skip to Main Content
Wet Zorg En Dwang En Mentorschap

Wet Zorg en Dwang en mentorschap

We ontvangen de laatste tijd via de hulplijnen steeds vaker vragen van mantelzorgers die officieel mentor zijn (van een dierbare met een verstandelijke beperking of met dementie) over de wet Zorg en Dwang. Wat wil het geval? Zij hebben volledig mentorschap over hun dierbare die in een instelling woont en dan blijkt dat de instellingsarts – zonder hun toestemming en tegen hun uitdrukkelijke wens in – de kalmeringsmedicatie wil ophogen. Kan dit zomaar? Eerst een uitleg:

Handelingsbekwaam of -onbekwaam?

Iedereen van 18 jaar en ouder is volgens de wet meerderjarig en handelingsbekwaam. Dit betekent dat iemand voor het verrichten van rechtshandelingen geen toestemming nodig heeft van zijn wettelijke vertegenwoordigers, ouder(s) met gezag of een voogd. Bijvoorbeeld bij het huren of kopen van een huis. Of bij het afsluiten van een telefoonabonnement.

Iemand die de diagnose dementie of een geestelijke beperking heeft kan handelingsonbekwaam zijn. Zolang er nog wel sprake is van wilsbekwaamheid kan je dierbare zelf zijn of haar wensen en voorkeuren op het vlak van vertegenwoordiging, verzorging, verpleging, behandeling, begeleiding en financiën laten vastleggen in een volmacht, wilsverklaring of levenstestament.

Wat doet een mentor?

Als iemand niet meer wilsbekwaam is, kan de rechter een mentor benoemen. Een mentor neemt beslissingen over de verzorging, verpleging, behandeling en begeleiding van de betrokkene. Dit zijn beslissingen op het persoonlijke vlak. Daarbij kan het ook over feitelijke zaken gaan, zoals de inzage in het dossier. Dat geldt niet alleen in een thuissituatie, maar ook in een zorginstelling. Als mentor van een familielid ben je ook vaak de eerste contactpersoon en ben je betrokken bij het opstellen en het naleven van een zorgplan rondom de bewoner van de instelling.

Medisch handelen

Voor het uitvoeren van medische behandelingen is altijd toestemming nodig van de patiënt. Maar er komt een moment dat je naaste met bv. dementie niet meer in staat is zelfstandig zorgbeslissingen te nemen. Of misschien heeft je gehandicapte dierbare dat wel helemaal nooit gekund. Dan kun jij als mentor haar of zijn vertegenwoordiger zijn bij de beslissingen rond medisch handelingen. Dan denk je misschien: ‘Nou mooi, dat heb ik al een tijdje geleden geregeld. Ik heb te allen tijde de eindbeslissing!’ Zo zit het niet helemaal, helaas.

Wie beslist bij ingrijpende maatregelen?

Er kunnen zich situaties voordoen, dat er ingrijpende beslissingen genomen moeten worden voor degene voor wie je de belangen behartigt. Denk hierbij aan onvrijwillige zorg, zoals gedwongen medicatie. Deze maatregel kan momenteel uitgevoerd worden op basis van de Wet Zorg en Dwang zodra ‘ernstig nadeel’ voorkomen moet worden.  Dit nadeel laat zich omschrijven als: in levensgevaar of als ernstige bedreiging van de veiligheid. Maar daarnaast is deze onvrijwillige zorg ook mogelijk als hinderlijk gedrag van een betrokkenen agressie van anderen oproept. Dus is hinderlijk gedrag ook een reden voor onvrijwillige zorg?

Wet Zorg en Dwang

Per 1 januari 2020 heeft de Wet Zorg en Dwang de Wet Bopz vervangen en deze is speciaal voor mensen met een verstandelijke beperking en psychogeriatrie. Daarnaast is per dezelfde datum de Wet verplichte GGZ in werking getreden voor mensen met een psychiatrische stoornis. De Wet is van toepassing wanneer een zorgaanbieder onvrijwillige zorg overweegt of deze toepast op personen met een indicatie psychogeriatrische aandoening (PG) of verstandelijke handicap (VG).

Het zorgplan

De Wet Zorg en Dwang stelt eisen aan het opstellen van een zorgplan voor alle cliënten met een verstandelijke beperking of psychogeriatrische aandoening (zoals dementie), die professionele zorg krijgen in een zorginstelling of ambulant (bijvoorbeeld thuis of bij dagbesteding). Het zorgplan houdt zo veel mogelijk rekening met de wensen en voorkeuren van de cliënt. Als dat niet mogelijk is, laat de zorgverantwoordelijke de cliënt en/of zijn vertegenwoordiger schriftelijk en onderbouwd weten waarom niet.

De Wet Zorg en Dwang gaat uit van een getrapt zorgmodel dat erop gericht is om onvrijwillige zorg te voorkomen. Als het niet lukt om een (vrijwillig) alternatief te vinden, moet de zorgorganisatie een stappenplan doorlopen waarbij de situatie goed wordt geanalyseerd, alternatieven in een multidisciplinair team worden bekeken, en (externe) deskundigheid wordt ingeschakeld om mee te denken. De wet heeft ook geregeld dat er een clientvertrouwenspersoon moet zijn waar je als vertegenwoordiger terecht kan met vragen en/of klachten. Dit geldt dus ook als jij niet wilt dat je naaste een kalmeringsmiddel krijgt.

Rechten cliënten of diens vertegenwoordigers

  • Begrijpelijke informatie over zorg.
  • Inzage in zorgdossier.
  • Periodieke evaluatie zorgplan.
  • Advies en bijstand van een cliëntenvertrouwenspersoon.
  • Zo nodig: bijstand van een tolk.
  • Mogelijkheid om klacht in te dienen bij de Wzd-commissie.

Nog een tip:

Heb jij ook dergelijke problemen? Geef dan meteen aan bij de behandelend arts dat je de motivatie voor de behandeling op papier wilt hebben en leg vast dat je het er absoluut niet mee eens bent. Doe alles zwart op wit. Niet mondeling. Een arts is verplicht om je een duidelijke verklaring te geven. Misschien begrijp je na een schriftelijke verklaring de beweegreden beter. En zo niet dan kun je het natuurlijk door een onafhankelijke partij laten onderzoeken. Daar hebben je naaste en jij recht op.

Marjolijn Bruurs

Marjolijn Bruurs

is ondernemer, netwerkbouwer, storyteller, echtgenote, moeder en zij was tot voor kort een zeer gedreven en ervaren mantelzorger voor haar vader met Alzheimer. Eerst in de thuissituatie en later in het verpleeghuis. Tevens is zij de bedenker en het creatieve brein van Mantelzorgelijk.nl en voorzitter van Stichting Mantelzorgelijk.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X