
Meer werken. Meer zorgen. Succes ermee!
Nederland heeft een klein planningsprobleem.
We hebben te weinig mensen op de arbeidsmarkt. Dus zouden mensen die in deeltijd werken best wat meer uren mogen maken. Daar bestaat inmiddels zelfs een overheidsprogramma voor: Meer Uren Werkt! Het doel is om deeltijders die dat willen structureel gemiddeld 2,7 uur per week extra te laten werken. Dat moet helpen tegen personeelstekorten en de economische zelfstandigheid vergroten. Rijksoverheid
Helder.
Tegelijkertijd hebben we te weinig mensen in de zorg. Dus wordt er naar verwachting juist vaker een beroep gedaan op burgers om onbetaald voor naasten te zorgen. Het SCP beschrijft die spanning expliciet: door vergrijzing en personeelstekorten groeit het beroep op mantelzorg, terwijl mensen ook langer moeten doorwerken en worden aangemoedigd meer betaalde uren te maken. Sociaal en Cultureel Planbureau
Ook helder.
We hebben dezelfde mensen dus op twee plaatsen tegelijk nodig.
Dat noemen we tegenwoordig waarschijnlijk geen tegenstrijdigheid meer. Dat heet een integrale opgave.
Maandagochtend werknemer, de rest zien we wel
In 2024 combineerden 2,7 miljoen mensen betaald werk met mantelzorg. Volgens het SCP gaat dat voor veel mensen goed zolang de zorgsituatie hanteerbaar blijft en een werkgever flexibiliteit kan bieden. Zwaarder wordt het bij intensievere mantelzorg, en juist dan lopen werk en zorg steeds vaker door elkaar heen. Sociaal en Cultureel Planbureau
Daar komt nog iets bij. Werkende mantelzorgers lopen niet alleen tegen de zorg zelf aan, maar ook tegen het organiseren ervan. Het SCP noemt de complexiteit van het zorgstelsel en de regeldruk expliciet als extra belasting. Zorgprofessionals houden bovendien niet altijd rekening met werktijden, waardoor mantelzorgers zelf de verbinding moeten leggen tussen zorg en werkgever. Sociaal en Cultureel Planbureau
Je bent dus werknemer, mantelzorger én gratis verbindingsfunctionaris tussen twee systemen die elkaar onvoldoende weten te vinden.
Dat scheelt weer een vacature.
Gelukkig hebben we flexibiliteit
Dat woord verschijnt vrijwel altijd zodra werk en mantelzorg botsen.
Later beginnen. Eerder weg. Thuiswerken. Uren verschuiven. Een begripvolle leidinggevende.
Dat kan enorm helpen. Maar flexibiliteit heeft één beperking: de zorg verdwijnt er niet door. Wie om drie uur naar een ziekenhuisafspraak moet en zijn werk ’s avonds afmaakt, heeft werk en mantelzorg niet gecombineerd door minder te doen. Die heeft beide gedaan.
Alleen niet tegelijkertijd.
De SER ziet flexibiliteit en maatwerk op de werkvloer dan ook als onderdeel van de oplossing, maar niet als het hele antwoord. De raad pleit daarnaast voor betaald mantelzorgverlof en voldoende vervangende zorg. Voor mensen met zeer langdurige en intensieve mantelzorgtaken schiet verlof volgens de SER zelfs tekort. SER
Dat is een nogal belangrijk detail.
Mantelzorg houdt zich namelijk slecht aan HR-beleid.
Maar we bouwen aan een zorgzame samenleving
Ook dat is inmiddels officiële taal. Het kabinet wil investeren in een “zorgzame samenleving waarin mensen naar elkaar omkijken en elkaar helpen”. Die ambitie wordt geplaatst tegen een achtergrond van personeelstekorten en oplopende zorgkosten. Rijksoverheid
Daar is op zichzelf niets mis mee. Naar elkaar omkijken is waardevol.
Interessanter wordt het wanneer dat omkijken steeds meer zorguren vraagt van mensen van wie tegelijk wordt verwacht dat zij meer betaalde uren beschikbaar hebben.
Want dan ontstaat een vrij bijzondere rekensom.
De arbeidsmarkt heeft uren nodig.
De zorg heeft uren nodig.
Gezinnen hebben uren nodig.
Vrijwilligerswerk heeft uren nodig.
En het liefst moeten we ook nog gezond en duurzaam inzetbaar blijven.
Ergens zou je bijna verwachten dat Nederland inmiddels een programma Meer Uren Per Dag! had aangekondigd.
Vooralsnog blijft het bij 24.
Acht weken en daarna zien we verder
De SER heeft daarom een concreet voorstel gedaan: acht weken betaald mantelzorgverlof, gefinancierd uit publieke middelen, samen met passend aanbod van vervangende zorg. Het doel daarvan is onder meer te voorkomen dat mensen minder gaan werken, stoppen met werken of uitvallen. SER
Dat is concreter dan veel andere voorstellen.
Maar de SER schrijft er zelf meteen bij dat verlof voor zeer langdurige en intensieve mantelzorg niet voldoende is. SER
En precies daar zit de ongemakkelijke werkelijkheid.
Dementie duurt niet acht weken. Parkinson evenmin. Een kind met een levenslange beperking houdt geen rekening met een verlofsaldo. Ook veel kankertrajecten, neurologische aandoeningen en ouderdomsproblematiek passen slecht in een overzichtelijke verlofperiode.
Verlof kan lucht geven.
Het verandert langdurige zorg alleen niet in een tijdelijk probleem.
En dan onze eigen cijfers
In ons verdiepend onderzoek onder 489 mantelzorgers uit onze eigen achterban gaf 41,7% aan financieel achteruit te zijn gegaan en 46,4% spaargeld te hebben aangesproken. Van de respondenten tussen 18 en 67 jaar combineerde 80% mantelzorg met betaald werk. Onze onderzoeken zijn niet landelijk representatief, maar laten wel zien waar die combinatie kan gaan schuren. Conceptreactie_Mantelzorgagenda…
In ons recentere onderzoek onder intensief zorgende mantelzorgers rapporteerde 88% van degenen voor wie de vraag van toepassing was druk op werk of studie. In diezelfde onderzoeksgroep gaf 80% aan vaak emotioneel uitgeput te zijn en 86% onvoldoende tijd voor het eigen leven over te houden. conceptrapportage ‘Wat weegt he…
Dan wordt “meer uren werken” ineens een minder eenvoudige rekensom.
Niet omdat mantelzorgers per definitie niet méér zouden kunnen of willen werken. Het programma Meer Uren Werkt! richt zich bovendien expliciet op deeltijders die zelf meer uren willen en kunnen werken. Rijksoverheid
Maar zelfs de Rijksoverheid heeft inmiddels een aparte vraag opgenomen voor mantelzorgers: hoe kan ik dan meer uren werken? Het antwoord verwijst onder meer naar ondersteuning door werkgever of partner en naar onderzoek naar de invloed van meer werken op mantelzorg. Rijksoverheid
Blijkbaar is de botsing dus niet geheel theoretisch.
Misschien moeten we eerst één rekensom maken
We kunnen prima streven naar een hogere arbeidsparticipatie.
We kunnen tegelijkertijd vinden dat familie, vrienden en buren belangrijk zijn in de zorg.
Maar wanneer we van dezelfde groep méér betaalde arbeid én méér informele zorg verwachten, moeten we ook benoemen waar de extra capaciteit vandaan moet komen.
Niet alleen in beleidstaal, maar in uren.
Wie neemt zorg over als een mantelzorger meer gaat werken? Hoeveel professionele zorg blijft beschikbaar? Wat gebeurt er met inkomen wanneer iemand juist minder moet gaan werken? En hoeveel informele zorg kan worden gevraagd voordat “naar elkaar omkijken” feitelijk een tweede baan wordt?
Dat zijn geen bijzaken. Dat is de rekensom.
Want “meer werken” en “meer voor elkaar zorgen” klinken allebei uitstekend in een beleidsstuk. Alleen heeft de mantelzorger nog steeds maar 24 uur in een dag.
Comments (0)