Nootjes om te kraken..

Het gebruik van de actieve lift gaat niet geheel probleemloos, en de zorg coördinator meldt mij dat de passieve lift waarschijnlijk uiteindelijk toch die plek in zal gaan nemen, maar dat dit moment zo lang mogelijk uitgesteld zal worden, om zodoende mijn eega mentaal op de been te houden.

Zijn verkoudheid wilde ook maar niet overgaan, en omdat hij het daarbij ook benauwd had, krijgt hij tijdelijk weer extra zuurstof toegediend, twee keer per dag.

Vrijdag als hij een paar uurtjes thuis is, gaat het gelukkig weer wat beter met hem.

Ik krijg van hem een “speurtocht met opdrachten” door het winkelcentrum.

Het is de bedoeling om bij “Appie” een flesje melk te scoren met zijn naam erop, alleen daar te koop naar het schijnt, en bij de notenbar wil hij nootjes kopen waarvan hij de naam niet kent, maar waarvan we hopen die te herkennen bij het zien..

Genoeg melk bij “Appie”, maar niet wat hij zoekt, en dan kopen we maar iets anders.

Bij de notenbar rijd ik hem in de rolstoel een paar keer op en neer langs de vitrine met de bakken met nootjes, maar hij zie het niet goed, herkent ook niets..

We treffen een hele aardige winkelmevrouw, die gewillig meewerkt.

Mijn eega gaat omschrijven: “Nootjes met een puntje..”, en dan weet de winkelmevrouw dat het om amandelen gaat. Ook daarin zijn verschillende soorten, maar al proevend worden de goede gevonden.

Dat smaakt naar meer: “Neuzen”….En dan weet zij dat het om cashewnoten gaat.

We zijn er dan nog niet, hij wil ook nog “hersenen”…en dat zijn dus walnoten…

De winkelmevrouw kreeg plezier in het raadspelletje, en mijn eega is ook tevreden.

Aan zijn eetlust mankeert het vandaag niet, en bij de snackbar leeft hij zich uit aan lekkere hapjes.

Ik waarschuw hem dat hij “straks” geen ruimte meer in zijn maag heeft voor de nootjes, maar hij is er vast van overtuigd dat dat wel het geval zal zijn, en ach, het is zijn dag vandaag, dus ik laat hem lekker eten.

Eenmaal weer thuis wordt hij weer gevloerd door een depressieve bui, en hij zegt in de zorginstelling zelfs gevoerd te zijn, met zowel brood als met warm eten, waar hij maar niet tegen protesteerde, maar er wel het zijne van dacht.

Ik heb er geen verklaring voor, en heb er ook niks van gehoord via de zorg, dus ik weet ook niet zo goed wat ik hiervan moet zeggen.

Als er iets “structureel” wordt, dan hoor ik dat altijd wel.

Hij is zó depressief, dat ik hem vraag of het wel een goed idee is dat hij naar huis komt, en of ik hem niet beter “daar” kan bezoeken.

We komen daar al pratend niet helemaal uit, en ik laat het onderwerp maar rusten verder.

Zondag belt hij mij en aan zijn stem hoor ik gelijk dat hij een “boodschap” voor mij heeft.

En die is of ik voorlopig een taxi kan reserveren voor bezoekjes aan zijn zoon.

Het kost wat moeite voordat helder is dat dit is waar het om gaat, en zijn zoon hoor ik op de achtergrond dingen zeggen die hij vervolgens tegen mij zegt.

Ik ga ermee akkoord, en vader en zoon zijn blij.

Als ik hem de volgende keer bezoek, zie ik een geschreven envelop op zijn tafel staan met mijn naam erop.

Het lijkt erop dat hij de kaart voor onze trouwdag geschreven heeft.

Ik wacht even af of hij er zelf over begint, maar als dat niet gebeurt begin ik er zelf maar over.

Inderdaad heeft hij de kaart geschreven, zegt hij.

Als ik vraag wanneer, zegt hij dat dat zondag was.

“Ahh”, zeg ik, “nadat je mij gebeld had in verband met de taxi?”

Hij moet even goed nadenken, maar dat is inderdaad de eindconclusie.

Mijn “ja” op zijn verzoek, of eigenlijk het verzoek van diens zoon, leverde de benodigde inspiratie voor het schrijven van de kaart, waarbij zijn zoon hem assisteerde door de kaart voor hem vast te houden, wat mijn eega met maar één bruikbare hand moeilijker voor elkaar krijgt, want dan schuift de kaart alle kanten op.

Afijn, ik heb de kaart, met flinke vertraging, maar beter laat dan nooit.

Wat later wordt hij overvallen door pijnklachten en hij keert zich in zichzelf.

Hij zegt nog een keer een epileptische aanval te hebben gehad, maar het wordt mij niet duidelijk wanneer dat is geweest.

Die pijn is erg vervelend en onduidelijk waar het precies vandaan komt..

Hij krijgt een “hupsje” van een zorgmedewerker, wat even wat verlichting geeft, maar dan voelt hij het daarna weer ergens anders..

De herensoos geeft hopelijk wat afleiding..

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top