skip to Main Content

Taxi: het is dat het niet anders kan.

Vrijdag voor vertrek hierheen belt de afdeling mij met de vraag waar de taxi blijft.

Blijkt dat zij de verkeerde tijd hebben staan in de agenda.

Hij gaat toch niet voor het eerst op vrijdag naar huis..

Als mijn eega thuis is, eindelijk, want de taxi was ook heel laat, bekijken we de stalen van de woonwinkel voor de vloer en de ramen.

Ik had al eerder mijn keuze bepaald, en ben benieuwd wat hij uit zal kiezen.

De vloer is gelijk duidelijk, daar hoefden we geen van beiden lang over na te denken.

De raambekleding is wat lastiger, meer keuzes daarin, maar uiteindelijk kiest hij hetzelfde als wat ik in mijn hoofd had.

We hebben nog steeds dezelfde smaak.

Na het wandelen kunnen we nog op het balkon zitten.

Het is lekker weer.

Ik moet ondertussen even naar beneden, naar mijn auto, want de monteur is gearriveerd.

Ik laat mijn eega niet graag alleen, vanwege zijn epilepsie, maar dit kan nu niet anders.

Hem meenemen kost teveel tijd.

Als ik een paar minuten later weer bij hem ben, klaagt hij over jeuk in zijn rechtervoet die steeds erger wordt.

Wat nu weer? Ik trek zijn schoen en sok uit en rij hem naar binnen, uit de warmte, en wrijf zijn voet in met een verkoelende crème.

In de paar minuten die ik weg was, had hij zitten “schuren” om zijn schoen uit te krijgen, en ik zie dat de neus beschadigd is.

Hij gaat zo op in de jeukaanval, dat hij besef van waar hij is helemaal kwijtraakt, en hij wil de verpleging oppiepen.

Als ik zeg dat dit niet gaat omdat hij thuis is, kijkt hij mij verdwaasd aan.

Ik geef hem paracetamol, wie weet helpt dat ook tegen jeuk..

Via de vernieuwede link voor de taxi kon ik niet net zoals anders mijn telefoonnummer opgeven, maar stond zijn nummer daarvoor vast. Ik wist dat natuurlijk, maar in alle hectiek stond ik er niet zo bij stil.

Dat dit echt een nadeel is, blijkt rond zijn vertrek.

Zijn telefoon zit in een tasje om zijn nek, samen met de neusspray tegen de epilepsie, en op een bepaald moment meent hij zijn telefoon te horen.

De taxichauffeur meldt al beneden te staan.

Dat is lekker, zeg! Normaal gesproken krijgen we vijf minuten van te voren een seintje.

Nu niks gehoord.

Snel naar beneden, waar we vervolgens de bus voor onze ogen zien wegrijden.

Nu dat weer.

Misschien hebben we het “seintje” gemist..?

Ik bel de taxicentrale, die vervolgens meldt dat de wachttijd 3 minuten bedraagt, en dat dat wettelijk is vastgesteld.

Ik mopper dat ik dat met een man in een rolstoel niet haal.

Gelukkig gaat ze informeren of hij alsnog gehaald kan worden.

Ik hoor niks meer en bel zelf dan maar opnieuw met de taxicentrale, die aangeeft dat er over een kwartier een taxi zal komen.

De telefoon gaat over, mijn eega kan moeilijk zijn telefoon pakken en drukt vervolgens per ongeluk de beller weg.

Hij denkt dat het omgekeerde het geval is, dat de chauffeur ongeduldig was en gooit dit de man voor de voeten als hij arriveert, met “meneertje ongeduld” en ik moet snel de boel sussen.

Ik wacht buiten tot de taxi wegrijdt, en ik zie dat er tussen chauffeur en mijn eega iets gaande is wat niet zomaar opgelost raakt.

De chauffeur komt naar buiten, naar mij toe, en vraagt mij in de taxi te komen, want mijn eega denkt dat de blauwe tas van de chauffeur de zijne is; ze hebben soortgelijke tassen.

Ik stel mijn eega gerust dat ze allebei blauwe tassen hebben die op elkaar lijken qua grootte, maar dat de zijne achter aan zijn rolstoel hangt.

Dan is het goed, en ik zwaai hem uit.

Zaterdagochtend belt hij waar de taxi blijft.

Vijf minuten later, dat de taxi kwam, maar ook weer wegreed.

Ik bel de taxicentrale weer, en er komt alsnog een taxi.

Vervolgens bel ik de afdeling met de vraag of ik voortaan hun nummer zal doorgeven aan de taxicentrale bij reservering, want dit geeft teveel onrust voor alle partijen. (De dienstdoende verpleegkundige zal dit met mijn eega overleggen en ik hoor de volgende dag dat hij hiermee instemt.)

Mijn eega kan zijn telefoon niet meer op tijd uit zijn tasje pakken. Dit is een nieuwe ontwikkeling helaas, maar wel eentje waar we rekening mee moeten houden.

Na het zwemmen belt zijn zoon mij waar de taxi blijft.

Toch niet weer? Wat een gezeur, zeg!

Ik bel taxicentrale: taxi is deze keer vertraagd. Ook dat kan dus nog.

Ik bel de zoon en geef hem gelijk het nummer van de taxicentrale, zodat hij een volgende keer zelf kan bellen.

Hij vindt dit een goed idee.

 

 

 

 

 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X