skip to Main Content

Ondanks hoge verwachtingen bracht de Wmo mantelzorgers niet veel goeds

Afgelopen donderdag publiceerde Het Sociaal Cultureel Planbureau een nieuw onderzoek over informele hulp en wat blijkt? Als we in het rapport kijken naar het onderdeel over mantelzorg, dan valt ons op dat de decentralisatie van mantelzorgondersteuning naar lokale gemeenten (Wmo) mantelzorgers niet veel goeds heeft gebracht. Ondanks alle hoge verwachtingen.

Appels en peren

In het rapport wordt gesproken over de ontwikkelingen van informele hulp in Nederland. Informele hulp wordt geleverd door mantelzorgers en door vrijwilligers. Een overeenkomst tussen deze twee groepen is dat ze beiden niet betaald worden voor hun inzet. Maar het grote verschil zit in de keuzevrijheid. Daar waar een vrijwilliger kiest voor de belangeloze inzet, hebben mantelzorgers deze keuze niet. Zij hebben niet bewust de keuze gemaakt om mantelzorger te worden en kunnen hier ook niet zomaar mee stoppen. Dit verschil maakt dat er eigenlijk appels met peren vergeleken worden. Maar laten we kijken naar de cijfers over mantelzorg.

Eerst even wat cijfers uit het onderzoek

In 2019 gaven ca. 5 miljoen mensen mantelzorg. 830.000 mantelzorgers doen dat langdurig en intensief. Daarnaast is een op de tien mensen actief als vrijwilliger in de zorg en ondersteuning (ca. 1,4 miljoen mensen). Het absolute aantal ernstig belaste mantelzorgers is vergeleken met 2016 toegenomen van 380.000 naar 460.000 personen, maar het percentage bleef gelijk (ca. een op de tien mantelzorgers).

In 2019 bieden meer mensen (16%) hulp aan mensen met psychische of psychosociale problemen dan in 2014 (12%). Deze mantelzorgers lopen een groter risico op overbelasting.

Degenen die lang en intensief helpen zijn relatief vaak ernstig belast. Waar mantelzorg­ondersteuning van gemeenten in eerdere jaren voorkwam dat mantelzorgers ernstig belast raakten, lijkt bijvoorbeeld respijtzorg nu pas ingezet te worden op het moment dat mensen al ernstig belast zijn. Véél en veel te laat. Respijtzorg wordt dus veel minder ingezet als preventie voor de overbelasting van mantelzorgers, maar wordt gebruikt als het echt niet anders kan. Dat vinden we echt een slechte zaak. Al langer delen we deze signalen.

Gemeenten hebben nog steeds hun zaken niet op orde

Hoe bestaat het dat bijna 6 jaar na de decentralisatie nog steeds een groot aantal mantelzorgers niet weten waar zij terecht kunnen voor informatie en ondersteuning? Waarom zijn gemeenten nog steeds zo summier in hun informatievoorziening over mantelzorg? Waarom zijn gemeentelijke websites zo slecht up-to-date over dit thema? Waarom krijgen mantelzorgers in vredesnaam vaak pas ondersteuning als het bijna te laat is? Waarom moeten zij keer op keer eerst hulp vanuit eigen kring proberen te krijgen? Waarom wordt geld dat vanuit de overheid aan gemeenten uitgekeerd wordt eigenlijk niet gewoon gebruikt om te bieden waar het voor bedoeld is? Wij vinden het onbegrijpelijk dat,  ruim 5 jaar na de decentralisatie, deze zaken nog steeds niet op orde zijn.

Oormerken geld dat voor mantelzorgers bestemd is!

Het rapport laat zien dat er door gemeentelijke bezuinigingen een verschraling plaatsvindt op de kwaliteit van de mantelzorgondersteuning. Al langere tijd pleiten we vanuit Mantelzorgelijk voor het oormerken van mantelzorggelden vanuit de overheid. Het huidige toegekende budget kent geen bestedingsverplichting en gemeenten kunnen dit geld naar eigen inzicht uitgeven aan alle andere aandachtsvelden binnen hun financiële huishouding. Wij vinden het niet gewenst dat dit mantelzorggeld gebruikt wordt voor het wegwerken van gemeentelijke tekorten of voor het financieren van projecten waar de mantelzorger niets aan heeft.

Effectieve inzet

De verantwoording die de gemeenten moeten geven over de mantelzorgondersteuning is nu gericht op een inspanningsverplichting en is niet gebaseerd op een aantoonbaar behaald resultaat waarbij de mantelzorger effectief ondersteund wordt. Ook is niet duidelijk of en wanneer het gemeentelijk beleid geëvalueerd en bijgesteld wordt. Het toetsen van de geleverde kwaliteit van maatwerk is wenselijk. Nu meer dan ooit.

Ondersteuning op maat, dát is wat er nodig is!

Het huidig beleid is helaas nog steeds gebaseerd op een respons van slechts 0,01% van de mantelzorgers in Nederland en betreft met name ouderen boven de 70 jaar. De grootste groep mantelzorgers is tussen de 42 en 65 jaar en hebben vaak nog een eigen gezin, werk en andere verplichtingen. Daarnaast is ook specifieke aandacht nodig voor overbelasting bij de sandwichgeneratie, de werkende mantelzorger, jonge en/of studerende mantelzorgers en mantelzorgers met een migratie achtergrond. Het toenemende aantal overbelaste mantelzorgers betekent dat de juiste ondersteuning door gericht maatwerk de hoogste prioriteit moet hebben. Het is voor deze groep vijf voor 12.

Nu actie!

Vanuit Mantelzorgelijk dringen wij er bij gemeenten op aan dat zij eindelijk hun verantwoording nemen en op korte termijn alle overbelaste mantelzorgers gaan ondersteunen en maatwerk gaan leveren. Lees met een noodgang ons manifest dat is samengesteld met input vanuit de groepen die nu zo met overbelasting kampen. Uiteraard zijn wij vanuit Mantelzorgelijk altijd bereid om de nodige extra input te geven en vanuit onze ervaringsdeskundigheid mee te denken en helpen.

 

Marjolijn-Margreet

Marjolijn-Margreet

Margreet van der Voort en Marjolijn Bruurs zitten niet alleen met elkaar in het bestuur van Mantelzorgelijk maar zij delen ook heel veel dezelfde ideeën over alles wat te maken heeft met ouderen- en mantelzorg. Als zij in de media iets tegenkomen dat hen verheugt, verbaast of shockeert gaan ze samen op onderzoek uit. De één stapt op de bron af, de ander doet het inhoudelijk speurwerk en dan.... komen er dit soort columns uit. Vanaf nu zul je meer van dit schrijversduo tegenkomen op Mantelzorgelijk.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X