Mantelzorgen

Op dé bewuste zaterdag van Henk’s herseninfarct schoot ik vanaf de eerste seconde zonder nadenken in de “zorg en regel modus”. Een modus die ik in alle jaren die volgden nooit meer los heb gelaten. Toch duurde het nog zo’n 1,5 jaar voor ik mijzelf voor het eerst mantelzorger noemde. Ondanks alles wat ik voor hem doe en deed, zag (en zie) ik Henk namelijk niet als iemand die mantelzorg nodig heeft. Sluit ik er onbewust nog steeds mijn ogen voor? Is het een hang naar hoe hij ooit was? Zie ik tegen beter weten in nog altijd de man van toen? Ongetwijfeld! Want eerlijk is eerlijk, de dagelijkse praktijk leert dat hij niet zonder mijn zorg kan.

Ik schreef al eerder dat Henk een bezige, fitte, energieke man was. Hij runde als zelfstandige zonder personeel zijn eigen ICT bedrijf en had klanten die op hem rekenden. Mijn eerste stappen als mantelzorger hadden dan ook betrekking op Henk’s bedrijf. Ik dook in zijn administratie, informeerde zijn klanten, beantwoordde hun vragen en regelde vervanging en back-up. Heel zakelijk allemaal, maar zolang ik maar bleef regelen, bleef ik op de been. Om dezelfde reden ging ik ook “gewoon” naar mijn werk.

Het mantelzorgen voor Henk bleef en er kwam in de loop der jaren ongemerkt steeds een beetje biij. In het begin waren het vooral praktische regel en doe zaken. Ik regelde bijvoorbeeld op mijn werk dat ik ieder bezoekuur bij Henk kon zijn. Ik zorgde voor schone sokken en kleding voor in het ziekenhuis en revalidatiecentrum en was aanwezig bij de gesprekken met artsen. Ik ging naar alle meeloopdagen van het revalidatiecentrum. En in de poliklinische fase keek ik regelmatig mee bij fysio-, ergo- en handtherapie. Ik observeerde en obserbeerde er alles.

Het regelen van al die grote en kleine praktische en dagelijkse zaken is eigenlijk nooit meer gestopt. Het is inmiddels voor mij zo’n tweede natuur geworden om “dingen” voor Henk te doen, dat ik er niet eens meer bij nadenk. Een veter strikken, een knoop dicht doen, een oksel wassen, deo spuiten, een boterham smeren. Ik doe het even, tussen de bedrijven door. Al die praktische zaken voelen voor mij, hoe raar dat misschien ook klinkt, nog steeds niet als mantelzorgen. Ik vind het vanzelfsprekend om voor hem te doen. Net zoals ik hem hielp toen hij zijn kuitbeen brak. Of Henk mij toen ik aan mijn hand geopereerd werd.

Wat voor mij persoonlijk wel als mantelzorgen voelt, dat zijn al die niet praktische zaken en alle niet-zichtbare zorgen. De onuitputtelijke bron van vragen  bijvoorbeeld, waar altijd een antwoord van mij op verwacht wordt. Ook als de vraag ver buiten mijn interessegebied of mijn kennis ligt en ik werkelijk geen flauw idee heb wat het antwoord zou moeten zijn. Alle antwoorden zijn overigens goed, behalve “ik weet het niet” of “geen idee”. Ik noem mijzelf soms half grappend half serieus een wandelende wikigoogleclopedie. Of zijn hang naar aandacht, mijn aandacht wel te verstaan, die bij vlagen enorm kan botsen met mijn behoefte aan rust, stilte en ruimte voor mijzelf om mijn eigen batterij op te kunnen laden. Het meest pittige vind ik echter het tweede woord in “mantelzorgen”: alle zorgen om en voor Henk die gratis meegeleverd worden.

Mijn stoere man die in mijn ogen alles kon en nergens zijn hand voor omdraaide, is bij vlagen een klein en heel bang jongetje van 5 jaar oud dat geruststelling bij mij zoekt. Ik waak als een havik over zijn welzijn, let op iedere beweging, iedere zucht, ieder lachje, iedere traan, iedere uiting van enthousiasme of van verdriet. Maar ben ook reuze alert op tekenen van vermoeidheid en overprikkeling. En dat iedere dag, de hele dag. Of ik nu bij Henk ben of niet. Aan het werk ben, aan het sporten of met een vriendin een hapje eten. Altijd staan mijn voelsprieten afgestemd op Henk, aftastend of hij iets nodig heeft, klaar om op te springen als dat zo is. Ik gun mijzelf maar zelden een moment om te ontspannen. En ook dan ontspan ik niet echt en blijft er altijd die focus op Henk en op wat hij nodig heeft. Ik gun Henk namelijk het allerbeste en doe wat ik kan om zijn leven nog zo fijn en gelukkig mogelijk te maken.

Dat ik alles wat ik doe met en uit liefde doe, maakt het er echter niet altijd makkelijker op. Soms is mantelzorgen een rupsje nooitgenoeg, dat vraagt om meer en meer en meer. Meer ook dan ik op dat moment kan geven. Op andere momenten voelt mantelzorgen alleen en eenzaam. En daarbij mis ik mijn maatje. Ik mis Henk en de man die hij ooit was. Het gemis zit ook in praktische dingen. Het eten dat na een lange werkdag bijvoorbeeld niet meer klaar staat.  (Huishoudelijke) taken die niet meer verdeeld worden, of zijn schouder waar ik niet meer tegenaan kan leunen. Ik vind het lastig om altijd sterk te moeten zijn, een rots in de branding. Geen onzekerheid te kunnen tonen, geen zorgen te kunnen delen, mijn emoties te moeten doseren. Ook – of juist – dit is voor mij mantelzorgen. Ik vind het soms jammer dat dit stukje van mantelzorgen onderbelicht lijkt te blijven en het vaak gaat over de praktische of de financiële aspecten van mantelzorg.

Ellen werkt als HR Manager en geeft groepsles op de sportschool. Op 3 december 2016 kreeg haar echtgenoot Henk op 53-jarige leeftijd vanuit het niets een zwaar herseninfarct. Sinds die dag is zij zijn mantelzorger en zoekt zij naar de beste behandeling, naar nieuwe paden die kunnen bijdragen aan herstel en naar antwoorden op haar vele vragen. Met haar blogs over de wondere wereld van NAH wil zij meer bekendheid geven aan de impact van NAH. Op Mantelzorgelijk deelt zij verhalen uit haar leven met een partner met NAH.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top