Mantelzorg en rouw tijdens de epidemie

Toen mijn moeder in mei 2020 een hersenoperatie onderging om een tumor te verwijderen, dacht ik dat het het moeilijkste was dat er tijdens de pandemie kon gebeuren. Ik dacht dat, zodra ze daarvan hersteld was, mijn zorgtaak voorbij zou zijn en ik weer verder zou gaan met mijn leven als 20-jarige vrouw. Drie weken voor mijn 21ste verjaardag, nog niet eens twee maanden na haar operatie, werd bij mijn moeder borstkanker vastgesteld. Mijn rol als mantelzorger was dus nog maar net begonnen.

Zorgen voor iemand met kanker tijdens de Covid-19 pandemie plaatst een extra laag van stress en zorgen bovenop de toch al zware ‘gewone’ zaken die met kanker te maken hebben. Nu leefde ik plotseling met een immuungecompromitteerde patiënt in een tijd waarin zelfs de gezondste mensen bang waren om naar buiten te gaan om boodschappen te doen. Van juli 2020 tot maart 2021 waren we geïsoleerd. Volledig. Geen van ons beiden werkte of ging naar school. We spraken alleen via de telefoon met vrienden en familie. We zagen niemand, behalve artsen en verpleegkundigen in het ziekenhuis. De angst voor Covid was zo intens dat we de kanker soms bijna vergaten. Mijn doel in de zorg voor mijn moeder was niet om haar te genezen, maar om ervoor te zorgen dat ze het virus niet zou oplopen dat overal op de loer lag. Kanker bracht zoveel onzekerheid over leven en dood, maar we waren er zeker van dat de uitkomst slechter zou zijn als ze Covid zou krijgen.

De chemotherapie elke week was als een spel. Zouden ze me bij haar binnenlaten of niet? Soms knepen de verpleegsters een oogje dicht en negeerden het bordje ‘geen bezoekers’ dat ze zelf op de muur hadden geplakt. Soms waren ze streng en moest ik urenlang buiten de glazen deuren wachten, niet in staat om te gaan zitten of te ontspannen, wetende wat ze daar binnen moest doorstaan. Wij hadden geluk. Haar behandeling werd niet uitgesteld of geannuleerd vanwege overbelaste ziekenhuizen. Ik was daar iedere dag dankbaar voor. Na de behandeling gingen we naar huis en zat ik naast haar bed, feitelijk toe te kijken hoe de medicijnen haar steeds zieker maakten. Om het vervolgens allemaal opnieuw te doen de week daarna. We zaten in een cyclus van dag tot dag die alleen over ons en de kanker ging. Niets en niemand anders.

Terwijl we ons door deze weken heen vochten, was er een andere tragedie aan de gang. Na Kerstmis 2020 werd het duidelijk dat haar vader, die tegen dezelfde kwade ziekte vocht als wij, hard achteruit ging. Het hele jaar waren we niet in staat geweest om te reizen en hem te bezoeken, en nu, zelfs tegen het einde van zijn leven, was het nog steeds onmogelijk om bij hem te zijn. De telefoontjes werden moeilijker. Ik hield mijn moeders hand vast tijdens haar wrede kankerbehandeling terwijl ik via videogesprekken getuige was van de manier waarop mijn opa zijn strijd tegen kanker verloor. Het was een surrealistische nachtmerrie.

Hij is overleden zonder dat we hem nog een laatste keer gezien hebben. Zonder dat we konden vieren dat zijn dochter haar eigen kankerbehandeling had afgerond.

Plotseling zorgde ik tegelijkertijd voor een kankerpatiënt en een rouwende dochter, en dat alles terwijl ik zelf probeerde te rouwen om het verlies van mijn opa en het trauma rond de manier waarop zijn leven eindigde.

Als mantelzorger voor iemand die erg ziek is, voel je je vaak zo hulpeloos. Telefonisch toekijken hoe iemand ver weg van je sterft, geeft je een gevoel van totale machteloosheid. Het gevoel volkomen nutteloos te zijn heeft me voor een groot deel van deze beproeving achtervolgd. Ik heb geleerd dat we maar heel weinig controle over ons leven hebben.

De pandemie gaat door terwijl ik dit schrijf. Mensen krijgen nog steeds de diagnose kanker. Mensen van alle leeftijden gaan nog steeds elke dag van een normaal leven over naar een leven als fulltime mantelzorger. Dezelfde emoties die ik voelde en nog steeds voel en dezelfde uitdagingen waar mijn moeder en ik mee te maken kregen, zullen mensen altijd blijven raken. Het is een moeilijke positie om je in te bevinden. Ik zou het niemand toewensen.

Toch ga ik door. Ik heb de laatste maanden van de hel doorstaan en ik sta nog steeds op, in afwachting van wat de nieuwe dag zal brengen. Want kracht vind je in de momenten waarop je denkt dat je niet verder kunt, maar je doet het toch. En hoewel we nu zwak zijn, ziek en rouwend, zijn we tegelijkertijd sterker en houden we hoop.

Geschreven door Alexandra V.

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top