Koppie erbij houden…

Normaal gesproken zou hij wel gebeld hebben, na het bezoek van zijn baas, om te vertellen hoe het was geweest. Nu hoor ik niets van hem.

Begin van de avond bel ik hem zelf dan maar even.

Het duurt een hele tijd voor hij opneemt, en hij vertelt dat hij sliep.

Het zegt gelijk genoeg over zijn huidige energie niveau.

Het was wel heel leuk geweest, het bezoek, hoor ik daarna van hem.

Ik had ondertussen van de bezoekers vernomen dat ook zij hem slapend hadden aangetroffen.

Zij vonden dat hij wel “minder” was dan ten tijde van hun vorige bezoek, maar dat is niet vreemd.

Hij had toch op zijn praatstoel gezeten en ondertussen ook nog een opmerking over mijn lichaam gemaakt, complimenteus bedoeld, maar voor mij ietwat gênant voelend, dus dat ga ik hier maar niet herhalen.

We hebben er wel allemaal om moeten lachen.

Ik bel nog met de afdeling in verband met zijn natriumtekort en hoe daarmee verder te gaan.

De arts van de zorginstelling heeft contact gehad met de neuroloog van SEIN, omdat mogelijk de medicatie de boosdoener is, en de uitkomst is dat er bloed geprikt wordt om dit in de gaten te houden.

Met het natrium gaat het nu gelukkig weer in een stijgende lijn, maar mocht dit veranderen dan zal er mogelijk via een opname bij SEIN overgestapt gaan worden op andere medicatie.

Vrijdag komt mijn eega toch de paar uurtjes naar huis.

Van te voren heb ik nog met de afdeling gebeld, of dit wel verantwoord is.

Het antwoord is “ja”.

Evengoed knijp ik e’m voor wat ik met hem mee ga maken.

Ik heb mijn hoofd er dan ook niet helemaal bij, en daardoor kan het gebeuren dat ik mijn huissleutels in het deurtje van mijn brievenbus laat zitten en zo de deur uitloop, en dat ik even later met iemand sta te praten op straat en er helemaal geen erg in heb als de taxi arriveert.

Gelukkig kennen buren zowel mij als mijn eega, en is er altijd wel een reddende engel in de buurt.

Ik hoor de taxichauffeur roepen, die gewaarschuwd was door een buurtbewoner dat ik “daar” stond te kletsen.

Ik schaamde me nog net niet dood (gelukkig maar), en bied mijn excuses aan.

Het is nog mooi weer en ik loop met mijn eega naar het winkelcentrum, voor ons wekelijkse rondje.

Daarna wil hij in het park nog even roken.

Ondertussen voel ik alvast in mijn jaszak naar mijn huissleutels, en…..die vind ik dus niet! Help!

Wat nu? Ben ik ze onderweg verloren? Waar dan? Vind ik ze nog terug?

Dan blijkt er nog een reddende engel te zijn: een andere buurtbewoner had de sleutels in het deurtje van de brievenbus zien zitten en had ze meegenomen naar huis.

Ze kwamen erachter dat ze van mij waren en belden mij op, net op het moment dat ik terug wilde gaan om naar de sleutels te gaan zoeken.

Wat een opluchting, zeg! Pffff!

Voor mijn eega ook fijn dat we niet terug hoefden te gaan richting winkelcentrum, want hij had het toch wel koud gekregen ondertussen.

Natuurlijk had ik er ook aan gedacht dat ze in het flatgebouw konden zijn, maar het leek mij logischer dat ik ze onderweg ergens was verloren, al had ik ze niet horen vallen.

En het winkelcentrum was op moment van bemerken dichterbij dan mijn woonadres.

Maar goed, een speurtocht bleef ons dus bespaard, dankzij de oplettende en attente buren.

Mijn eega is verder eigenlijk best in zijn goede doen, dus ik had mij voor niks druk gemaakt.

Hij vertelt wel dat hij ‘s ochtends niet naar de werkplaats was geweest, om te voorkomen dat hij voor het bezoek naar huis te moe zou zijn, en dit krijg ik later inderdaad door de afdeling bevestigd.

Mijn eega heeft zowaar niet geprotesteerd, en ik vind het ook een wijs besluit.

Zijn nieuwe zorg coördinator (EVV) had dit met hem besproken, en hij was er zonder morren mee akkoord gegaan. Dat mag in de krant!

Deels beseft hij zijn eigen kwetsbaarheid nu wel door de twee ziekenhuisopnames, maar of zo’n gesprek met hem goed uitpakt hangt ook af van de benadering, en met deze medewerker kan mijn eega goed overweg, dus dat scheelt zeker.

Dinsdagochtend belt mijn eega mij vroeg op, met de vraag of ik al onderweg ben voor de natuuractiviteit.

Nou, nee, ik heb net mijn ontbijt op, dat is vanmiddag pas.

Hij schaamt zich voor zulke “vergissingen”, ook al kan hij daar niks aan doen.

Mijn geruststellende reactie hoort hij al niet meer, want met een druk op de knop heeft hij ons gesprek al beëindigd…

 

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top