Zorgen om mijn ouders

In mijn vorige blog schreef ik over het keukentafelgesprek van mijn ouders met de Wmo van de gemeente Dordrecht. Inmiddels is de zorgorganisatie benaderd en is het wachten op het inmiddels ingeplande intakegesprek en de indicatie voor huishoudelijke ondersteuning. Ik merk dat bij mijn moeder de knop in korte tijd echt helemaal “om” is. Zij kan niet wachten tot het zware werk uit handen genomen wordt. In haar hoofd is zij in rap tempo zelfs al een stap verder dan dit. En daar geef ik de Wmo-dame graag ook een beetje credit voor.

Zij heeft tijdens haar bezoek aan mijn ouders namelijk flink doorgevraagd om te achterhalen of alleen hulp in de huishouding voldoende is. En of mijn ouders zo langzamerhand niet meer hulp, zorg of ondersteuning nodig gaan hebben. Voor nu is de conclusie dat hulp in de huishouding volstaat. Maar tegelijk werd duidelijk dat hun huidige huis wel een maximale houdbaarheid kent. En dat dat moment mogelijk eerder in beeld komt dan mijns ouders – en ook mij – lief is.

Dat laatste werd mij afgelopen zondag pijnlijk verdrietig duidelijk. Mijn ouders waren net terug van een midweekje vakantie en wij waren ’s middags gezellig koffie gaan drinken. Terwijl Henk mijn vader hielp met de nieuwe laptop, had ik even een momentje met mijn moeder samen. Zij vertelde mij dat ze sinds het gesprek met de Wmo is gaan nadenken over hun huidige woonsituatie. En dat ze in korte tijd een knop heeft omgezet. Zij is gaan beseffen dat ze er verstandig aan doen om op zoek te gaan naar een zelfstandige gelijkvloerse woonruimte met zorg binnen handbereik. Verstandige woorden, maar ik zag ook de emotie in haar ogen. Emotie van het besef dat er een moment komt dat ze niet meer alles zelf zullen kunnen, en steeds een beetje meer hulp en ondersteuning nodig zullen gaan hebben. En emotie van het verdriet om straks ooit een keer afscheid te moeten nemen van een ontzettend fijn huis, een vertrouwde omgeving en schatten van buren.

Ik vind haar zo dapper en sterk! En ben zo ongelooflijk trots op haar dat ze onder ogen durft te zien dat ouderdom komt met broosheid en dat broosheid brengt dat je soms, ook al wil je dat niet, dingen uit handen moet geven. Tegelijk brengt haar broosheid mij ook zorgen. Zorgen of het allemaal echt nog wel goed gaat met zijn 2’tjes in dat eigenlijk veel te grote huis. Zorgen ook voor een toekomst waarin ze toch steeds een beetje minder zelf zullen kunnen. En – eerlijk is eerlijk – ook zorgen over wat dat voor mij zal gaan betekenen. Emotioneel, maar zeker ook in praktische zin. Hoe ga ik nog een mantelzorgtaak inpassen in een toch al broos evenwicht van werk, mantelzorg en me-time? Ik schoof deze gedachte prompt nog even (ver) voor mij uit.

Op de weg terug naar huis raasde er een mix van emoties door lijf en hoofd. Ineens overviel mij de gedachte dat een toekomstige verhuizing van mijn ouders voor mij ook een einde brengt aan mijn ouderlijk (t)huis. Het huis waar ik van 1975 tot 1992 gewoond heb, waar ik opgegroeid en volwassen geworden ben. Natuurlijk verhuist het ouderlijk huis straks “gewoon” met mijn ouders mee. Mijn thuis zal het dan echter niet meer zijn. De gedachte aan deze eerste stap van afscheid nemen bracht een groot brok in mijn keel. In ons cabriootje met de zon op mijn hoofd heb ik verborgen achter mijn zonnebril heel stilletjes een traantje (of 2) weg zitten slikken.

 

Ellen werkt als HR Manager en geeft groepsles op de sportschool. Op 3 december 2016 kreeg haar echtgenoot Henk op 53-jarige leeftijd vanuit het niets een zwaar herseninfarct. Sinds die dag is zij zijn mantelzorger en zoekt zij naar de beste behandeling, naar nieuwe paden die kunnen bijdragen aan herstel en naar antwoorden op haar vele vragen. Met haar blogs over de wondere wereld van NAH wil zij meer bekendheid geven aan de impact van NAH. Op Mantelzorgelijk deelt zij verhalen uit haar leven met een partner met NAH.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top