skip to Main Content

Ziek van de ziektes

Woensdag is er om onbekende redenen geen fysio en geen “boekenclub”.
Later blijkt dat ze vergeten zijn om hem voor het laatste op te halen..
Pff ik zucht maar weer eens. Hij ook.

Wel heeft hij vernomen dat een medebewoner nog slechts twee maanden te leven heeft; hij is “uitbehandeld” in verband met ongeneeslijke ziekte.

Logischerwijs is iedereen erdoor van slag. Ik ken deze bewoner eveneens goed.

Eega betrekt de situatie ook op zichzelf; “Het lijkt hier wel een sterfhuis. En misschien heb ik ook wel kwaadaardige cellen in mijn hoofd.”

Hier moet ik echt even voor en bij gaan zitten.

“Wat jij hebt, komt door je slechte bloedvaten”. “Wat hij heeft is een andere ziekte”.

“Ja, maar wie zegt dat dat zo is? Dat kan het bij mij toch ook zijn?” zegt hij.

Ik begrijp zijn angst en onzekerheid, en leg hem uit dat zijn ziekteverschijnselen van een andere aard zijn en onveranderd, maar ook dat hij zichzelf niet gek moet maken met allerlei doemscenario’s, en dat mensen overal sterven, ongeacht de locatie, dat het ook in mijn (zijn oude) woonomgeving speelt, met veel oudere mensen.

Ik moet wel zo praten en relativeren om het voor hem “behapbaar” te houden.

“Wat ben jij hard”, zegt hij.

Ik vat dat eerst letterlijk op als verwijt richting gevoelloosheid en vraag hem daarnaar.

Hij zegt dan dat hij mij “sterk” vindt.

Ja, als ik iets heb moeten leren beheersen de afgelopen jaren, dan zijn het wel emoties, die ik vaak voor “twee” op de rails moet houden.

Dat wil niet zeggen dat mijn emoties “weg” zijn, maar mijn tranen zitten wat dieper “verstopt”, zoeken hun eigen tijd en moment om aan de oppervlakte te komen, soms borrelend, soms als een overstroming.

De dag erna heeft hij ’s ochtends een lichte epileptische aanval, hoor ik van de verpleging.

Zelf meldt hij dit niet bij mij.

Wel hoor ik een vaag verhaal van hem zelf dat hij een pakje sigaretten had gekregen van een verpleegkundige en dat hij om middernacht, oudejaarsavond, met mij een sigaret wil roken.

Wat raar. Ook vertel ik hem dat hij om middernacht helaas weer in de zorginstelling zal zijn, want oudejaarsdag rijden de taxi’s niet meer na 20.00u.

Ik bel met de afdeling in verband met de sigaretten.

Zij weten er niks van en wijten het aan de epileptische aanval en dat hij nog wat in de war is.

’s Middags kan hij gelukkig wel met de taxi naar huis komen.

Mijn zoon komt nog even langs met een fles wijn. Is lief.

De jaarwisseling “gescheiden” meemaken, gaat mij en hem toch zwaar aan het hart.

Hij had al gevraagd of het niet anders kon en toen zei ik van nee, omdat de taxi’s niet meer rijden.

Maar het kan wel anders, door anders te denken.

Als hij wordt opgehaald, pak ik de fiets en rijd achter de taxi aan naar de zorginstelling.

Ik neem hierover contact op met de afdeling, dat ik blijf tot na middernacht en dat is geen probleem.

Natuurlijk verheug ik mij niet op een middernachtelijk fietstochtje, maar “gescheiden” de jaarwisseling vieren is ook niks, en daarom heeft “samen zijn” gewonnen in de keuzes.

Nieuwjaarsdag ben ik weer bij hem.

Eind van de middag krijgen we bericht dat er een positief geteste medewerker is, en ik mag nog blijven, maar moet bij vertrek via de nooduitgang naar buiten.

Eega wordt nog getest waar ik bij ben en hij krijgt compliment omdat hij geen kik geeft, al was het pijnlijk.

Dit is al de tweede testronde. Hoeveel zullen er nog volgen?

Hij mag zaterdag dus niet naar huis, in afwachting van de uitslag, en zondag niet naar zijn zoon.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X