skip to Main Content

Lachen en kwakkelen..

Het werken en “zijn” op de werkplaats doet hem duidelijk goed.

Ze hebben met elkaar vreselijke lol gehad om “zaadpalen” die ze hadden gemaakt.

Palen met een “kastje” er bovenop, met een plank erin waar vogelvoer op kan worden gelegd.

“Officieel” heet het “voederpaal”, geloof ik, maar de mannen onder elkaar hebben er “zaadpaal” van gemaakt, want dat is natuurlijk lekker suggestief.

Als ze hem terug op de afdeling vragen wat ze hebben gemaakt en hij antwoord met “zaadpalen”, dan blijft het gewenste effect dus ook inderdaad niet uit.

Vervolgens kan hij de volgende keer op de werkplaats in geuren en kleuren vertellen over deze reactie en hebben ze er de grootste lol om.

Fijn om hem zo enthousiast mee te maken, blij dat hij daar naartoe kan.

Zaterdag eind van de ochtend word ik opgebeld door de afdeling omdat hij denkt dat hij niet naar huis kan/mag..

Ze stelden hem gerust dat het gewoon een vast agendapunt in zijn week is, maar checken het toch even bij mij ook.

Wat een rare gedachtenkronkels soms toch weer.

Ik ben een beetje bezorgd in wat voor gemoedstoestand ik hem mee ga maken “vandaag”, maar eenmaal thuis is er niks meer aan de hand, dus ze hebben hem goed gerustgesteld.

Wel is hij nog steeds goed verkouden.

Snotteren, hoesten; ik loop af en aan met zakdoekjes.

Hij vraagt bezorgd of hij hiermee de dag heeft verpest, waar natuurlijk geen sprake van is, en dat zeg ik ook tegen hem.

Vervolgens merkt hij op dat hij een “zakkenwasser” is, waarmee ik ben getrouwd.

Opnieuw stel ik hem gerust en ik wil ook niet dat hij zichzelf zo ziet en zo noemt.

Hij heeft ook niet om zijn ziekte gevraagd, maar hij moet er wel mee dealen, net als ik.

Trek in eten heeft hij de laatste tijd steeds minder, en de verkoudheid heeft er natuurlijk ook geen positieve invloed op.

Ik ben al blij als hij iets kan eten, maakt niet uit wat het is.

Vlak voor vertrek zegt hij (toch weer) genoten te hebben van het thuis zijn, al leek dat misschien niet zo.

Ja, als je je niet lekker voelt, dan ben je “anders”, maar dat mag.

Dinsdag is hij nog steeds goed verkouden, vertelt hij ’s ochtends via de telefoon.

Ik vraag hem of hij wel naar de natuuractiviteit kan en wil gaan, en hij is wat aarzelend.

Zegt dat hij nog steeds erg snottert en hoest; en ja, denk ik, om dan zo tussen andere mensen te gaan zitten..

We besluiten samen ook deze week de natuuractiviteit nog maar een keer over te slaan.

Als ik later bij hem ben vind ik het gesnotter en het gehoest nog wel meevallen, dus wat dat betreft hadden we misschien toch wel kunnen gaan, maar naarmate de dag vordert wordt het weer erger (logisch).

Naar de herensoos gaat hij ’s avonds dus ook niet.

Hij voelt zich belabberd zegt hij, en inderdaad zit er niet veel “pit” in hem.

Hij heeft ook een keer extra zuurstof toegediend gekregen omdat hij het benauwd had, vertelt hij.

Ik zeg tegen hem dat hij wel moet proberen om goed te blijven eten, want het is belangrijk dat hij op krachten blijft.

Ja, dat zegt de verpleging ook, zegt hij.

Ik ben niet de enige die zich zorgen begint te maken na 10 dagen verkoudheid en slecht eten, want ze gaan bloedprikken bij hem.

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X