skip to Main Content

Wat is dementie – de 3 A’s

In eerdere blogs heb ik de meest voorkomende symptomen genoemd die voor kunnen komen wanneer er sprake is van dementie. We hebben het gehad over het belang van een goed geheugen en hoe een niet goed werkend geheugen het meest bekende symptoom is bij dementie. Ook hebben we het gehad over oordeel en kritiekstoornissen. Vandaag wil ik het hebben over de 3 A’s.
AFASIE
Afasie= het hebben van problemen met het spreken en/of het taalbegrip.
Je hebt verschillende vormen van afasie, je hebt sensorische afasie en motorische afasie en een combinatie van deze twee, gemengde afasie.
Bij de motorische afasie is er het onvermogen tot spreken. Woorden worden niet meer gevonden, omdat de woordenschat in het geheugen steeds verder afneemt, en hiervoor in de plaats word een ander (verkeerd) woord gezegd. Dit zijn dan ook vaak nog eens woorden die niet bestaan.
De sensorische afasie is het onvermogen tot begrijpen van gesproken taal. Hierbij worden woorden die de ander zegt niet begrepen of verkeerd begrepen.
Het is te begrijpen dat dit veel frustratie en/of verdriet op kan leveren. Zeker wanneer de mensen met dementie in de gaten hebben dat ze het juiste woord niet kunnen vinden, of het verkeerde woord gebruiken.
Maar ook voor de omgeving is dit heel moeilijk, want wat wil men nu eigenlijk zeggen, wat bedoelt mijn naaste? Hoe kan ik dingen duidelijk maken wanneer ik niet weet of het wel overkomt wat of ik zeg? Enz.
Afasie komt bij dementie in een vroeg stadium vaak voor. Mensen moeten langer nadenken voordat het goede woord gevonden is, en uiteindelijk worden zinnen korter, onsamenhangender en bestaan meer en meer uit onbegrijpelijke woorden. Ook word datgene wat door anderen gezegd word steeds minder begrepen.
De taal die in een ver stadium van de dementie, waarin de afasie ver gevorderd is, het beste bruikbaar lijkt , is het gebruiken van gebaren bij alles wat je zegt.
APRAXIE
Onder apraxie verstaan we het langzamerhand ontstaan van een onvermogen om allerlei handelingen goed uit te voeren.
Zo lukt het dan niet meer om allerlei heel gewone alledaagse handelingen bij het verzorgen van zichzelf uit te voeren. Bij een heleboel handelingen die we normaal zonder bij na te denken uitvoeren, hebben we van jongs af aan een bepaalde volgorde geleerd.
Je trekt bijvoorbeeld bij het aankleden, eerst ondergoed aan en dan pas de bovenkleding.
Bij mensen met dementie verdwijnt dit vermogen om handelingen “op volgorde’ uit te voeren en kan het voorkomen dat ze een hemd over een trui aan trekken of twee broeken over elkaar heen.
Maar ook koffie zetten bijvoorbeeld kunnen ze niet meer, ze zetten bijvoorbeeld eerst het apparaat aan en daarna pas water erin, of ze doen water in het filterzakje en schepjes koffie in het waterreservoir. In het begin kan het dan helpen alles op een vaste volgorde klaar te leggen maar als de dementie vordert lukt ook dat niet meer.
AGNOSIE
Agnosie is het verlies van het vermogen om personen, voorwerpen, geluiden, geur enz. te herkennen, terwijl de zintuiglijke waarneming grotendeels wel intact is.
De meest voorkomende vormen zijn visuele en auditieve agnosie, maar de aandoening kan ook bij de andere zintuigen voorkomen. Iemand kan bijvoorbeeld een rinkelende telefoon horen, maar het signaal niet als verzoek tot communicatie herkennen.
Aan de andere kant kan hij wel reageren op een telefoonsignaal, maar de telefoon niet herkennen als het toestel dat hij daarvoor moet gebruiken.
Als iemand bijvoorbeeld een kop hete thee krijgt aangeboden en deze niet als heet herkent, kan hij zich pijn doen of brandwonden oplopen. Een bewoner liep in de keuken en stak onverwacht haar vingers in een pruttelende pan met hete saus, ze herkende de warmte, de pan en het geborrel wat bij een heet gerecht hoort niet. “Auw! dat is koud” riep ze verschrikt uit! Naast agnosie had ze ook afasie waardoor ze het verkeerde woord gebruikte.
© Mariët de Landmeter

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X