ua pauline redlich

Opgelucht prevel ik: ‘Have mercy’

Buurvrouw Jannie is al jaren weduwe en leeft helemaal op als haar kleinkinderen komen logeren. Ze vindt het supergezellig als Jonathan en ik bij haar langsgaan. ‘Koffie dlinken?’ roept Jonathan steevast als hij over de drempel stapt en ze elkaar breed lachend begroeten. Sinds hij op school zit, gaan we minder en zittend aan haar keukentafel neem ik me voor om snel samen met Jonathan te gaan.

‘Jannie, je hoeft vanavond niet op Jonathan te passen, want André blijft thuis. Hij is niet lekker in orde en ziet die ouderbijeenkomst bij Stichting MEE helemaal niet zitten.’

‘Wanneer is de volgende bijeenkomst?’ vraagt buurvrouw Jannie terwijl ze ongevraagd een tweede bakkie inschenkt. –ze wil nog niet dat ik ga-

‘Over twee weken,’ antwoord ik glimlachend, ‘ook weer op donderdag.’

‘Is goed,’ zegt ze terwijl ze de koffiepot terugzet, ‘ik ben toch thuis.’

Wat klinkt dat treurig. Ik kijk haar onderzoekend aan en zie haar trieste blik.

‘Stephan is vandaag negen jaar geleden overleden,’ zegt ze zacht en staat verloren naast het aanrecht.

‘Negen jaar geleden?’ echo ik en ze slaakt een diepe zucht.

‘Ja, Suzan, negen jaar. Het lijkt een eeuwigheid geleden en toch mis ik hem nog iedere dag.’

‘Jullie hielden van elkaar,’ zeg ik en onze ogen ontmoeten elkaar.

‘Ja, hij was mijn soulmate. Ik klaag niet hoor,’ haast ze zich te zeggen, ‘we hebben samen een mooi leven gehad. Maar af en toe vraag ik me af hoelang het nog duurt voor mij. Ik zou best naar hem toe willen.’

‘Ik zie je verdriet,’ zeg ik voorzichtig, ‘maar ik vind dat je het fantastisch doet allemaal. Hij zou trots op je zijn.’ Mijn hart gaat naar haar uit. Ik wil haar graag troosten, voor zover dat kan. ‘Dat hij is overleden, daar kun je niets aan doen,’ ga ik verder, ‘maar het zou pas echt erg zijn als het je niets kon schelen.’

Jannie kijkt me aan. Ze heeft tranen in haar ogen. ‘Aanvaard wat je niet kunt veranderen,’ zegt ze zacht.

‘Dat zei mijn Opa vroeger ook altijd,’ zeg ik geëmotioneerd. ‘En het geldt voor jou,’ zeg ik met een hoofdknik haar kant op, ‘maar het is de laatste tijd ook volledig op mij van toepassing,’ besluit ik met een zucht.

‘Dank je, lieve kind.’ zegt ze en legt haar hand op mijn arm. Dit tedere gebaar raakt me diep en plotseling lopen de tranen over mijn wangen. Snikkend hang ik in de stoel. Mijn gevoelens en emoties gieren door mijn keel. Zo erg dat ik me prompt verslik in de koffie. Ik laat de rest staan. Het smaakt me voor geen meter. Ik overweeg om haar in vertrouwen te nemen maar zie op mijn horloge dat ik weg moet. ‘Ik moet Jonathan ophalen,’ stamel ik. Dankbaar pak ik het glaasje water wat ze zwijgend voor me neerzet en sla het achterover. Dan sta ik op en sluiten we elkaar in een woordeloze omhelzing. ‘Ik kom gauw weer,’ beloof ik in haar oor, ‘en dan vertel ik wat er aan de hand is.

‘Is goed schat,’ fluistert ze terug. Teder veeg ik een traan van haar wang, als ze zegt: ‘ik denk dat ik wel weet wat er aan de hand is. ’En terwijl ze de achterdeur voor me openhoudt, besluit ze: ‘je bent altijd welkom.’

Die avond, een half uur voordat ik weg moet, besluit ik thuis te blijven. Ik kan het niet opbrengen een hele avond toneel te gaan zitten spelen. En autisme komt momenteel mijlenver mijn strot uit. Ik heb er absoluut geen zin in.

Ik ben altijd enorm streng tegen mezelf en ook nu vind ik dat ik moet gaan. Het is in mijn ogen ‘not done’ om zo kort van tevoren af te zeggen. Aan de andere kant voel ik dat het nodig is om lief voor mezelf te zijn. Het is belangrijk dat ik groot en sterk ben -en blijf- maar dan moet ik mezelf toestaan om af en toe de teugels te laten vieren.

Buurvrouw Jannie is al afgezegd en André ligt in bed. Ik mag het helemaal zelf weten en dus verontschuldig ik mezelf in de voicemail van Stichting MEE. Opgelucht prevel ik: ‘have mercy,’ tegen mijn spiegelbeeld als ik mijn mascara wegpoets en mijn joggingpak aantrek.

Fragment uit het boek dat ik aan het schrijven ben over Suzanne en haar eenzame zoektocht als mantelzorgmoeder. Vind je het leuk als ik je op de hoogte hou van dit boek en mijn theatershow Zeikwijf? Klik dan HIER

 

Pauline Redlich (1968) is naast schrijfster, spreekster en mediator ook mBIT-coach. mBIT-coaching brengt balans in hoofd, hart en buik voor meer succes en wijsheid. Zij is getrouwd en moeder van een zoon en dochter, waarvan de zoon extra zorg nodig heeft. Pauline schrijft momenteel een roman over de eenzame zoektocht van een zorgmoeder én zij helpt zorgmoeders om hun eigen behoeften liefdevol en zonder schuldgevoel op nummer één te zetten. www.mamaisblij.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top