Weg is de rust weer…

Met enige regelmaat wordt nu bloed geprikt om de medicijnenspiegel in de gaten te houden, in verband met de medicatie die hij krijgt voor de epilepsie.

De spiegel blijkt iets aan de hoge kant te zijn, en daarom wordt de dosering een klein beetje naar beneden aangepast.

Hopelijk krijgt hij daardoor niet weer meer aanvallen, want het was ook niet voor niets verhoogd.

Het is toch steeds schipperen en de ideale situatie is niet bereikbaar.

Vrijdag, als hij naar huis komt, is het best nog redelijk weer, en daarom gaan we alsnog naar de snackbar voor een lekker hapje.

Hij komt zelf met het voorstel om nu geen kip te nemen, omdat het zo’n knoeiboel geeft, en hij gaat het bij een bamibal houden.

Onderweg passeren we de viskar, en ik weet dat hij ook gek is op vis, en stel daarom voor dat hij daar iets neemt, waar hij wel oren naar heeft.

Hij wil twee scholletjes, ook nog eens ongefileerd, en ik vraag hem hoe hij dat denkt op te gaan eten?

Gewoon, met zijn handen, zegt hij.

Oké… het geknoei met kip wat hij zelf wilde vermijden, haal ik ons nu zelf op de hals met mijn voorstel voor de vis, en dat wordt inderdaad geknoei, ook nog in de overtreffende trap, maar dat is mijn eigen “schuld”.

Het eten heeft hem schijnbaar ook vermoeid, want bij thuiskomst geeuwt hij.

Even later kijkt hij rond in huis, naar het plafond, en hij zegt vervolgens dat hij toch even goed moet kijken waar hij nu is: bij zijn zoon thuis, of anders waar dan wel..

Ik schrik hiervan toch weer, want hij is maar één keer niet geweest, vanwege staking van de Regiorijder.

Als ik hem vraag of hij nu weet waar hij is, weet hij dat niet, en “Haarlem” zegt hem ook niks..

Pfff…. dit vind ik toch wel weer heftig, hoor…

We hebben vervolgens een serieus gesprek over onze complexe familierelaties, aan beide kanten, waarin ook niets verandert, stelt hij verdrietig en berustend vast.

“Het is nu stil in mij”, zegt hij. “Daar is toch ook een lied over”, vraagt hij?

Inderdaad.. en dat lied wil hij op zijn uitvaart gedraaid hebben, zegt hij.

Poeh, wel serieuze kost allemaal, en ik vraag of hij zich verder wel goed voelt?

Ja, dat wel, maar familie die hij nu niet ziet, hoeft hij dan ook niet op zijn begrafenis, zegt hij..

Hij wil al vroeg naar buiten, voor frisse lucht, zegt hij.

Roken hoeft niet, want hij is er weer mee gestopt, maar dat durft hij nog niet hardop uit te spreken, geeft hij aan.

In de hal beneden weet hij opnieuw niet waar hij is en waar hij naartoe moet.

Taxi is helaas drie kwartier te laat, en hij is moe, zie ik.

(Tussendoor had ik nog gebeld met de centrale, en de taxichauffeur had pauze gehad en zou er met 10 minuten zijn…dus niet..)

Zondag, als hij met de taxi zijn zoon bezoekt, wordt hij maar liefst anderhalf uur te laat opgehaald.

Dinsdag, als ik de afdeling op loop, word ik staande gehouden door een zorgmedewerker, die mij meldt dat mijn eega erg suf is en verward en boos, en dat de logopedist meegekeken heeft met het eten, en het beter vindt dat zijn eten voortaan wordt gemalen, waar mijn eega mee akkoord is gegaan.

Poeh…allemaal niet leuk om te horen..

Ik heb de keuze om het allemaal niet te horen, want dat kan ook, maar dat is voor mij geen optie, dus nu moet ik er ook mee dealen, hoe zwaar ook.

Als ik bij mijn eega op de kamer kom, zie ik hem met open mond wezenloos naar het plafond staren.

Ik schrik opnieuw..

Hij reageert gelukkig wel als ik hem aanspreek.

Hij doet zijn beklag over de zorgmedewerkers van die ochtend, die volgens hem “klerelijers” zijn.

Ik ga even “verhaal” halen bij de zorg, en hoor dat alles vandaag verkeerd valt bij hem, en dat ze bepaalde handelingen nu eenmaal moeten verrichten..

Ze hebben hem vaker geholpen, en dan ging het gewoon goed..

Ik weet het ook van mijn eega, dat als iets verkeerd valt, dat er dan bij hem een kettingreactie kan ontstaan en dat dan alles verkeerd is.

Eén medewerker stelt voor dat ik vanmiddag misschien beter met hem op zijn kamer kan blijven, maar mij lijkt afleiding juist beter, en daarvoor krijg ik ook steun van een andere medewerker, dus we gaan “gewoon” naar de natuuractiviteit.

Eenmaal buiten is hij erg emotioneel, laat zijn tranen de vrije loop, en zegt dat ik de liefste persoon ben die hij vandaag heeft gezien..

Ik troost hem en ben blij dat ik dat ik dat voor hem kan zijn.

Later, als we weer op zijn kamer zijn, krijgt hij zijn gemalen eten, waarvan hij was vergeten dat hij daarmee had ingestemd, en het stemt hem opnieuw boos.

De huiskamermedewerker weet goed hoe ze met hem om moet gaan en ik probeer ook nog één en ander te relativeren, waardoor hij uiteindelijk toch rustig wordt.

Op de gang tref ik nog een echtgenote aan, wiens man tegelijk met mijn eega in het ziekenhuis lag, en met wie het echt bergafwaarts gaat. Ik praat even met haar.

Het was me allemaal even teveel vandaag, en ik lig er ‘s nachts van wakker…

 

 

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top