skip to Main Content

Op bezoek en dagdromen

Zondagmiddag bij mijn moeder op bezoek geweest, die door de week vanwege haar dementie in een zorginstelling verblijft, maar in het weekend door haar partner opgevangen wordt.
Ik had haar al een tijdje niet meer gezien, zat er tegenaan te hikken om weer naar een zorginstelling te moeten gaan, naast de vier keer in de week dat ik mijn man bezoek in de zorginstelling, totdat ik mij bedacht dat ik haar op zondag “thuis” zou kunnen bezoeken.
Haar partner vond het gelukkig ook leuk en gezellig, dus zo gezegd zo gedaan.
Hij en ik zijn ook lotgenoten, begrijpen hoe moeilijk de omgang kan zijn, maar ook hoe alleen je je kunt voelen “zonder”.

Morgen bezoek ik mijn vader die een paar maanden terug een TIA heeft gehad en gelukkig voor hem kan hij dankzij zijn partner weer thuis wonen, na een korte revalidatieperiode elders.
Ik moet er voor naar de andere kant van het land reizen, wel met eigen auto, wat ook best een “dingetje” is qua afstand, maar ik heb er nu weer even de energie voor en bovendien hebben zij ons vorig jaar opgezocht in “onze” zorginstelling, en dat doet ook niet iedereen.
De verminderde energie door de mantelzorg is iets wat ook lang niet iedereen begrijpt, alleen als je zelf in zo’n situatie zit, begrijp je dat je je handen al vol hebt aan je partner en jezelf en dat er daarnaast weinig energie overblijft voor andere mensen.
Ligt misschien ook aan mijzelf, hoor, dat ik contact met andere mensen eerder als “energievretend” dan als “voedend” kan ervaren.
Daardoor vaar ik een beetje een eenzame eigen koers.

Het zal ook de tijd van het jaar zijn, herfst en winter, waarin ik altijd sterk de behoefte voel om mij meer terug te trekken en gevoeliger ben voor “negatieve” invloeden. 
Mijn man heeft dat ook, dat “gevoelige”, waardoor we “anders” zijn dan “anderen” en daarin begrijpen we elkaar.

Hij werd maandagavond in bed gedaan door een verpleegkundige die hij echt niet mag. 
“Gelukkig hebben we nog plan B”, zegt hij daarop, en daarmee bedoelt hij vertrek uit de zorginstelling. 
Dinsdagochtend wordt dit gecompenseerd doordat hij uit bed wordt gehaald door een verpleegkundige die hij juist heel graag mag, waarop ik tegen hem zeg dat dit dan weer voor balans zorgt, want ja, waar mensen zijn, voel je voor de een sympathie en voor de ander kan dat soms antipathie zijn.

Dinsdagmiddag samen naar de natuuractiviteit. 
We kunnen naar buiten, het aantal vrijwilligers groeit ook weer aan, en er is zelfs iemand bij met een hond. 
Officieel mag de hond niet mee de duinen in, maar als “hulphond” wel, dus wordt hij gebombardeerd tot hulphond en we krijgen allemaal de instructie om dit tegenover een eventuele boswachter te bevestigen. 
De hond gaat aan de riem mee met iemand in een elektrische rolstoel, dus niet met zijn eigen baas, want ja, anders is hij zeker geen hulphond.

Natuurlijk lopen we nu juist de boswachter tegen het lijf en die vindt de hulphond prima, maar dan moet hij ook te herkennen zijn als hulphond door middel van het dragen van een groen of geel hesje en dat ontbreekt, dus daar moet voor gezorgd gaan worden. 
Hoe, dat is nog even de vraag, maar gelukkig niet mijn probleem.

Wij rijden/lopen achter de baas van de hond, en mijn man merkt de open en ontspannen hand van de vrijwilliger op. 
Zijn eigen linkerhand zit “op slot” en is nutteloos, tot zijn frustratie. 
Iets wat zo gewoon is, is voor hem niet gewoon. 
“Ik ben gewoon jaloers, ik word zo ziek van mijzelf, vecht elke dag tegen mijzelf”, zegt hij dan.

De volgende dag heeft hij naar eigen zeggen een pittig gesprek gehad met de fysiotherapeute, die hem weer hetzelfde “circuitje” wilde laten doen, terwijl hij zelf het gevoel heeft dat hij meer zou kunnen en dat hij zo niet de mogelijkheid krijgt om dit ook aan bod te laten komen.

Terwijl hij mij dit vertelt slaat hij met zijn vuist op zijn rolstoelblad, vanuit een mengeling van frustratie en vechtlust. 
Zijn ogen staan fel; ik heb hem lang niet meer zo gezien. 
Inmiddels heeft hij een andere (jongere) fysiotherapeute die met hem begaan is, zijn vechtlust op waarde schat en hem hierbij gaat helpen.

Bij de “oude rot in het vak” zou hij tegen een muur opgelopen zijn; dat weten we allebei, dus dit is mazzel. 
Nu maar hopen dat de training ook de gewenste vruchten afwerpt.

Ik vraag hem of het zien van de lopende vrijwilliger gisteren de trigger is geweest en erover nadenkend bevestigt hij dit, maar het zit hem al veel langer dwars, wat ik ook wel weet.
Ik vertel hem nu dat ik al eerder veel moeite voor hem heb gedaan voor meer kansen, maar dat dit afgewezen werd omdat hij hier niet is voor revalidatie.

Nu hij rechtstreeks aangeeft bij de fysiotherapeute er zelf zo op gebrand te zijn, biedt dat blijkbaar meer perspectief.
Hij dagdroomt van zelf lopen over de Grote Markt in onze stad, waarvan hij een ansichtkaart heeft liggen op zijn kamer.

 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X