Opgeruimd staat verdrietig #dementie

Opgeruimd staat verdrietigIk wist dat het zou gebeuren. Tranen met tuiten. Vorige week was de uitvaart van mijn moeder. Omdat het nu eenmaal moest, hebben we haar kamer in recordtempo leeggehaald en opgeruimd. Vandaag besluit ik haar zomerkleding die bij mij in de kast hangt op te ruimen. Bij ieder bloesje zie ik haar daarin voor mij en breekt mijn hart. Bij ieder bloesje telkens een stukje. Ik zie haar struis en vrolijk in haar tuin staan, tevreden met de versnaperingen die ze voor het bezoek klaar heeft staan. Genietend van de geanimeerde gesprekken in de tuin, terwijl ze samen met pa de koffie inschenkt. Dat is al weer heel lang geleden, toen ze nog in redelijke doen was. Okee, hartfalen, diabetes, reuma en borstkanker achter de rug. Maar toch…haar geest wilde nog en ze liet zich er niet onder krijgen. Ze droeg haar lot met een big smile, altijd. Alle doktersbezoeken, alle operaties, ze sloeg zich er moedig doorheen. De laatste acht jaar sloeg gestaag de dementie toe. Eerst alleen verwarrend en voor haar frustrerend, later bleek steeds meer toezicht en hulp nodig. En uiteindelijk werd ze opgesloten in een woongroep, met zeven andere ouderen met dementie. Ze heeft geen weet gehad van het overlijden van haar man, twee jaar geleden. We hebben het haar verteld en ze heeft zelf nog afscheid genomen van hem. Maar diezelfde avond was ze dat alweer vergeten. De jaren erna heb ik het onderwerp zoveel mogelijk gemeden. Als pa ter sprake kwam, omdat ze zich vertwijfeld afvroeg waar hij toch bleef, zei ik dat hij ziek op bed lag, of moest overwerken, of straks kwam. Dan was het weer voor even gesust. Geleidelijk aan kwam hij steeds minder vaak ter sprake. Ook dat was eigenlijk verdrietig. Ik heb me vaak gefrustreerd gevoeld in die woongroep. Zo weinig echte aandacht voor de bewoners, zo’n slechte communicatie en binding met mij als mantelzorger. Het credo voor de bewoners daar was de hele dag “Blijft u maar lekker zitten. Ga maar even zitten”. Men zag het liefst de bewoners de hele dag op de bank en in een kring voor de tv zitten. Dat was lekker rustig en wel zo makkelijk voor de verzorgers. De enige keer dat er wat levendigheid was te bespeuren was meestal als een van de vrijwilligers er was. Zij maakten een praatje, deden een spelletje of gingen wandelen met een van de bewoners. Wat was ik blij met hen. Met de zorginstelling en het merendeel van de verzorgers niet. Ik heb me jarenlang boos en gefrustreerd gevoeld. Ik wist dat het echt anders kon, er zijn goede voorbeelden van in het land. Ik moet dat kwijt, dus ik besluit om deze week een brief sturen aan de directie en de cliëntenraad. Dan ben ik het kwijt en kan ik rouwen om het verlies van mijn moeder. Daar gaat het laatste bloesje en voor mijn gevoel het laatste stukje van haar leven in de kledingzak. Een shirtje, een pyama en haar mooie suède groene jas, die hou ik. Heb ik haar toch even heel dicht bij me als ik dat draag. Maar voorlopig durf ik haar kleding nog niet te dragen, is dat nog een ‘no-go-area’. Op de leeggevallen plek in de kast kan ik nu mijn eigen zomerjasjes en vestjes kwijt. Dag lieve mam! De tranen veeg ik weg en ik ga voorlopig weer over tot de orde van de dag.

Annette de Bus is nabestaandenbegeleider, fondsenwerver en tekstenmaker.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top