skip to Main Content

Weekje zorghotel

Woensdagavond belt hij mij op en vertelt dat hij hele erge pijn in zijn linkerhand had gehad en dat hij zijn hand niet kon vinden..

Dat neglect (onbewust van linkerkant) blijft toch een wonderlijk iets.

Hij had de verpleging opgepiept, die vervolgens vroegen wat er was, en ja, als hij dan zegt dat hij zijn linkerhand kwijt is, kun je je hun reactie wel voorstellen.

Zijn linkerhand bleek ergens klem te zitten aan de zijkant van de rolstoel.

Vrijdag is een spannende dag, dat vinden we allebei, want we gaan samen een weekje naar een zorghotel.

En dan gaan we nog niet eens naar Spanje, maar naar een hotel in Brabant.

We leven al ruim twee jaar apart van elkaar, dus dat zal weer wennen zijn.

Vrijdag en zaterdag verlopen prima, op het nachtelijk gesnurk na van mijn eega, die werkelijk een heel bos omzaagt.

Hij zegt dat ik hem dan een por moet geven, maar ik ben blij dat hij goed slaapt, en laat hem dat bos dan maar omzagen.

Zondag is hij wat in de war, onredelijk, boos op verzorgend personeel, boos op mij.

Vanuit zijn eigen zorginstelling is er een zorgplan naar het zorghotel gestuurd, zodat ze “hier” een idee hebben wie ze verzorgen, en hoe dat moet, maar evengoed is het natuurlijk wennen aan elkaar, en zien we elke dag nieuwe gezichten.

Er ontstaat geharrewar rond het toilet en loos alarm rond de stoelgang: toilet met of zonder verhoger, wordt uiteindelijk “kaal” toilet, zonder iets erop, gewoon de koude pot waar hij op wil zitten, en de aandrang is er dan wel en dan niet.

Verzorgend personeel geeft hem hierin in eerste instantie de ruimte, maar als ze steeds voor niks komen en gaan vragen of hij echt “moet”, dan gaat de irritatie over en weer toenemen.

Ik was ook even benieuwd naar deze ontwikkeling, maar in zijn eigen instelling hebben ze niet voor niks vaste toiletmomenten voor hem ingepland, want dat werkt het beste, zo blijkt.

Gelukkig ken ik dit probleem van hem en weet ik hoe ze er “thuis” mee omgaan, dus ik kan dat zowel naar de verzorging als naar hem communiceren, en dat geeft dan weer wat rust in de tent.

We treffen het met het weer deze week: lekker temperatuurtje, en maar 1 regendag.

Maandag gaan we het bos in, op ontdekkingstocht.

Ik weet redelijk wat de elektrische rolstoel aankan en wat ik er zelf qua stuurmanskunst mee kan, dus ik durf wel van de gebaande paden af te gaan en zoek wat meer de bospaden op, ondertussen wel in de gaten houdend dat ze niet al te hobbelig zijn, en in ieder geval ook breed genoeg.

Hij is bang dat we verdwalen, wat met mijn moderne telefoon haast niet gaat lukken.

Ik knijp e’m af en toe of de rolstoel niet gaat kiepen, maar niets van dat alles is gebeurd.

Zo fijn om de elektrische rolstoel mee te hebben, want dan kunnen we ook grotere afstanden afleggen.

De accu is toereikend voor 25 kilometer, dus dat is aardig wat en dat ga ik lopend naast de rolstoel niet halen.

Een kilometer of 10 is mooi.

Dinsdagavond ben ik wat stil doordat ik moe ben, niet van het lopen, maar van het hele “circus” om hem heen, en hij voelt zoiets feilloos aan.

Hij verwijt mij dat ik stil ben en of ik soms van hem af wil, en of hij zijn zoon moet opbellen om hem op te halen.

Zulke opmerkingen werken op mij als een rode lap op een stier, en ik reageer geïrriteerd dat ik gewoon moe ben, en of ik dat niet kan of mag zijn.

Ik belast hem verder bewust niet met waarom ik me moe voel, dat houd ik voor mijzelf.

Later geeft hij toe dat hij zelf niet lekker in zijn vel zat, en dat dan op mij af gaat wentelen.

Blij dat hij soms toch nog over dat zelfinzicht beschikt.

Woensdagavond zijn we samen in tranen, vanwege alles.

We hebben allebei geen vakantiegevoel, niet dat vakantiegevoel wat we kennen van voorheen, toen hij nog kon lopen en alles makkelijker was, en hij zichzelf nog kon redden, met een beetje hulp van mij.

Gelukkig begrijpen we elkaar hierin.

Donderdagochtend moppert hij over een snurkende man die maar bleef snurken en dat hij dat ’s nachts ook tegen mij had gezegd..

Ehm…voorzichtig zeg ik dat hij waarschijnlijk zichzelf heeft gehoord..

Volgens hem is dat niet waar, maar ik weet wel zeker van wel, want ik heb die snurkende man alle nachten gehoord, en dat was niet de buurman.

Het is een prachtige laatste dag van de week, en we trekken nog eens het bos in.

Op onze dwaaltocht van de vorige keer, heb ik wat mooie paden gespot, en ik herinner mij een bord met melding van waar grote grazers te zien zouden zijn, en met die informatie in mijn achterhoofd, gaan we op pad.

We zien inderdaad de grote grazers en vergapen ons daaraan, maar ook zien we paarden en een veulentje.

Dit was onze mooiste dag.

Vrijdag zit de vakantieweek er weer op: mijn eega heeft genoten van zijn dagelijkse spiegeleitje bij zijn ontbijt en van ons samenzijn, al was het soms moeilijk, en ik ben blij dat ik dit heb gedaan.

We kunnen er even op teren en volgend jaar zien we wel weer verder of het nog eens voor herhaling vatbaar is.

Bij thuiskomst in zijn eigen zorginstelling, na een lange taxirit van drie uur maar liefst, wacht zijn buurvrouw hem al op.

Blij dat hij er weer is.

 

 

 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X