Zó help je iemand met dementie bij de verwerking van oud zeer.

Nummer 11, nummer 12, ah nummer 13. Ik ben er. De deur staat open. Ik klop aan. Ze zit in een rolstoel en tuurt naar buiten. Geen reactie. Ik klop wat steviger. Weer niks.
Ik stap naar binnen en loop met een grote boog om haar heen. Zo voorkom ik dat ik plotsklaps van achteren verschijn. Dat leidt vaak tot een schrikreactie, waar cliënten een heel gesprek onder gebukt kunnen gaan. Hun alertheid wordt zo onnodig hoog, waardoor het niet meer lukt om ontspannen het gesprek in te gaan.
Ik zak door mijn knieën en wacht. Dan zwaai ik. Geen reactie. Ik besluit een halve minuut op de grond te blijven zitten voor mevrouw.
Zo kan ze wennen aan mijn aanwezigheid. Ik was er al voor gewaarschuwd. Je kunt moeilijk contact met mevrouw krijgen. Ik glimlach. En stel mij voor. ‘Ik ben Sarah Blom.’ Ik wijs naar het naamplaatje op mijn borst. ‘Sarah Blom, de psycholoog.’
Haar wenkbrauw veert heel licht op.
‘Het spijt mij dat ik u stoor.’
Ik wacht een seconde of 10, om te zien of er een reactie komt.
Ze is inderdaad weinig alert. En dus leg ik mijn handen op haar knieën en geef wat druk af. Zodat ze voelt waar ze zit. Ik zorg dat haar voeten stevig contact maken met de grond, ze worden geaard.
Het werkt. Door deze belangrijke techniek toe te passen, neemt haar alertheid toe. Ze kijkt mij aan. Ik knik vriendelijk.
Ik haal een aantal keer diep adem en blaas uit. Ik vraag mevrouw mee te doen. Na vier keer volgt ze me. Althans, haar spiegelneuronen. Haar zuurstofgehalte neemt toe. Ze wordt met de seconde helderder.
‘Ik ben Sarah, hallo.’
Ze antwoordt: ‘hallo.’
‘Fijn om u te zien.’
Ze knikt.
‘U zit hier alleen.’
Ze knikt.
‘U zit vaak alleen.’
Ik spreek het woord ‘alleen’ met veel nadruk uit. En onderzoek zo hoe ze op bepaalde woorden, emotioneel beladen woorden, reageert. Zo krijg ik snel een indruk van haar stemming.
‘Alleen’ herhaalt ze. ‘Alleen.’
‘Geen familie?’ vraag ik
‘Nee.’
‘U heeft een zoon.’
‘Een zoon’, antwoordt ze.
‘En een dochter’, zeg ik.
‘Een dochter’, knikt ze.
U heeft ze al weken niet gezien.
Dan begint ze te huilen. ‘Al weken niet’, haar stem tilt. Ze wijst naar de foto op haar dressoir. Het is een babyfoto.
‘Dat is uw dochter?’
Ze knikt.
‘Uw dochter ligt in de wieg. En u staat erbij. Trots. U kijkt heel trots. Zo.’ Ik doe haar blik na.
‘U zit iedere dag alleen op uw kamer. U wilt niet meer naar de andere mensen.’
Haar blik slaat neer, ze lijkt overmand te worden door schaamte.
‘U schaamt zich?’
Ze blijft naar beneden kijken.
‘Ze.. ze… daar, allemaal.’
‘U ziet ze allemaal daar.’
‘Raam’ antwoordt ze.
‘Achter het raam?’
‘Niemand’, zegt ze.
‘En niemand komt voor u?’ vraag ik. ‘Niet uw zoon, niet uw dochter.’
‘Frits’
‘Ja, uw zoon heet Frits’.
U mist hen verschrikkelijk. Het doet vreselijk zeer.
Ze wijst naar haar keel. Met haar hand slaat ze een aantal keer op haar borst.
‘Het doet zo’n zeer, u voelt het hier. Alles zit dicht.’
Het is duidelijk, mevrouw wordt verteerd door emoties. Ze kan zich niet uiten. Het maakt dat ze totaal verkrampt. Ze bouwt veel spierspanning op en de stress maakt dat ze zich afsluit. Mevrouw zit in de overlevingsstand. Ze moet nodig geholpen worden bij de verwerking van haar emoties!
‘Alles zit op slot’, mevrouw Jansen. ‘Alles’
En dan begint ze hard te huilen. Heel erg hard. Te snikken.
Ik pak haar hand vast en moedig haar aan. Om harder te huilen. Om zich volledig te laten gaan. Ik knik bemoedigend. En blijf oogcontact houden. Ik troost niet. Absoluut niet. Juist niet.
Deze emoties moeten eruit. Ze moet haar emoties kunnen verwerken. Helaas zijn veel mensen ervan overtuigd dat de mens met dementie niet meer in staat is tot verwerking; dat de hersenschade te groot is. Een grote misvatting. Écht.
Het zegt veel over ons eigen ongemak in het contact. Ik bedoel, we werken met leven en dood. Met angsten. Met intens verdriet. En toch blijken we er telkens veel moeite mee te hebben om ze bij onze bewoners toe te laten. Zonder alles te willen wegnemen. Te willen oplossen. Deze emoties. Wat een gemiste kans.
Ze huilt en huilt en huilt. Aan één stuk door. Tot er op de deur geklopt wordt. Het is zuster Jannie. ‘Alles goed hier?’
‘Heel goed’ antwoord ik.
Ze kijkt verbaasd.
Ik gebaar haar ons even te laten.
Na vier minuten ongeveer pas ik de handgreep-techniek toe die ik ook deel in mijn theatershow ‘DAG MAMA’, waarmee ik haar kan kalmeren én belangrijk, haar oxytocine (een knuffelhormoon) drastisch kan laten toenemen. Dan begin ik te zingen. Ja, ik spreek hiermee haar rechterhersenhelft aan. Essentieel om haar te kans te geven om dichter tot zichzelf te komen. Ik zing zachtjes, terwijl ik haar hand mee laat bewegen op de melodie. Ons ritme zorgt ervoor dat ze verder kan kalmeren. Prachtig. Hoe krachtig ritme werkt voor mensen met dementie.
En zo zit ik iedere week een half uur bij mevrouw. Als ik binnenkom is ze afwezig, verzonken. Haar spieren verkrampt.
Maar door een aantal prachtige technieken toe te passen, neemt haar spierspanning af, haar alertheid drastisch toe en de intensiteit van haar emoties af.
Na ieder contactmoment scoor ik haar spierspanning en alertheid.
We zijn nu een aantal weken verder. Het resultaat is zoals zo vaak prachtig. Mevrouw komt weer naar beneden. Ze vertoont zich onder de mensen. Ze is beduidende helderder en minder verkrampt. Ze oogt gelukkiger. Haar emoties zijn verwerkt.
Mensen met dementie kunnen tot op het laatst bloeien en groeien.
Omgaan met dementie. Het mooiste wat er is. Doe met mij mee én
BELEEF de veelgeprezen theaterproducties Dag Mama 1 & 2 van OUDERENPSYCHOLOGEN en THEATERMAKERS

Het is mijn missie als ouderenpsycholoog om de 'binnenwereld' van de mens met dementie, de naaste en zorgprofessional te onthullen. Zodat we met meer begrip en kennis eindeloos véél voor hen kunnen betekenen. Achter het gedrag gaat een rijke belevingswereld schuil. Als we haar kennen, worden de mogelijkheden immens. Door middel van muziek, theater en psychologie neem ik u mee in deze bijzondere wereld. Voor meer info: www.dementieintheater.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top