skip to Main Content
Mantelzorgers Kunnen Maar Beter In De Buurt Wonen!

Mantelzorgers kunnen maar beter in de buurt wonen!

Mensen met een zorgvraag die thuis blijven wonen doen vaak een beroep op hun sociale netwerk. In 2015 gaven ruim 4 miljoen mensen mantelzorg, weet het Sociaal Cultureel Planbureau. Om overbelasting te voorkomen is het voor mantelzorgers belangrijk dat ze in de buurt wonen van de zorgvrager. In dit stuk, gepubliceerd op Platform 31, lees je hoe gemeentes erover nadenken hoe ze mantelzorgers daarbij kunnen ondersteunen.In de buurt wonen is een groot goed als je het hebt over mantelzorg en het voorkomen van overbelasting. Gemeenten hebben volop woonoplossingen voor nabijheid ingeregeld, bijvoorbeeld een urgentieregeling voor een sociale huurwoning of regelvrije mantelzorgunit in de tuin. En als de mogelijkheid zich voordoet om samen in een huis te gaan wonen, blijkt dit vaak te kostbaar: in de huursector worden de toeslagen in mindering gebracht en een eigen mantelzorgunit is een onzekere investering. Tijdig verhuizen naar elkaars woonplaats ligt ook meer voor de hand. Maar dat is een ingrijpende beslissing–  en het is de vraag wie verhuist? Aandacht voor innovatieve aanpakken vanuit het Wmo- en woondomein blijft dus nodig. Denk aan tijdelijke logeerplekken om de mantelzorger te ontlasten, huurvormen voor mantelzorgunits of het steunen van goede sociaal buurtnetwerken.

Mantelzorg

Ruim vier miljoen Nederlanders geven mantelzorg, publiceerde het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) in 2015. Vier op de vijf mantelzorgers helpt nabije familie. Het gaat veelal om een (schoon)ouder (45%) of de levenspartner (14%). Maar ook vrienden en buren geven steun. Rond de 300.000 mensen geven meer dan 8 uur per week zware zorg aan mensen met een indicatie voor een verpleeghuis. Ongeveer één op de tien hulpbehoevenden kan niet langer dan een halfuur alleen worden gelaten. Mensen krijgen veel hulp uit de eigen netwerken. Trends laten zien dat het mantelzorgen ‘minder eenvoudig gaat worden’ en er grote kans op overbelasting ontstaat. Dit komt onder meer door het op grotere afstand wonen van kinderen en de groei van het aantal werkende vrouwen. Verder is de verwachting dat door vergrijzing een groter beroep op mantelzorg ontstaat.

Wonen en nabijheid

Het blijkt een wens te zijn van mantelzorgers: wonen in nabijheid van de zorgvrager en dit voorkomt overbelasting. Zorgontvanger en mantelzorger wonen liever niet bij elkaar in één huis. Negen op de tien mantelzorgers wonen maximaal binnen halfuur reistijd afstand van de hulpbehoevende en één op de tien mantelzorgers woont op meer dan een uur reistijd, blijkt uit de gegeven van het SCP.

Het samenwonen is een marginaal verschijnsel, ook onder allochtonen. Het CBS/SCP komen tot enkele tienduizenden mensen. Dit geldt ook voor de mantelzorgunit op erf. Het zijn nog steeds unieke en bijzondere projecten, ook al is de wet- en regelgeving hiervoor vergemakkelijkt. Jaarlijks zijn er 3.500 aanvragen of initiatieven voor een mantelzorgunit.
Het samenwonen vraagt – naast privacy (wil je wel samenwonen?) – met name om een grote huishoudportemonnee. De zogeheten kostendelersnorm – ook wel mantelzorgboete – betekent vermindering van het te besteden budget voor samenwonende ouder en kind. In juni 2017 is de deze boete geschrapt voor de alleenstaande AOW’ers die met zijn kind het huis deelt.

Innovatie

Gemeenten kunnen innovatie zoeken rond het stimuleren van het wonen in nabijheid door regels te vereenvoudigen en door snel te handelen op woonvragen. Er zijn mogelijkheden op de koopmarkt en huurmarkt. De groep ouderen waarvan de kinderen voor studie en baan zijn verhuisd, zijn kapitaalkrachtig en kun je ruimte bieden door particulier initiatief, nieuwe woonvormen en mogelijkheden voor woonsplitsing .
Voor de groep met een laag inkomen is vernieuwing in sociale huursector nodig. Denk aan slimme woontransformaties, zoals in Deurne waar eengezinswoningen zijn omgebouwd naar meergeneratiewoningen. Verder zou individueel maatwerk in het huurbeleid te overwegen zijn. Door het passend toewijzen weegt de huurprijs van een woning zwaarder dan nabijheid voor mantelzorger of hulpvrager.

Gordijnen open

Een andere dimensie van mantelzorg is ondersteuning door de buurt of wooncomplexgenoten, waarbij wederkerigheid en onderling dienstvertoon onderdeel kan zijn van een huurcontract of het aanstellen van een flatcoach die zijn rol pakt als huismeester en welzijnswerker. Ook kan het benoemen van ‘straatoudsten’ in de buurt een uitkomst zijn. Zij houden een oogje in het zeil, checkt of de gordijnen open zijn. De straatoudsten zijn in contact met het wijkteam waardoor gelijk ook de verbinding tussen informele en formele steun is gelegd.
Gemeenten hebben een wettelijke taak in het ondersteunen van mantelzorg. Wonen in nabijheid kan overbelasting voorkomen. Investeer in vernieuwing, maak mogelijkheden inzichtelijk en biedt oplossingen voor de vragen van mantelzorgers en hulpvragers. Waar zijn zij mee geholpen? Kortom: laat wonen een thema zijn in het keukentafel gesprek.

Bron: Platform 31, artikel geschreven door Annette Duivenvoorden

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Barbara Mounier

is journalist, netwerkbouwer, trainer en vertaler. Zij werkt in Nederland en Duitsland op het gebied van media, politiek en zorg.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X