Wat is dementie – Het geheugen

Wanneer het woord dementie valt dan is een van de eerste dingen waar aan gedacht wordt, het verlies van geheugen, vergeetachtigheid.
Helaas is dat lang niet het enige wat er ontstaat bij dementie.
Dementieverschijnselen worden wel in de meeste gevallen als eerste herkend door stoornissen van de cognitieve functies. (bij LewyBodyDementie of FrontoTemporaleDementie bijvoorbeeld staan geheugenstoornissen vaak juist niet op de voorgrond)
Cognitieve functies zijn de zogenaamde “kennende” functies, die een mens nodig heeft om met zichzelf en de omringende werkelijkheid om te kunnen gaan. Je moet kunnen waarnemen, denken en onthouden om in staat te zijn handelend op te treden.
Het geheugen is een belangrijke voorwaarde voor de cognitieve functies. Zonder een goed geheugen kan men zich niet goed oriënteren in de omringende wereld. Zo is ook het besef van tijd afhankelijk van het geheugen.
Het geheugen is dus een belangrijke functie, die we hard nodig hebben bij ons dagelijks functioneren.
Anneke van der Plaats zegt in haar boek “de dag door met dementie”:
“Met ons geheugen kunnen we beelden die we zien begrijpen/duiden en hiermee een situatie herkennen. Dat laatste is nodig voor alle handelingen die we doen, die samen ons gedrag typeren”.
In datzelfde boek word uitgelegd wat er nu eigenlijk allemaal in het geheugen zit.
Allereerst onze herinneringen. Alles wat we vanaf onze geboorte meemaken word op volgorde opgeslagen in ons geheugen. Vooral de dingen die we meemaken waar een emotionele “lading” aan vast zit onthouden we. Iedere dag komen er herinneringen bij en ook gedachten vormen herinneringen.
Van alles wat we om ons heen zien, van jongs af aan, slaan we “plaatjes” op in ons geheugen. Daardoor kunnen we dingen en personen herkennen als we die een volgende keer weer zien. Zo herkennen we onze vader en moeder, ons huis, de inrichting van ons huis enz.
Zo weten we bijvoorbeeld ook dat wanneer we een stoel zien dat we daar in kunnen gaan zitten, of we zien een fiets en we weten dat we daar op kunnen fietsen.
In ons geheugen zitten ook onze automatische beweegpatronen.
Zoals je als kind leert om een glas te pakken en eruit te drinken. Je moet het vastpakken, zó dat je het niet laat vallen maar ook niet te stevig om het niet te laten breken. Je moet het naar je mond brengen en zo drinken dat het niet uit je mond loopt. Dat gaat eerst niet vanzelf, daar is oefenen voor nodig maar daarna gaat het automatisch.
En dan zitten er in ons geheugen automatische taalpatronen.
We weten wat we willen zeggen, we hoeven niet na te denken over woorden en zinnen. Alle woorden die we gebruiken hebben we ooit gehoord en/of gelezen en zijn in ons geheugen opgeslagen.
Bij mensen die dementie hebben verdwijnen de herinneringen die ze hun hele leven opgeslagen hebben, met de klok terug, stuk voor stuk. Huub Buijssen beschrijft in het boek “de heldere eenvoud van dementie” over verdwijnende dagboeken. Hoe in de hersenen een denkbeeldige plank met dagboeken staat. Alle herinneringen staan daarin en elke keer valt er weer een dagboek om. Eerst die boeken waar recent nog in “geschreven” is.
We spreken van een korte termijn geheugen en een lange termijn geheugen. Het korte termijn geheugen verdwijnt als eerste bij mensen die dementie hebben. Dat zijn de dingen die net gebeurd zijn, die onthouden ze niet meer. Zo kan het voorkomen dat ze tig keer op een dag een pakje boter in de winkel gaan halen, omdat ze vergeten zijn dat ze er net om geweest zijn, of ze vergeten waar ze hun portemonnee gelegd hebben of ze vergeten dat ze het eten op hebben staan enz.
Het langere termijn geheugen functioneert meestal nog lange tijd goed. Hierin worden allerlei belangrijke zaken opgeslagen die een mens nodig heeft om in de maatschappij goed te kunnen functioneren. Alles wat je in je leven geleerd hebt wordt in dit lange termijn geheugen bewaard.
Bij stoornissen in dit geheugen gaan mensen met dementie dingen uit hun kindertijd vertellen alsof die net gebeurd zijn. Ze kunnen heden en verleden niet meer uit elkaar houden. Gebeurtenissen worden door elkaar gehaald en vaak worden ze ook met verkeerde tijdstippen verbonden. Gebeurtenissen met een zelfde emotionele lading bijvoorbeeld, kunnen ook vaak zorgen voor verwarring van tijd en persoon.
Bijvoorbeeld: een vrouw haar schoonvader is door een hartstilstand op jonge leeftijd overleden, haar man overlijd op 75 jarige leeftijd ook aan een hartstilstand. Mevrouw verteld aan iedereen dat haar man op hele jonge leeftijd is overleden en dat ze al heel lang weduwe is, dat haar kinderen hun vader maar kort gekend hebben. In werkelijkheid heeft ze het dus over haar schoonvader, die zij maar kort gekend heeft. Niet zij is jong weduwe geworden, maar haar schoonmoeder. Zo haalt ze dus gebeurtenissen/personen uit het verleden in de war met gebeurtenissen/personen uit het heden.
© Mariët de Landmeter
Volgende blog zal gaan over oordeel/kritiekstoornissen en initiatiefverlies

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top