ua pauline redlich

Mannengriep

Glimlachend kijk ik de zaal in en vraag: “Wie heeft er een man die wel eens ziek is?’
‘Hahahaha’, een lachsalvo komt me tegemoet op het podium. Sorry, mannen. Dat was gemakkelijk scoren, ik weet het. Maar ja, mijn theatershow ‘Zeikwijf’ is speciaal voor zorgmoeders (& friends) en die vinden dit een goeie grap!

Zowel mijn man als mijn vader hebben altijd mannengriep. En dat valt niet mee. Zo ook nu, als mijn vriendin een appje stuurt en vraagt hoe het gaat, schrijf ik terug: ‘Hij kreunt de hele dag!’, samen met een aantal lach-emoji’s.

Leedvermaak blijft niet ongestraft, zei mijn opa vroeger altijd. En dat blijkt. Mijn man was drie dagen weg voor zijn werk en nam Corrie mee naar huis. En nu liggen hijzelf, ik zei de gek en onze dochter volledig plat. Corrie is geen kattenpis. Afschuwelijke hoofdpijn, spierpijn en misselijkheid.

‘Mam, ik heb honger’,  zegt mijn dochter – ze is veertien – en ik hoor mezelf zeggen: ‘Pak zelf even wat lieverd, want ik kan nu echt niet.’ Ben ik nu een ontaarde moeder, vraag ik mij af? Of geef ik mijn eigen grenzen aan en is dat goed?

Ik realiseer me dat er een hoop veranderd is, sinds onze zoon niet meer thuis woont. Ik snap ook echt niet meer hoe ik dat gedaan heb. Was ik toen ook wel eens zo ziek? Ik denk het wel. Maar toen was ik ‘harder’ voor mezelf. Tegen hem kon ik dat niet zeggen, en dus deed ik dat ook niet.

Eigenlijk best zielig voor mijn dochter … Zij krijgt een stuk minder hulp, dan hij destijds. Of is dat juist goed? Wordt ze daar zelfstandig van. Maar eerlijk voelt het niet. Nog steeds niet …

Hoe doen anderen dat toch?

Toen mijn zoon nog thuis woonde, en als ik dan ziek was, vroeg ik hulp voor mijn dochter. Dan vroeg ik bijvoorbeeld aan de moeder van een vriendinnetje of ze daar dan mocht spelen. Of mocht blijven eten. Of dat ze heel misschien thuisgebracht zou kunnen worden. Of een nachtje mocht blijven slapen. Op die manier creëerde ik voor mezelf wat ruimte om, ondanks mijn ziekzijn, voor mijn zoon te kunnen blijven zorgen.

Het voelt best pijnlijk dat ik die hulp voor mijn dochter wel kon vragen en voor mijn zoon niet. Want als hij gewoon beter is, dan vinden de mensen om ons heen zijn autisme al te ingewikkeld. Laat staan als hij dan ook nog ziek is. En hulpverleners komen niet, want anders worden die ook ziek. Dus ja, zoek het dan maar uit, mama …

Als we allemáál tegelijk ziek waren, dan was ik degene die bleef zorgen. Kopjes thee, beschuitjes, water met citroen, you name it. Ik sleepte mezelf uit mijn bed naar de keuken. En als mijn man ziek was, dan zorgde ik voor hem en de kinderen. Ik kookte iedere avond zo gezond mogelijk. Om – hopelijk – te voorkomen dat wij ook ziek zouden worden.

Totdat ik op een dag zelf ziek was en doodziek in bed lag en mijn man mij ‘met rust’ liet. Lief bedoeld, maar ik wilde ook graag thee en beschuitjes… En toen ik wat beter was, kreeg ik weer trek in eten. Dus riep ik richting woonkamer: ‘mag ik ook eten?’ en kreeg een bord patat. ‘We houden het makkelijk, nu jij ziek bent’, zei mijn man. Ik kreeg het niet weg. Veel te vet voor mijn arme, lege maag. In stilte lag ik boos en verontwaardigd te zijn. Ik vond dat hij zich er veel te gemakkelijk van af maakte en niet goed voor mij zorgde.

Tegenwoordig doe ik het anders. Dat heb ik moeten leren: niet klagen maar zeggen wat ik wil. En wat ikzelf wel en niet kan/wil.

Zo heb ik mezelf vanmorgen ziek gemeld bij een ondernemer waar ik teksten voor schrijf. Omdat het maar een paar uurtjes per week zijn en ik zelf mijn agenda beheer, is er eigenlijk nooit een reden om het werk niet te doen. Zondag ben ik misschien wel goed genoeg om die teksten alsnog te schrijven… denk ik dan. Maar vanmorgen heb ik (voor de tweede keer in zeven jaar) afgebeld. Nee. Deze week niet. En als ik me zondag beter voel, dan is die tijd voor mij!

Ik heb mijn man – die er vandaag ietsje beter aan toe is – gevraagd, om voor onze dochter te zorgen. En om een beschuitje voor mij te maken. Ik heb zelfs het wekelijkse telefonische overleg met de begeleiders van mijn zoon afgezegd vanavond. ‘Jongens, het spijt me. Ik heb teveel hoofdpijn.’

Deze blog komt laat binnen bij Marjolijn van Mantelzorgelijk. Ik heb er voor gekozen om hem wel te schrijven. Eventjes uit bed, aan de grote tafel. Maar ik lees hem niet na, zoals ik altijd doe. Dus typfouten en een logische volgorde van alinea’s; daar doe ik deze keer niet aan.

Zorgen, voldoen aan verwachtingen, hulp vragen, het blijft altijd een ding. Ik wens je een goede week lieve lezer. Volgende week gaat het vast weer beter met me.

Denk je nu, ik wil meer lezen over wat Pauline te vertellen heeft? Blogs, tips, over haar theatershow Zeikwijf of over de roman waar zij aan werkt? Meld je dan HIER aan en ze houd je op de hoogte.

Pauline Redlich (1968) is naast schrijfster, spreekster en mediator ook mBIT-coach. mBIT-coaching brengt balans in hoofd, hart en buik voor meer succes en wijsheid. Zij is getrouwd en moeder van een zoon en dochter, waarvan de zoon extra zorg nodig heeft. Pauline schrijft momenteel een roman over de eenzame zoektocht van een zorgmoeder én zij helpt zorgmoeders om hun eigen behoeften liefdevol en zonder schuldgevoel op nummer één te zetten. www.mamaisblij.nl

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top