Nieuw ritme

In mijn vorige blog schreef ik dat ik op 1 januari in een nieuwe baan begonnen ben. Een nieuwe baan bracht niet alleen veranderingen en gewenning, maar ook een compleet nieuw ritme. Tot 1 januari werkt ik het grootste deel van de tijd namelijk vanuit huis. Dat was oorspronkelijk overigens niet de bedoeling. Ik begon bij mijn vorige werkgever op 1 januari 2020, net voor corona de wereld op zijn kop zette. Ik ging 4 dagen naar kantoor en brak de week door midden met een vrije dag op woensdag. Henk deed het goed op dat ritme. En ik daardoor ik.

Toen kwam corona en werkte ik ineens 4 dagen vanuit huis. Dat bracht best wel eens kortsluiting bij Henk. Ik was er wel, maar was tegelijk ook niet. In zijn gevoel was ik mijlenver weg. Ik had geen tijd of aandacht voor hem, en had 100% focus op mijn beeldscherm, een Teams meeting of een telefoongesprek. Mij wel zien, maar zelf niet gezien worden, was soms moeilijk te bevatten voor zijn door NAH beschadigde brein.

Op een gegeven moment namen de coronabeperkingen af en kon en mocht er steeds meer op kantoor gewerkt worden. Henk snapte er soms niks meer van. Waarom moet je nu ineens naar kantoor, El? Vorige maand kon het toch ook nog vanuit huis? Om thuis zoveel mogelijk de kwetsbare rust te bewaren, bleef ik veel vanuit huis werken. Ik ging gemiddeld 2x per week naar kantoor toe, soms een hele dag, soms maar een paar uurtjes. Zo bleef ik ook voor Henk beschikbaar, konden we nog steeds samen lunchen, en kreeg hij af en toe de zo broodnodige knuffel of aai over zijn bol.

Sinds 1 januari is dat allemaal anders. Niet alleen werk ik nu weer fulltime. Ik doe dat ook nog eens 5  dagen op kantoor. En tot overmaat van Henk’s ramp reis ik met de metro, waar mij onderweg allerlei vreselijke dingen kunnen overkomen, en zit ik niet meer veilig in mijn eigen auto. Zelf vind ik de metro trouwens ideaal. Ik loop vanuit huis in 5 minuten naar de metro toe. De metro brengt mij in een kwartiertje naar mijn halte en van daar loop ik in 10 minuten naar kantoor. Geen file, geen stress van het drukke verkeer en flink wat stappen op mijn stappenteller op de koop toe.

Maar er is meer veranderd. In mijn vorige baan, begon ik mijn werkdag altijd vroeg, maar vertrok ik meestal pas na de file naar kantoor. Ik creëerde daarmee tijd om tussendoor Henk te helpen met wassen en aankleden, zijn ontbijt te maken, en te zorgen dat hij in alle rust aan de dag kon beginnen. Nu beginnen we mijn werkdagen in een razend tempo. Geen tijd om rustig aan te doen, bijna geen tijd voor Henk’s eigen ochtendritueel. Hij moet mee in mijn ritme en mijn stramien. In 3 kwartier van wakker worden naar de deur uit gaan. In 3 kwartier zelf douchen, Henk helpen, ontbijt klaar maken, brood uit de vriezer halen, en mijn eigen ontbijt en lunch verzamelen om mee te nemen.

Ik stap om kwart over 7 de deur uit en ben vaak rond half 6 – 6 uur weer thuis. Overdag ben ik druk, maar probeer ik altijd tijd te maken voor een appje of een kort belletje. Even laten merken dat ik aan hem denk, even mijn stem laten horen, omdat dat vaak rust brengt in zijn overvolle, overprikkelde hoofd.

In de metro terug naar huis komt mijn schuldgevoel. Schuldgevoel omdat ik gekozen heb voor een baan die mij blij maakt. Een baan waardoor Henk een groot deel van de dag alleen thuis is. Alleen met zijn eigen angsten en gepieker. En ook al zit hij – gelukkig – niet echt alleen maar in zijn uppie thuis, heeft hij vrijwilligerswerk en genoeg “dingetjes” om te doen, mijn schuldgevoel wordt er niet minder door. Het schuldgevoel maakt dat ik mijn eigen wereld momenteel een stukje kleiner maak. Ik spreek even niet af met vriendinnen en ga alleen naar de sportschool als ik zelf les geef. De andere avonden sport ik gewoon thuis op zolder. Alles om Henk niet nog meer alleen te laten, er zo veel mogelijk wel voor hem te kunnen zijn. Alles om mijn schuldgevoel niet nog groter te laten worden.

Ons nieuwe ritme voelt na ruim een maand nog steeds als die nieuwe spijkerbroek die qua maat goed past, maar die nog wat stug en hard is en nog wat langer “ingedragen” moet worden om écht lekker te gaan zitten. Ik trek hem braaf iedere dag aan, maar echt lekker zitten, dat doet-t-ie nog niet.

Tot ik op een dag thuis kom van mijn werk en Henk vol enthousiaste verhalen zit over wat hij die dag allemaal heeft gedaan. Op dat moment zeg ik zachtjes tegen mijzelf “komt wel goed schatje”. En langzaam daalt het besef: wij komen er wel!

Ellen werkt als HR Manager en geeft groepsles op de sportschool. Op 3 december 2016 kreeg haar echtgenoot Henk op 53-jarige leeftijd vanuit het niets een zwaar herseninfarct. Sinds die dag is zij zijn mantelzorger en zoekt zij naar de beste behandeling, naar nieuwe paden die kunnen bijdragen aan herstel en naar antwoorden op haar vele vragen. Met haar blogs over de wondere wereld van NAH wil zij meer bekendheid geven aan de impact van NAH. Op Mantelzorgelijk deelt zij verhalen uit haar leven met een partner met NAH.

Dit bericht heeft 1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top