skip to Main Content
Liefde In Tijden Van Corona (1)

Liefde in tijden van corona (1)

Onderweg van het revalidatiecentrum waar mijn vader sinds twee weken plots verblijft, hoorde ik Caraïbische klanken. “Hij kan hier niet blijven”, was de boodschap die ik een week na zijn opname telefonisch kreeg medegedeeld. “Revalideren zit er niet meer in. En we zien ook niet hoe hij nog naar huis kan.” Een verpleeghuis is nu net wat hij en mijn moeder ten koste van alles hadden willen voorkomen. Waarschijnlijk was die nachtelijke en levensreddende spoedoperatie er niet eens gekomen als we van tevoren hadden geweten dat zijn vertrouwende leven er definitief op had gezeten. Blessuretijd moet je in hetzelfde stadion spelen, niet op een poepveldje in een vreemde buurt.
Was het anders geweest als hij door de coronamaatregelen niet zo onbarmhartig van mijn moeder was afgesneden? Als hij niet door twee ongeduldige dames in blauwe pakken uit een kale hal was afgevoerd naar de derde verdieping? Mijn moeder mocht zijn kamer zelfs niet zien.

Elke dag gaat de telefoon – een verpleegkundige als lieve hulp op de achtergrond. “Ik zit in de Oosterhof, maar je moeder is al naar huis. Dat ga ik nu ook doen. Als er maar geen controle in de metro is, want ik heb niks bij me.” Het klinkt zo logisch als wat.
Via een videoverbinding zwaaien ze onwennig naar elkaar. Niets om over te kibbelen, zoals ze al 62 jaar doen. Niets opbeurends te vertellen. “Je mag nog niet weg”, sust mijn moeder. Als het hoofd van mijn vader van haar telefoon is verdwenen, barst ze in huilen uit. “Ik heb beloofd dat ik altijd voor hem zou zorgen.”
Ik zie foto’s voorbij komen van hoogwerkers die familieleden tot het raam van hun opgesloten geliefden brengen. Zo ervaart mijn vader het ook. “Weet jij waarom ik op het politiebureau ben? Ze houden me hier gevangen.” Als mijn moeder in haar zonnige achtertuin scharrelt, lees ik over zorginstellingen die echtgenoten de kans bieden vrijwillig in gezamenlijke quarantaine te gaan. De nieuwslezer op de radio vertelt dat in veertig procent van de Nederlandse verpleeghuizen coronapatiënten liggen. De moeder van een collega is een van hen.
Ik acht de kans dat mijn vader ten onder gaat aan het coronavirus minder groot is dan aan het gemis van mijn moeder. “Wilt u nog leven?”, is hem de afgelopen maanden een paar keer gevraagd. Altijd was zijn antwoord hetzelfde. “Natuurlijk. Met haar en haar”, wees hij dan naar mijn moeder en mij. “Maar ik ga niet in een tehuis. Dan is het zo afgelopen.”
Toen mijn vader een maand geleden ‘s avonds laat door een ambulance werd opgehaald, belde mijn moeder hysterisch gillend op. “Ze halen hem bij me weg en dat wil ik niet!” Een paar uur later nam ze in het ziekenhuis dramatisch afscheid, voor het geval hij niet meer wakker zou worden. “We staan met 4-0 achter”, had de chirurg gezegd.
Mijn ergernis over het gedrag van mijn moeder liep nog net niet tot het kookpunt op. Ik kan niet tegen zielig. En dus vermeed ik in de weken erna zoveel mogelijk het contact met iedereen die lieve, goedbedoelde berichten stuurde. De opluchting toen mijn vader een half etmaal na zijn operatie de intensive care mocht verlaten, deelde ik ook niet met mijn moeder. Welke prijs betaal je als je niet zelf en duidelijk durft te kiezen tussen leven en dood?

Op internet zoek ik naar verpleeghuizen waar mijn vader zich enigszins thuis zou kunnen voelen. Ik zie eikenhouten tafels, gebloemde tafelkleedjes, bejaarden die meezingen met een of andere b-artiest en bewoners die in de deuropening van hun kamers kunnen doorbingoën. Mijn vader houdt van fotograferen, de vogels in zijn eigen achtertuin en Bob Marley.
In coronatijd kun je niet gaan kijken hoe het er in het echt aan toegaat in de verschillende verpleeghuizen in de buurt. Alles zit potdicht. Tot ik gisteren Caraïbische klanken hoorde op het kruispunt tussen Ommoord en Zevenkamp. In de tuin van De Hofstee vierde een man zijn 85ste verjaardag. Zijn medebewoners, verzorgers en familie dansten aan twee kanten van het hek op de muziek van ingehuurde muzikanten. Zelf stak ie nog maar eens een sigaartje op. Ik vrees dat ook zo’n klein feestje niet mag van de anderhalvemeterpolitie, maar het stemde mij wel hoopvol. Liefde in tijden van corona.

Sandra van Steen

Sandra van Steen

is journalist, docent journalistiek en mantelzorger

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X