Thuisreis

Ik was altijd al een sentimenteel type. Ik bewaarde oude foto’s, deed onderzoek naar de familiegeschiedenis en bewaarde kaarten en brieven die voor mij en, zo dacht ik, voor de volgende generatie van betekenis waren. Onze kinderen toonden weinig belangstelling voor mijn verzameling voorwerpen en mijn passie voor verhalen over familieleden uit vervlogen tijden. Alles wat ik bewaard heb zal samen met mij verdwijnen als het mijn tijd is, en dat geeft niet. Mijn liefde voor herinneringen heeft, na vele jaren en vele gebeurtenissen, geleid tot onze thuisreis. Onze ‘reis naar huis’.

Mijn vrouw, Elizabeth, was meer dan 40 jaar verpleegster en verzorgde stervende en lijdende patiënten met ongelooflijk veel medeleven en liefde. We kochten een enorm Victoriaans Queen Anne huis, waar we onze twee kinderen grootbrachten. De verborgen trappen, de vele hoeken en kamers, de vele kraken en kreunen van het huis zorgden voor een heerlijke jeugd vol avontuurlijke schuilplaatsen, spookverhalen en familiebijeenkomsten. Iedereen kwam altijd naar ons huis voor Kerstmis en andere feestdagen. We hielden van het huis, en het huis hield van ons. In de stilte van de nu lege kamers en gangen kun je het gelach en de stemmen van onze ouders en kinderen nog steeds horen.

Het was misschien jeugdige dwaasheid, maar we verkochten ons geliefde huis toen onze kinderen hun eigen volwassen leven begonnen. Het was een vreselijke vergissing en een beslissing waar we ongelooflijk spijt van hadden. Het nieuwe huis bracht een grote financiële schuld met zich mee, en daarnaast kwamen we in een periode terecht waarin we ouders verloren, waarin kanker en hartziekten optraden, waarin een geliefde schoonzoon stierf en, uiteindelijk, de afschuwelijke komst van de vroege Alzheimer diagnose van mijn vrouw. De grootste strijd in ons leven samen begon op de dag dat het ziekenhuis, waar ze bijna 40 jaar had gewerkt, haar moest ontslaan. Ik had zelf kanker en twee hartaanvallen overleefd, maar dat was niets vergeleken bij wat mijn vrouw te wachten stond.

Het is nu zeven jaar geleden dat de diagnose werd gesteld, en mijn vrouw kan niet meer praten, lopen of op welke manier dan ook voor zichzelf zorgen, Ik zorg het grootste deel van de tijd voor haar maar ik heb ook hulp. Met een eigen bijdrage van bijna 600 dollar per week voor haar verzorging zijn onze middelen beperkt. Ze heeft nooit van een cent van haar pensioenspaargeld kunnen genieten, en ze heeft nooit de kans gekregen om de dingen te doen die de gepland had. Elke dag voel ik mijn hart opnieuw breken als ik voor haar zorg maar ze blijft bij mij, zolang ik de kracht heb en zolang ze er nog is.

We verkochten ons nieuwe huis en verhuisden terug naar de stad. Dat is waar ons verhaal begon en ook eindigt. Ons geliefde Victoriaanse huis werd te koop aangeboden. Je kan me dwaas vinden, maar ik kocht het terug. Het heeft veel reparaties en vernieuwingen nodig en ik bereid het voor op onze terugkeer. De in het houtwerk gekerfde lengtes van de kinderen zijn er na bijna 30 jaar nog steeds. Ik kan nog steeds de vreugde voelen die we daar hebben beleefd.

Mijn vrouw en ik gaan naar huis. Op de een of andere manier ben ik ervan overtuigd dat zij de aanwezigheid van ons oude huis zal voelen, de herinneringen aan ons leven samen daar. Dit is onze thuisreis. Wat er verder gebeurt … de tijd zal het leren.

Geschreven door B. Sherman.

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top