skip to Main Content

Wat is er loos?

Dinsdag vertelt hij ’s nachts pijn in zijn hoofd te hebben gehad, aan de rechterkant, en dat hij daarna een epileptische aanval kreeg.

De verpleging bevestigt dit later.

Hij is down, teleurgesteld in zijn linkerbeen dat het af liet weten met zwemmen.

Zegt dat hij walgt van zichzelf, van zijn hulpbehoevendheid.

Vraagt zich hardop af wat ik nog aan hem heb, en dat is hartverscheurend.

Hij is misselijk, wil alleen wat vla eten, maar houdt ook dat niet binnen.

Hij is moe, wat hij zelden aangeeft, en hij wil zelfs niet naar de herensoos.

Het enige wat hij nu nog wil, is naar bed.

Woensdag krijg ik telefoon van de afdeling, dat hij nader wordt onderzocht in verband met zijn misselijkheid en overgeven.

Donderdag gaat hij weer zwemmen met zijn zoon in Koog aan de Zaan.

Omdat hij toch wat warrig is, check ik bij hem of hij de naam van de zorginstelling weet, voor je weet maar nooit.

Hij weet niks.

Ik maak een briefje met adresgegevens voor in zijn tasje.

“Dat het zover moet komen met mij”, zegt hij, maar hij protesteert niet.

Grappend zegt hij dat ik zo nooit van hem afkom.

Vrijdag belt de afdeling, of ik met spoed een echo wil aanvragen bij het ziekenhuis, voor zijn buik.

De arts hoort weinig beweging in zijn darmen.

Als hij ’s middags door de taxi is afgezet en we voor onze woning staan, slaat de voordeur dicht die ik net had geopend, met de sleutel erin aan de andere kant van de deur.

Oeps! Gelukkig zijn er reservesleutels bij de buren en die zijn gelukkig ook thuis.

Dan word ik gebeld door de zorginstelling, met de vraag of ik de ziektekostenverzekeraar kan bellen vanwege aanvraag voor zittend ziekenvervoer, want die machtiging schijnen ze niet te hebben.

Zij kunnen dit nu niet regelen, omdat mijn echtgenoot bij mij thuis is, en hij toestemming moet geven voor de machtiging.

Ik bel de verzekering: tig wachtenden voor mij aan de telefoon.

Vervolgens hoor ik dat er wel degelijk een machtiging is afgegeven, wat ik ook al dacht.

Ik bel de desbetreffende persoon bij de zorginstelling terug, ondertussen balend dat ze hun zaken niet goed op orde hebben en dat ik hiermee bezig moet zijn, onnodig, in onze tijd die we samen hebben.

Hij krijgt last van zijn buik. Ik laat de rugleuning zakken en dat geeft gelukkig verlichting.

Op deze manier kan hij ook beter ademhalen.

Ik mail de zorg coördinator over deze bevinding, want dat kunnen ze dan ook doen met de rugleuning van de elektrische stoel.

Dinsdag moet ik met hem naar het ziekenhuis voor de echo.

Op de afdeling word ik aangesproken door een verpleegkundige, die bezig is met het levensverhaal van mijn eega en zij wil graag nog wat informatie van mij. Ik zal één en ander op papier zetten voor haar.

Als ik hem dit vertel, reageert hij geschrokken: “Ga ik nu dood?”

Zowel de verpleegkundige als ik stellen hem gerust.

De taxi is te laat. Ik moet bellen. Wat vervelend is dit nu weer.

Als we bijna bij het ziekenhuis zijn, meldt de chauffeur ook nog iemand op te moeten halen.

Ik protesteer. Hij zegt dat het maar vier minuten rijden is, maar dat is natuurlijk wel twee keer die tijd, en zodoende komen we bijna een kwartier te laat op de afspraak.

Gelukkig kunnen we nog wel terecht.

Degene die de echo moet maken, vraagt of mijn eega de overstap kan maken vanuit de rolstoel naar het bed.

Nee dus, en daar had ze geen rekening mee gehouden. Eerst probeert ze de echo te maken terwijl hij in de stoel zit, maar dit lukt niet.

Er moet dus een tillift aan te pas komen en dat gaat ze regelen.

Samen doen we zijn transfer vanuit de rolstoel naar het bed, want dit had ze nog niet eerder gedaan.

Hij wordt uitgebreid onderzocht. Er zit iets, en wat dat iets is, krijgen we de volgende dag te horen van de arts van de zorginstelling.

De taxi voor de terugreis is er wel snel, alleen moet die nu een kwartier wachten op een andere reiziger.

Inmiddels is zijn broek nat. Ik meld dit bij aankomst in de zorginstelling, maar hij kan gewoon wachten tot het tijd is, zo blijkt.

Hij zit twee uur met een natte broek. Hoeveel haast zouden ze hebben met hun eigen natte broek?? Schandalig!

De volgende dag kan ik lang wachten op bericht van de arts en ik bel dus zelf maar weer.

Wat er te zien was op de echo, was een onschuldige substantie in de galblaas. Niks bijzonders dus, gelukkig.

Dinsdag was er ook bloed afgenomen voor onderzoek, maar ruim een week later heb ik daar nog steeds de uitslag niet van.

Navraag levert niets op, behalve de belofte dat ik het hoor zodra er meer bekend is.

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X