Onze wereld met meneer Alzheimer: 3 jaar geleden; de dag van de verhuizing

6 maart 2017:

Het is begin maart, nog redelijk vroeg in de ochtend als de wekker gaat. Gek genoeg ben ik gelijk wakker en weet ik ook gelijk welke dag het is, de dag van de verhuizing, mam verhuist naar het woonzorgcentrum. De afgelopen dagen hebben we met ons vijfjes het nieuwe appartement van mams ingericht. Haar eigen spulletjes neergezet in haar woonkamer, haar eigen kledingkast in haar slaapkamer. Haar eigen crèmepjes, shampoo en douchespullen neergezet in haar badkamer. Met liefde heeft haar oudste kleindochter de vitrinekast ingericht zoals hij dat ook was in haar oude huis. De foto’s van ouders, man, kinderen en kleinkinderen staan allemaal weer bij elkaar op het kleine tafeltje voor het raam. Aan de muur hangen de bekende dingen, de foto van Scheveningen, de uitsnede van Hr.Ms. Dubois en een schilderij dat onze vader heeft gemaakt. Haar kopjes staan in haar keuken, haar tafelkleed ligt op het kleine eethoekje. Maar wat zal ze zo meteen gaan zeggen… Ik ben heel gespannen en als ik met de hond langs ‘het huis’ loop, durf ik amper op te kijken. Schuldgevoel of angst, ik weet het eigenlijk niet eens.

Langzaam kruipt de klok richting 11 uur en ik weet niet wat ik kan doen om de tijd sneller te laten gaan. Ik houd het thuis niet meer uit en loop alvast naar ‘het huis’, onderweg belt mijn broer op, hij is er al met mams en vraagt of ik thee mee wil nemen. Stom dat we daar niet aan hebben gedacht, er staat wel koffie, maar de thee: compleet vergeten. Ik loop weer richting huis, pak wat thee en loop met het lood in mijn schoenen naar ‘het huis’. Als ik de sleutel in de voordeur steek, gaat er van alles door me heen, maar ik ben vooral bang voor de reactie van mams. Gaat ze huilen, gaat ze schelden, is ze boos of verward en wat als… Voor ik er erg in heb sta ik voor haar deur en doe de deur open. Daar zit ze, op haar eigen bank, jas nog aan, met haar tas op schoot. Ik geef haar een onhandige kus, maar ze reageert nauwelijks. Daar zitten we dan… Ik ga thee zetten en praat wat met m’n broer. Het lijkt allemaal langs mams heen te gaan. “Mam, wil je je jas niet uitdoen?” vraag ik na een poosje. Ze knikt bijna onzichtbaar, maar laat zich uit haar jas helpen. Er komt iemand binnen om te melden dat de zorgcoördinator er zo aankomt om alles door te nemen en alle formulieren in te vullen. We proberen een gesprek op gang te brengen, over hoe ze vindt dat haar spulletjes staan en of ze het zo goed vindt. Ze reageert nauwelijks en staart voor zich uit. Ineens zegt ze dat ze naar de wc moet. Ik wijs haar de weg en doe het licht aan, ‘Blijf jij bij de deur staan, zorg je ervoor dat er niemand binnen komt?’ vraagt ze. “Mam, er kan niemand bij, dit is allemaal voor jou.’ zeg ik, maar blijf toch staan tot ze klaar is.

De zorgcoördinator komt binnen en probeert mijn moeder uit haar schulp te halen, iets wat niet echt lukt. Ik ga met haar aan de tafel zitten, mams en m’n broer zitten op de bank. Dan ineens vraagt ze waarom mijn broer de formulieren niet invult. Hij geeft aan dat ik dichterbij woon en dus beter alles kan tekenen. Ze lijkt dat te accepteren en de formulieren worden ingevuld en ondertekend. Mijn moeder hoeft alleen haar handtekening te zetten onder de volmacht, dat ik alles mocht tekenen. Ze is verward, want hoe zet je een handtekening en vraagt of ze haar meisjesnaam er ook bij moet zetten. Ik vind het moeilijk om te zien dat ze haar vermogen om te schrijven ook kwijt lijkt te raken. Weer een stukje dat ze kwijt raakt, weer een stapje terug.

We worden uitgenodigd om in de buurtkamer de maaltijd te nuttigen, mams wil niet, maar we nemen haar mee naar de buurtkamer waar de andere bewoners al aan tafel zitten. Er staan twee eettafels, maar mams wil niet bij die mensen aan tafel zitten en we gaan aan de ongedekte tafel zitten. Voor mijn broer en mij is er soep en brood, mams krijgt een warme maaltijd. Ze eet wel wat, maar erg veel gaat er niet in. Het toetje gaat er meestal wel in, maar de keuze tussen yoghurt en vla is voor haar al lastig en ondanks ons advies om vla te nemen, kiest ze voor yoghurt. Ze neemt een hap en haar gezicht betrekt, tja, zonder suiker is yoghurt nogal zuur. Gelukkig doen een paar scheppen suiker wonderen en ze eet haar schaaltje leeg.

Na de lunch gaan we weer naar mams appartement (tja, klinkt luxe maar ze heeft per slot van rekening een eigen woonkamer, aparte slaapkamer en een eigen badkamer, dan spreek je dus niet van een kamer) waar ze toch een beetje los lijkt te komen en belangstellend naar de spullen kijkt. Het lijkt nu pas tot haar door te dringen dat haar eigen spullen er staan. Maar langzaam dringt ook tot haar door dat wij straks weggaan. “Ik moet hier blijven he?” zegt ze vragend en zowel mijn broer als ik knikken. We durven het beiden niet goed uit te spreken, maar het lukt me nog om zonder tranen te zeggen “Dit is nu je huis mams.” Ze knikt gelaten en we zetten nog een bakje thee. Dan geeft mijn broer aan dat hij naar huis gaat, hij moet immers nog een uur rijden voordat hij thuis is en wil graag voor de files naar huis. Samen met mams kijken we voor het raam hoe zijn auto over de brug rijdt en uit het zicht verdwijnt. Ik blijf nog even zitten, maar weet dat ook ik naar huis moet. Ik loop naar de buurtkamer om de verzorging te waarschuwen dat ik wegga. Terwijl ik dat zeg, wellen er tranen op in mijn ogen. De verzorgende, een heel stuk kleiner dan ik, spreekt me toe dat ik mag huilen als ik weg ben, maar niet waar mams bij is. Ze geeft me een knuffel en loopt met me mee naar mams huis. Ik trek m’n jas aan, geef mams nog een dikke knuffel en beloof dat ik gauw weer langskom. De verzorgende neemt moeders mee naar de buurtkamer en ik zwaai nog een keer naar mams die wat vertwijfeld staat te kijken, maar zich wel mee laat voeren door de verzorgende.

Als ik langs de buurtkamer loop, zie ik mams zwaaien. Ik zwaai terug , maar loop wel door. Ik ben op de brug als ik me realiseer dat mijn mobiel nog in mams huis ligt. Hoe ga ik dat nu doen? Ik kan niet langs de buurtkamer terug lopen, stel je voor dat mams me zou zien, dan hebben we wellicht een probleem. Ik loop via het plein terug naar de voordeur van het huis en sluip bijna naar het huis van mam. Snel doe ik de deur open, pak mijn mobiel en loop weer via het plein weg bij het huis. Ik loop naar huis en laat mijn tranen de vrije loop, nu mag ik immers huilen, mams is niet in de buurt.

Mantelzorger voor onze moeder die na haar herseninfarct in 2010 problemen kreeg met haar geheugen. Pas in 2016 kreeg zij de diagnose vasculaire dementie/ziekte van Alzheimer. Sinds 2017 woont zij in een kleinschalig woonzorgcentrum bij mij op het dorp.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top