skip to Main Content

Wankel evenwicht

Dinsdagochtend hoort hij eerst dat het zwemmen (weer) niet doorgaat, maar daarna toch wel.

Heerlijk toch steeds, die verwarrende berichten.

Eenmaal in het water, blijkt zijn linkerbeen niet van plan te zijn om fatsoenlijk mee te doen, dus van lopen door het water komt deze keer niks terecht, het wordt daarom “verplicht” zwemmen op de rug.

Hij wordt gerustgesteld, dat het bij zijn ziekte hoort, die wisselvalligheid, het onwillige van in dit geval zijn linkerbeen.

Mij was gevraagd vandaag vroeger te komen zodat ik hem naar de tandarts kon brengen, wegens klachten, voorafgaand aan de natuuractiviteit.

Er werd een beetje makkelijk over gedacht, want ik moest toch al eerder komen vanwege de natuuractiviteit, maar nu dus nog een uur vroeger, maar goed, ik doe het.

Bij aankomst heeft hij net gegeten, moet dan nog tanden poetsen, en ik weet uit ervaring dat het dan een hele toer wordt om hem op tijd mee te krijgen, want hij blijft flossen en poetsen, alsof alles afhangt van deze poetsbeurt.

Ik moet hem toch aansporen en krijg dan een hele boze blik en woede uitbarsting over mij heen.

Gelukkig komen we toch net op tijd bij de tandarts.

De natuuractiviteit is weer leuk en gezellig, gelukkig.

Eega blijft stilletjes verder en eenmaal terug op de kamer vertelt hij over zijn linkerbeen dat het af liet weten bij het zwemmen en hoe hij daarvan schrok.

Ik wist ook wel dat zijn woede uitbarsting ergens vandaan moest komen, en dat was dus om de frustratie van het eerst horen dat het zwemmen niet door zou gaan en vervolgens omdat zijn linkerbeen helemaal niks “deed”..

Het valt ook allemaal niet mee, leven met die wisselvalligheid, leven tussen hoop en vrees.

Hij kijkt wat treurig om zich heen op zijn kamer, zegt dat het bijna Kerst is, maar dat het nergens aan te zien is.

Ik merk op dat er vast wel kerstversiering is in de huiskamers en misschien wel een boom ook en ga even checken.

Dat is inderdaad het geval.

Niets op zijn kamer.

Nee, dat is ook een beetje lastig in de kleine kamer, waarbij je ook nog rekening moet houden met de rolstoel die hier en daar ergens tegenaan kan rijden, want dat zie ik ook aan de grote en kleine tafel die vaak scheef staan.

Hij wil gewoon een klein boompje, maar ook staat alles behoorlijk vol op plekken waar iets kan staan, dus dat wordt moeilijk.

Hij is er wel dusdanig mee bezig, dat ik weet dat ik iets moet doen hiermee, maar weet nog even niet hoe en wat.

Zaterdagochtend pak ik de auto en rijd wat winkels af en vind bij een tuincentrum een mooi mini boompje waar al verlichting in zit en wat versiering, al is dat niet de Jordanese uitvoering die hij graag ziet.

Die is “bont”, weet ik, dus daar moet ik nog wat op verzinnen.

In een andere winkel scoor ik wat groene en rode kerstballen, voor de bonte touch.

Ik rij door naar de zorginstelling en stap met mijn armen vol zijn kamer binnen.

Hij reageert niet verbaasd op mijn onverwachte komst en ik moet hem attent maken op wat ik in mijn armen heb.

De reactie laat zo lang op zich wachten dat ik denk dat er helemaal geen komt, maar uiteindelijk dan toch.

Zijn ogen lichten op en hij zegt: “Wat mooi!”

Ook zegt hij dat hij het lief van mij vindt dat ik die moeite heb gedaan.

Geslaagde actie dus.

Ik ga terug naar huis, even snel wat eten, voordat de taxi hem thuis afzet voor het wekelijkse bezoekje.

Als hij er is, lopen we door naar het winkelcentrum, want hij wil graag een broodje worst van de bekende winkel.

Zo gezegd, zo gedaan.

De rolstoel duwt lekker licht; blij mee.

Eenmaal weer thuis praat hij over wat hem veel bezighoudt, gedachten over mensen die er niet meer zijn, over een overleden buurvrouw die zelfmoord had gepleegd, waar hij zich deels schuldig over voelt, waarvan hij afstand had moeten nemen omdat zijn vrouw het niet meer kon verkroppen dat zij aandacht van hem opslokte, schuldgevoel ook ten opzichte van zijn overleden vrouw op wie hij soms zo boos was geweest, uit onmacht.

Met liefde neem ik even de rol van coach op mij, ben dat ook, heb er diploma’s van liggen, nooit werk van gemaakt verder, maar de kennis is altijd toepasbaar en handig in dit soort situaties.

Ik krijg hem emotioneel toch weer goed op de rails en zo kan hij rustig terug naar “huis”, zoals de taxichauffeuse het voor mijn gevoel ongelukkig formuleert, want dit is zijn huis, en dat de zorginstelling, noodgedwongen zijn onderkomen.

Ze vraagt nog of hij niet liever wilde blijven hier…

Pfff…gelukkig weten we allebei “beter” en we doen er het zwijgen toe.

Ik zwaai naar hem en hij zwaait terug en dan maakt hij bewegingen met zijn hand dat ik naar binnen moet gaan, wat ik pas doe als de taxi de bocht neemt, de straat uit..

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X