Tuinhuisjes in de tuin voor een zorgafhankelijke ouder

Dit is de titel van een waargebeurd verhaal uit mijn eerste boek dat ik in 2019 publiceerde.

Ik schreef toen al: “Dit type tuinhuisjes lijkt een hype te worden. Vermoedelijk in plaats van samenwonen onder een dak. Uit ervaring in de wijkverpleging zal ik een bejaarde vrouw en/of man en een kind het voordeurdelen niet snel aanbevelen. Het gaat meestal maar net goed. Soms duidelijk niet.”

Het voordeurdelen – het splitsen van een woning – kwam ik in vele vormen tegen en in diverse relationele sferen. Gezinnen of één kind samenwonend met een ouder of twee ouders in één huis, al dan niet met twee aparte ingangen. En ook ouderen die in een soort ‘Tiny House’ wonen binnen een boerderij.

Te vaak kon ik als hun ‘zuster’ mijn kont niet keren in die wc- en doucheruimtes om de oudere te helpen. Bepaalde zorghandelingen waren een aanslag op mijn rug. Ik wist toen al dat deze voor de mantelzorger nog zwaarder waren door het aantal keren per dag/per week die hun ouder moest worden geholpen.

Ook heb ik een collega begeleid die een bejaarde man verzorgde die in een kamertje in de schuur op het erf naast een grote boerderij woonde. Dit was een dieptrieste zorgsituatie: de man was slecht ter been, zag alleen daglicht via een raampje hoog in de muur van de schuur en in de winter was de gevoelstemperatuur achttien graden. De relatie met zijn zoon was goed, echter niet met zijn schoondochter. De man kreeg wel drie keer per dag eten en drinken in de schuur aangereikt.

In een andere zorgsituatie ontdekte een zorgverlener ernstige ondervoeding bij een oude zorgafhankelijke vrouw die door haar nicht, een verpleegkundige, in een tuinhuisje in haar tuin was ‘opgenomen’.

Er vindt dus niet altijd een prettige voordeurdeling in ruil voor de verzorging plaats. Het risico op financiële uitbuiting van een ouder is reëel, gezien het toegenomen scholingsaanbod voor hulpverleners én notarissen. Ter voorkoming hiervan.

Zaterdag 30 september luisterde ik stomverbaasd naar het nieuws op de radio. Elk uur hoorde ik dat het plaatsen van een tuinhuisje ten behoeve van mantelzorgers en hun ouder min of meer werd gepromoot: “Op dit moment kan je zonder vergunning van de gemeente al een tuinhuisje (mantelzorgwoning) bouwen, zodat een vriend of familielid van dichtbij intensieve zorg kan verlenen. Veel gemeenten vragen daarvoor wel een medische verklaring, die aantoont dat de mantelzorg echt nodig is.”

Vervolgens las ik op NOS.nl het artikel Wonen in de tuin van je dochter. Ik keek met gefronste wenkbrauwen naar de openingsfoto. Ik zag een vitale moeder en dochter, gearmd, lachend en fier overeind staand voor een groot tuinhuis in een grote tuin. In een bijgevoegd filmpje zag ik een zeer luxe chalet.

De dochter woont met haar gezin in een van de 42 gemeenten die een stap verder is gegaan door het geven van een vergunning voor de premantelzorgwoning voor haar moeder in de AOW-gerechtigde leeftijd. Beide vrouwen waren na rijp beraad overeengekomen dat deze vorm van wonen een win-win situatie is. De kleinkinderen houden de oudere vrouw jong, hoorde ik haar zeggen. En oppassen is nu wel zo gemakkelijk.

Het geven van mantelzorg is nog niet aan de orde, maar schriftelijk is vastgelegd dat deze te zijner tijd door de dochter aan haar moeder wordt geboden.

Een tuinhuis(je) moet worden afgebroken als de ouder is verhuisd of overleden.

Wie controleert dit?

Deze vrouw vertelde verder: “Als mijn moeder komt te overlijden, willen we kijken of we het chalet naar Spanje kunnen verplaatsen, om er een vakantiewoning van te maken.”

Ik dacht: wat jammer nou dat je van zo’n huisje niet zomaar een Bed & Breakfast, een studentenwoning of een schrijvershuisje (!) kan maken.

Hoogstwaarschijnlijk kunnen alleen mensen met een hoog inkomen of ouderen met een flinke spaarrekening een behoorlijk ingericht tuinhuis(je) betalen. Evenzo een bekende Nederlandse schrijver die er met veel verve over vertelde hoe geweldig zij het vond om haar moeder gezellig knus dicht bij haar te houden om gemakkelijker voor haar te kunnen zorgen. Toen haar moeder met dementie na een heupoperatie niet meer kon revalideren, werd haar moeder naar een verzorgingstehuis verhuisd; ongeveer na een jaar.

Hetzelfde maakte ik in de wijkverpleging mee. Een ouder die vroeg of laat vanuit een tuinhuisje of deelwoning naar een verpleeghuis ‘moest’ verhuizen. Hetgeen een enorm schuldgevoel bij de mantelzorger en/of met ruzie in de familie veroorzaakte.

De minister voor Langdurige Zorg & Sport en die voor Volkshuisvesting & Ruimtelijke ordening zijn blij met de tuinhuizen-rage.

Maar denken politici op gemeentelijk niveau ook dat een tuinhuisje dé oplossing is om de toenemende zorg voor een ouder meer te waarborgen en overbelasting van een mantelzorger tegen te gaan? Mijn vriendinnen en ik – weliswaar geen politici – weten zeker van níet, wij maakten bewust andere keuzes.

In de Regio Rivierenland heb ik in allerlei creatieve (aan)bouwsels in de tuin ouderen verpleegd, maar nooit hoorde en zag ik dat mantelzorgers, met hun ouder in de directe nabijheid, werden ontlast.

Vaak draaide één mantelzorger(gezin) het meeste op voor het verrichten van bijna alle zorgtaken. Het tekort aan rust overdag en ‘s nachts zag ik destijds niet verminderen. Integendeel. Enerzijds door hun grote verantwoordelijkheidsgevoel om nog meer voor de ouder te doen. Anderzijds door het geven van extra (mantel)zorgtaken die hen werden aangepraat door overige familieleden en/of zorgverleners.

Deze week – even op de koffie bij mijn dochter – keek ik nog eens goed naar de ruime schuur in haar tuin. Ik zei haar dat ik de gordijntjes al voor me zag. Ze keek me bevreemd aan en zei alleen: “Mam!” Hoogstwaarschijnlijk dacht deze verpleegkundige dat ik ze zag vliegen. Ik antwoordde: “Lieve schat, ik ben mijn levenstestament aan het beschrijven en daarin komt een heel andere oplossing naar voren.”

Ik lees en schrijf op dit platform veel over de toenemende (over)belasting door het geven van mantelzorg aan een ouder binnen hun directe woon- en leefomgeving. Natuurlijk ben ik heel blij dat veel mantelzorgers uiteindelijk ‘op de been’ blijven.

Toch blijft mijn advies in deze: Bezint eer ge begint!

Hetty Termeer (1953) is oud-wijkverpleegkundige en oud-docent gespecialiseerd in ouderenzorg; vooral vaardig in de omgang met mensen met dementie en/of pijn door mishandeling.

Zij schreef al jaren binnen de ‘veilige muren’ van een grote thuiszorgorganisatie in de Betuwe. Vanaf 2019, richting haar pensionering, is Hetty auteur.   

In haar boek Ouderenmishandeling komt in de beste families voor vertelt zij autobiografisch in achttien heel diverse korte verhalen over haar praktijkervaringen met ouderenmishandeling,

https://www.boekengilde.nl/boekenshop/ouderenmishandeling-komt-in-de-beste-families-voor/

Haar boek is in 2020 vertaald in het Engels, Elderly Abuse Happens in the Best of Families.

Hetty geeft lezingen en verzorgt workshops in Nederland.
Haar tweede boek verschijnt in februari 2024 onder de titel: Van goeden huize maar emotioneel verwaarloosd.
Taboedoorbreking binnen de ouderenzorg.

Hetty heeft jarenlang intensieve mantelzorgtaken verricht voor haar vader, moeder en tante. Samen met haar man is zij mantelzorger voor een 77-jarige minderbegaafde en lichamelijk gehandicapte neef die in een verpleeghuis woont.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top