Krokodil, die bijt je in je……

De dag voordat mijn eega met taxi weer een paar uurtjes naar huis zou komen, krijg ik mail dat Regiorijder gaat staken, en dat vervoer dus onzeker is.

Dat avontuur gaan we niet beleven, geen zin in, dus ik annuleer taxi en draai de rollen om door dan naar hem toe te gaan.

Hij waardeert het zeer dat ik dat doe, maar ik vind het niet meer dan logisch.

Echt op zijn praatstoel komt hij niet te zitten, en het duurt wel twee uur voordat hij uit zichzelf wat meer gaat zeggen, al is het ook dan nog mondjesmaat, en gaat het over de niet leuke dingen in zijn leven.

Als ik de volgende keer weer bij hem kom, blijkt zijn zoon plus hond bij hem op de kamer te hebben geslapen.

Op zijn bed ligt een pluche krokodil, die er eerst niet lag.

Ik vraag hem hoe hij daaraan komt.

Hij geeft geen antwoord op mijn vraag, maar zegt dan lachend dat ik dat ben..

Ik ben even verbaasd, want het beertje vertegenwoordigde mij toch?

“Nee”, zegt hij nogmaals, “de krokodil!”

Een krokodil is niet bepaald een vriendelijk dier en heel wat anders dan een knuffelbeertje, en deze associatie staat mij niet bepaald aan.

“Het is een geintje!”, zegt mijn eega.

“Ik vind het geen leuk geintje”, zeg ik dan.

Hij heeft dat ook vast niet zelf bedacht, maar hij vond het wel een leuk geintje dus.

Ik heb best gevoel voor humor, maar niet ten koste van mij.

Dat mijn eega erom blijft lachen, schiet mij helemaal in het verkeerde keelgat, en ik ben in staat om rechtsomkeert te maken.

Mijn eega signaleert het gevaar, zegt nogmaals dat het maar een geintje was, dat de hond nu eigenlijk ook de dupe is, want het is zijn speeltje, en hij biedt mij zijn excuses aan, ook namens zijn zoon.

Dat hij zijn excuses aanbiedt voor iets wat mij raakt, is nieuw voor mij, want dat ben ik echt niet van hem gewend, en ik waardeer het dan ook des te meer.

Daarna wil hij nog meer zeggen, maar hij loopt vast en geeft het praten (even) op, meldt hij.

Hij wordt niet goed van die kop van hem, zegt hij nog.

Dan maar samen nog wat TV kijken, voordat hij naar de herensoos gaat.

Zijn eten wordt op de kamer gebracht, waar hij best zin in heeft, maar als hij zit te eten en hij krijgt ondertussen ook zijn medicatie tussendoor, dan komt de klad in het eten en wil hij niet meer.

Ik meld het bij de huiskamermedewerker, of dit niet op elkaar afgestemd kan worden, dat zijn medicatie voor of na zijn eten kan worden gegeven, en niet als vervelende “stoorzender” tussendoor?

De medewerker zal dit overleggen met de zorg. Ik ga er zelf ook beter op letten.

Het innemen van de medicatie is wel steeds meer een worsteling, merk ik; in elk geval als ik erbij ben en als ik ze zelf toedien wanneer hij thuis is voor bezoek, dan krijgt hij zijn pillen ook moeilijk weg.

Maakt niet uit hoe: met water of met appelmoes.

De volgende dag belt hij mij zelf op, en als ik hem vraag of hij nog een keer een logé heeft gehad, zegt hij: “Neee…., het blijft geen feest…”.

De krokodil zal nog wel logeren, denk ik, maar daar heb ik het maar even niet over…

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top