Oude koeien……en verder..

Maandagavond belt hij mij, als alles rond zijn moeder achter de rug is.

Hij klinkt aangeslagen, zegt dat hij veel heeft meegemaakt, maar dat hij daar morgen over wil praten als we elkaar zien, en niet via de telefoon.

Dit soort aankondigingen van hem blijf ik moeilijk vinden, want was is er aan de hand, en dan ga ik alle kanten op denken.

Gelukkig kan ik het ook wel weer “parkeren” daarna, want met gepieker schiet ik niks op.

De volgende dag zorg ik ervoor vroeg bij hem te zijn, zodat we nog tijd hebben om te praten, voor we naar de natuuractiviteit moeten gaan.

Hij vertelt dan een duidelijk standpunt ingenomen te hebben met betrekking tot mijn uitsluiting van het afscheid van zijn moeder, door zijn familie.

Ik weet dat als zijn hoofd goed helder is, wij hetzelfde over dingen denken.

Dat hij zijn loyaliteit richting mij ook heeft uitgesproken, toen alles achter de rug was, daar kijk ik toch in positieve zin van op, want hoe makkelijk is het om voor de lieve vrede maar niks te zeggen.

En dat hij één en ander goed heeft weten te verwoorden, dat is ook een prestatie, want vaak komt hij er niet uit, en dan laat hij het maar voor wat het is.

Hij vond het wel heel belangrijk om zijn ongenoegen te uiten, dat zal zeker meegeholpen hebben.

Over het verlies van zijn moeder hoor ik hem verder helemaal niet meer.

Hij vraagt nu wel naar mijn zus, hoe het met haar gaat, en we spreken af een keer samen naar haar toe te gaan, als ze wat meer bij is.

Donderdag ga ik zelf mijn zus nog bezoeken in het ziekenhuis.

Ik parkeer de auto nu in de parkeergarage, omdat die centraler ligt dan het open parkeerterrein waar ik de vorige keer met de auto stond.

Het parkeerdek heeft een nummer, en de rij waarin ik sta ook, en ik ga mijn best doen dat te onthouden voor als ik weer terug kom.

Het ziekenhuis zelf is net een stad, zo groot, en om daar de weg te vinden, ondanks bewegwijzering, is ook nog een uitdaging, maar uiteindelijk vind ik mijn zus, die ook weer verplaatst is.

Ze blijkt al iemand op bezoek te hebben, wat ik niet wist, en die iemand is mijn nichtje, een dochter van deze zus.

Mijn nichtje wist ook niet dat ik zou komen, dus een verrassing, maar zus slaapt en blijft slapen, en nichtje en ik maken dan van de gelegenheid gebruik om even bij te praten.

We spreken af dit de volgende keer ook zo te doen, samen.

Ik ben gelukkig niet de enige die het ziekenhuis een doolhof vindt, want nichtje denkt er hetzelfde over.

Blijkbaar ben ik toch een beetje moe van alles bij elkaar, want de auto terugvinden lukt niet één, twee, drie.

Het kost me zo tien minuten, en ik neem mij voor de volgende keer het andere parkeerterrein weer te nemen, wat open is en overzichtelijk, en waar ik geen nummers hoef te onthouden.

Dan maar wat langer lopen; liever dat dan misschien weer lopen zoeken.

Omdat mijn zus op de IC ligt, is de bezoektijd in de middag pas vanaf 16.00u, en aangezien ik ‘s avonds liever niet de deur uitga, kies ik dus voor die tijd, maar dat betekent wel in de spits terug naar huis en dan ben ik dubbel zo lang onderweg.

Als ze naar een verpleegafdeling kan, dan is de bezoektijd vanaf 15.00u, dus dat is beter.

Vrijdag komt mijn echtgenoot weer een paar uurtjes naar huis.

Het is mooi weer, wel een frisse wind waar hij normaal gesproken een hekel aan heeft, maar hij wil nu toch wel buiten “wandelen”.

Eerst rookt hij even een sigaretje, en dan gaan we op pad.

Het bevalt hem wel, om zo te “proeven” van het normale leven met alles wat we onderweg zien, al is het ook wel met gemengde gevoelens.

We maken een aardige lange ronde en komen aan het eind, inmiddels ook eind van de middag, langs een Shoarma zaak, waar we vroeger regelmatig een kipsaté aten, en ik stel voor om dat nu ook te doen.

Het restaurant ziet er niet erg “open” uit, de ramen zijn wat viezig, en de drempel nemen met de rolstoel wordt ook een uitdaging, die ik echter wel inschat als “haalbaar”, en we komen inderdaad binnen.

De goede sfeer van vroeger is niet merkbaar, en de man in de keuken lijkt ook niet blij te zijn met onze komst.

Mijn echtgenoot had al enige ergernis laten blijken, omdat we niet werden geholpen om binnen te komen, en ik zie zijn gezicht steeds meer betrekken, richting “onweer”.

Ik heb op deze manier ook weinig zin om hier te gaan eten en ik stel hem voor gewoon weer weg te gaan.

Hij is het ermee eens en zegt buiten dat als we niet weggegaan waren, dat hij dan ruzie zou hebben gemaakt met de man in de keuken, vanwege zijn onvriendelijke houding.

Gelukkig kan je ook eten online bestellen, dus dat is wat ik doe als we weer thuis zijn, en ik bestel pizza, want dat had mijn echtgenoot van te voren al aangegeven als voorkeur voor vandaag.

En dan is het om 20.00u., weer tijd voor vertrek terug naar de zorginstelling, wat toch altijd weer moeilijk en confronterend is, en hij zegt vaak: “Noem het alsjeblieft niet mijn huis”.

Nee, hij is daar noodgedwongen, maar het is niet zijn thuis, en dat zal het ook nooit worden..

 

 

 

 

 

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top