zaanstad wél met de zorgaanbieders afgesproken dat zij het de gemeente melden als zij een behandeling beginnen en alvast de voorfinanciering aanspreken. Olthof: ‘We hebben dus wel wat controle aan de voorkant.’

Bureaucratisch circus

In totaal heeft Zaanstad (150.000 inwoners) voor alle nieuwe zorgtaken per 2015 € 60 mln van het Rijk gekregen. Om onvoorziene risico’s af te dekken heeft de gemeente zelf de afgelopen jaren al de algemene reserve ‘sociaal’ gecreëerd; deze omvat in 2015 bijna €10 mln. In de begroting van volgend jaar reserveert Zaanstad nog eens € 1,2 mln extra om de doorontwikkeling van de uitvoering van nieuwe taken verder vorm te geven, boven op de eigenlijke zorgkosten.

‘En waarschijnlijk reserveren we ook weer extra voor 2017’, zegt de wethouder van onder meer jeugd en zorg. De klacht van zorgaanbieders over het bureaucratische circus noemt hij terecht. ‘Wij gemeenten moeten toe naar een vorm van landelijke standaardisatie in het factureren. We zijn daar door de drukte van deze grote decentralisatieoperatie nog niet aan toe gekomen, maar dat gaat nu komen. Ook dit vraagt heel veel van onze medewerkers in de uitvoering. Het zou naïef zijn om te denken dat binnen een maand alles op rolletjes loopt.’

Olthof voegt daar echter nuancerend aan toe dat zeker níet moet worden gedacht dat er vóór 2015 geen problemen waren. ‘Alles wat misgaat wordt nu aan de decentralisatie toegeschreven. Maar neem bijvoorbeeld vorig jaar, toen de gemeenten van zowel de zorgaanbieders als het Rijk in het kader van de decentralisatie lijsten kregen met de namen, aandoeningen en hoeveelheid zorg van de hulpbehoevenden. Die gegevens kwamen vaak totaal niet overeen. Ik heb me daar écht over verbaasd en we hebben daar nóg discussie over. Ik durf daardoor te zeggen dat de Rijksoverheid voor 2015 ook niet exact wist wat ze aan de langdurige zorg uitgaf. En dat de gemeenten, als we daarvoor de tijd krijgen, dat uiteindelijk veel beter weten, juist omdat we veel dichter op de burgers zitten.’

Potje worstelen

Eén succesje in het controleren van de zorgkosten hebben de gemeenten al wel geboekt, zegt Olthof. Tot voor kort zetten zorginstellingen namelijk alleen de totaalbedragen op de bonnetjes voor de geestelijke gezondheidszorg voor jongeren (jeugd-ggz). Uit privacyoverwegingen mochten ze geen namen, adressen, aandoeningen en behandelmethoden vermelden van de hulpbehoevende jongeren. Die geanonimiseerde declaraties maakten een goede, financiële controle onmogelijk, zegt Olthof. ‘Sinds kort is politiek Den Haag akkoord dat in elk geval de persoonsgegevens mogen worden gedeeld. Nu kunnen we die checken met de beschikkingen die door onze medewerkers zijn afgegeven.’

Voorts moeten veel gemeenten, waaronder Zaanstad, nog een potje worstelen met hun accountant die de jaarrekening moet nakijken. Olthof is niet de enige wethouder die zich afvraagt of hij wel een verklaring van rechtmatigheid gaat krijgen en dat heeft alles te maken met wat hij ‘de nieuwe gemeentelijke zorgproducten’ noemt. ‘Vroeger kreeg een zorgaanbieder een beschikking zoals “drie uur per week schoonmaken”. Dat was makkelijk te checken, maar het was vaak ook nog niet eens het begin van een antwoord op de zorgvraag van een inwoner. Wij komen met andere oplossingen (zie ook kaders, red.) maar we zijn nog in gesprek met de accountant of dit zo wel mag.’

Toch rekent hij op clementie, omdat anders de transformatie van de zorg spaak loopt. De zorgwerkers moeten wat hem betreft de vrijheid krijgen zelf met creatieve maatwerkoplossingen komen. ‘Ik vrees voor de reflex van politici om weer standaardeisen op te stellen. De afgelopen decennia hebben ons geleerd dat je nog zoveel regels kunt maken, maar dat die bureaucratie vooral geld kost en excessen vermijd je er niet mee. Straks weer terug bij het oude, onhoudbare systeem. Gemeenten zoeken nog naar nieuwe mogelijkheden, maar doen wel hun stinkende best.’

Bron: Financieel Dagblad, artikel geschreven door Ria Kats

Voorbeeld vervuild huis

De gemeente Zaanstad ontving steeds vaker klachten van buurtbewoners over een kwetsbare inwoner. Deze vrouw woonde in een kleine sociale huurwoning met haar tien katten. Het huis vervuilde sterk en er dreigde een huisuitzetting. Toen is volgens wethouder Jeroen Olthof het sociale wijkteam van hulpverleners met haar in gesprek gegaan. De vrouw beloofde haar katten af te staan aan het dierenasiel en werd tegelijkertijd gemobiliseerd voor vrijwilligerswerk in datzelfde asiel. ‘Zo kan ze haar katten blijven zien en verkleint ze haar afstand tot de arbeidsmarkt.’

Helaas vroeg het asiel haar ruim €500 per kat voor het onderdak. Dat had ze niet en daarmee dreigde het hele hulptraject in het water te vallen. ‘Maar we hebben dit jaar €400.000 uitgetrokken dat de sociale wijkteams naar eigen inzicht mogen besteden om armoede te voorkomen en daarmee ook schuldenproblematiek, relatieproblemen, eenzaamheid, gebroken gezinnen en problemen op school,’ vertelt Olthof. ‘Daaruit is toen het asiel betaald. Heel onconventioneel, maar ik durf te zeggen dat het anders mis was gegaan. Maar dit zijn hele spannende dilemma’s, want waar ligt de grens?’

IND’er

‘In Zaandam woont een jongen van zestien met zijn moeder, vertelt wethouder Jeroen Olthof. Zijn moeder heeft niet de Nederlandse nationaliteit en zit in de procedure voor een verblijfsvergunning. Zijn vader heeft wel de Nederlandse nationaliteit, maar zit in het buitenland en is onvindbaar. Op grond van de status van zijn moeder heeft de jongen geen recht op een vaste woon- en verblijfplaats. Ze verlaten hun huis en gaan van slaapplek naar slaapplek. De jongen begint van school te verzuimen.

Olthof: ‘Op grond van de oude situatie in de jeugdzorg hadden we de jongen bij zijn moeder weg moeten halen en hem in een pleeggezin moeten plaatsen. Dat zou €80.000 tot €90.000 per jaar hebben gekost. Nu de gemeente de jeugdzorg doet, hebben we besloten hem tot zijn achttiende een eigen uitkering en huurwoning te geven. Dat kost ons een paar duizend euro per jaar en de jongen gaat weer naar school. Veel beter en goedkoper, maar zeker niet volgens de standaardregels. Ik heb echt waardering voor de gemeenteraad die dit soort kwesties niet heel politiek oppakt, maar ook kijkt naar de mensen.’

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Barbara Mounier

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Teken de petitieOverheid, praat MET mantelzorgers en NIET OVER mantelzorgers
Tekenen
Back To Top
X