Vrijdag de 13e: dat zullen we weten ook.

De telefoon staat weer ouderwets “roodgloeiend”; wat niet wil zeggen dat alles pais en vree is.

Als ik hem “nee” verkoop op een bekende vraag van hem in de familiesfeer, hij mij onder druk probeert te zetten, waar ik hem niet de ruimte voor geef, dan krijg ik vervolgens te horen dat ik het weer voor hem heb verpest.

Een samengesteld gezin kan normaal al lastig zijn om dat goed op de rails te zetten, laat staan hoe moeilijk dat was en is in onze situatie, met zijn ernstige gezondheidsproblemen, en met zulke verschillende achtergronden.

Het is niet gelukt, en we moeten onder ogen zien dat het ook niet gáát lukken; iets wat vooral mijn eega niet kan verkroppen.

Soms gooit hij het over een andere boeg, en zegt dan dat ik met mijn hand over mijn hart moet strijken.

Ik heb dat echter vaak genoeg gedaan, om hem een plezier te doen, maar als er steeds opnieuw toestanden ontstaan, dan is het een keer klaar, en dat punt heb ik nu echt wel bereikt.

Het gescheiden moeten leven is heel naar, maar in dit geval tegelijkertijd ook een uitkomst, want het samengestelde gezin hoeft nu niet samen te zijn.

Ik begrijp heus dat mijn echtgenoot het graag anders had gezien, en dat geldt voor mij ook, maar wat niet werkt, dat werkt niet.

Zijn bodywarmer is wederom zoek, net als de vorige week.

Ik maak er melding van; de vorige keer kwam die weer boven water, hopelijk deze keer ook, want het is zo handig aantrekken bij hem, in plaats van een jas met mouwen, al ontkom ik daar in de wintermaanden natuurlijk niet aan.

Na de herensoos belt hij nog op, praat lief, lijkt zijn boosheid vergeten te zijn, waar hij meestal juist een goed geheugen voor heeft.

Ik was “blij” dat ik aan zijn boosheid had kunnen “ontsnappen”, al ga ik dan met een rotgevoel naar huis.

Vrijdag zouden we samen mijn zus gaan bezoeken in het ziekenhuis, maar mijn zwager heeft het afgeraden om mijn echtgenoot met diens slapende schoonzus te confronteren, want iedereen komt er onderhand “beroerd” vandaan, omdat er zo weinig verandert in haar staat van “zijn”, in positieve zin.

Ondertussen is de bodywarmer weer boven water: die was blijkbaar uitgeleend aan een koukleumende “buurman”, wat mijn echtgenoot vergeten was, maar zijn schoondochter wist op te helderen, omdat zij en haar man (zoon van mijn eega) daar bij waren geweest.

Mijn echtgenoot had zijn zoon er zelf over opgebeld, nadat ik voorzichtig had geopperd dat die misschien bij zijn zoon was blijven hangen, zondag; een “beschuldiging”, zoals mijn echtgenoot dat noemde, die “uiteraard” verkeerd viel. Zucht.

Ik dring er bij mijn echtgenoot op aan om niet nog eens zo genereus te zijn om zijn bodywarmer uit te lenen, want “buurman” kan zelf naar zijn kamer voor een vest of iets dergelijks. Zo’n zoektocht elke keer is ook vervelend voor alle betrokkenen, en “straks” is zijn bodywarmer echt weg. Hij zegt niks daarop, maar ik hoop dat hij het onthoudt.

Donderdag meldt hij een hoogoplopende ruzie met zijn buurvrouw, vanwege een balkondeur, die zij liefst dicht heeft, of hooguit op een klein haakje, zelfs met mooi weer, en waar mijn echtgenoot door naar buiten wil om te kunnen roken.

Hij heeft er lange tijd begrip voor gehad, maar nu met dit mooie weer niet meer.

Ze bewaakt de deur angstvallig door ervoor te gaan staan in haar rolstoel, en dat werkte uiteindelijk als een rode lap op een stier bij mijn echtgenoot, en hij was expres tegen haar aangereden met zijn rolstoel, vertelt hij.

Hij belt mij nog een paar keer, nu met de vraag of ik nog gebeld ben door de zorg coördinator.

Nee, niet. En als ik hem vraag waarom zij mij zou moeten bellen, doet hij er het zwijgen toe.

Laat in de avond krijg ik mail hierover; dat hij pijn had gehad in zijn voet, en daarmee eigenlijk naar het ziekenhuis had gemoeten voor een foto, maar dat hij dat afgewezen had.

Ik mail terug met de vraag of zijn kwetsuur mogelijk te maken heeft gehad met de “aanrijding” met zijn buurvrouw, maar dit “akkefietje” is schijnbaar niet aan de grote klok gehangen, en haar niet bekend.

Hmm…wel raar, want volgens mijn echtgenoot had zij de hele boel bij elkaar geschreeuwd en stonden daarna “alle” zusters op de gang.

Tsja, wat je wel of niet moet geloven…..

Vrijdagochtend word ik door de zorg gebeld dat hij een hevige epileptische aanval had gehad, drie maal gecoupeerd had moeten worden, en dat hij nu voor pampus in bed lag.

Vrijdag de 13e…….pfff….daar had ik het vorige week nog over..

Maar goed dat we niet naar mijn zus zouden gaan dan, want dan hadden we dat moeten annuleren.

Ik ga nu in de middag maar naar hem toe, en dan gaat het alweer beter met hem, en zit hij in zijn rolstoel.

Het mysterie van zijn geblesseerde voet wordt nu ook door hem opgehelderd: na de ruzie met zijn buurvrouw de vorige dag, was hij kwaad weggereden in zijn rolstoel, had niet goed opgelet, en was tegen een deur opgereden, waarbij hij zijn voet had bezeerd.

Ik vroeg of hij dat verteld had tegen de zorg, en nee, dat had hij niet, zei hij.

Dat valt onder de categorie “geen slapende honden wakker maken”, hem een beetje kennende..

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top