skip to Main Content
De Klok Lijkt Sneller Te Gaan Tikken

De Klok Lijkt Sneller Te Gaan Tikken

Dagelijks bel ik mama. De laatste tijd gaat het steeds moeizamer van haar kant. Ze kan steeds slechter uit haar woorden komen. Dan wil ze me wat vertellen, maar dan stopt ze, is ze even stil en zegt dan dat ze het niet meer weet. Vervolgens hoor ik haar dan zuchten. Uit haar woorden kan ik telefonisch ook geen verhaal opmaken. Mama krijgt steeds meer last van afasie (moeilijk uit haar woorden kunnen komen) en apraxie (moeite hebben met handelingen). Hoe moeilijk en frustrerend moet dit voor haar zijn.

Met mijn gezondheid ging het na een longontsteking en nog steeds ben ik vlot moe. Toch, als ze me vertellen dat mama opeens wel erg anders doet bedenk ik me en ga naar haar toe. Ze wist niet dat ik zou komen en ze is verbaasd als ze me ziet. In haar ogen zie ik dat ze me niet herkent. Als ik haar een kus geef vraagt ze, “Komt u voor mij?” Het bleek dat ze een blaasontsteking had. De begeleiding vraagt of ik haar wil helpen met plassen, dan kunnen ze de urine strippen. Het lukt me die dag echter niet om haar te laten plassen. Mama laten drinken is al iets wat me ontzettend veel moeite kost, want wat ze niet wil dat doet ze ook niet!

Als ik ’s avonds laat thuis ben en bel blijkt ze te hebben geplast, is de urine gestript en blijkt die niet goed te zijn. Ik vraag of ze medicijnen heeft gekregen. Nee dat heeft ze niet. Morgen moet er weer urine opgevangen worden, dat moet op de kweek en als die uitslag er na een dag 3 of 4 is dan weten ze welke bacterie het is en krijgt ze de juiste medicatie. De urine opvangen lukt echter de eerste 2 dagen nog niet, maar dan wel en dan komt het op de kweek. Ik wil toch echt dat ze al medicatie krijgt, maar het antwoord blijft nee, eerste weten welke bacterie het is. Dan blijkt de uitslag er 3 dagen later nog niet te zijn, het zal de volgende dag worden. Ik had al eerder gebeld voor de arts, maar die bleek ziek. Nu vraag ik naar de coördinator, die is er morgen pas weer. De volgende dag hang ik meteen aan de telefoon voordat de coördinator überhaupt de jas uit heeft kunnen doen en koffie heeft kunnen pakken. Ik doe mijn verhaal en mij wordt verteld dat de uitslag er is van de kweek. De coördinator verteld me dat de vervangende arts eerst wilde weten welke bacterie bestreden moest worden. Ja, maar we zijn nu een volle week verder. Nu is blaasontsteking zo al niet fijn, maar ik heb vorig jaar geleerd dat het in mama’s geval een zware wissel op haar kan trekken. Vorig jaar leek het er ook naar. Ze bleek een delier te hebben gehad. Haar urine was donker doordat ze niet goed gedronken had, maar toch geen blaasontsteking. De coördinator verzekerde me dit te wijzigen in mama’s dossier. Mocht dit weer blijken dan meteen aan medicatie. Het kan later gewijzigd worden, maar dan heeft ze alvast iets. Ze kreeg een kuur van 10 dagen. Dat bleek niet afdoende, dus nog een kuur van 10 dagen erachteraan en nu is ze met de derde kuur bezig. Ik ben geen arts natuurlijk, maar dat gevoel blijft, ‘Waarom moest ze een week wachten?’

Ondertussen is ze qua gedrag ook hard terug gegaan. Aan de telefoon werd me verteld dat ze zelfs agressief is. Nou ja, verbaal agressief dat herken ik wel van haar van vroeger. Het moest gaan zoals zij het wilde hebben. Zelfs mijn vader heeft me meerdere keren gezegd om het maar te doen, gewoon om de vrede te bewaren en de eer aan onszelf te houden. Als puberende tiener had ik met de regelmatig het huis op z’n grondvesten doen schudden. Dus ja, echt een verrassing kon ik het niet noemen. Wat wel verrassend was, ze was ook lichamelijk agressief. Ze had proberen te spugen naar iemand en zelfs geslagen. Nee, dat kon ik niet rijmen. Haar verdriet kon ik ook minder rijmen, maar dat zal puur komen omdat ze daarin al geen deler was. Ik besluit dus om zelf maar even te gaan kijken. Verder begint ze te dwalen. Ik kijk op google wat het dwalen is en lees op een site over dementie dat men dit ook doet omdat ze rustig worden door het ritme van de stappen.

Als ik bij haar kom is ze blij me te zien, maar we moeten meteen uit de woonkamer. Ze wil daar niet zitten. We gaan naar haar kamer en ze laat me eerst weer alle foto’s zien. Eenmaal daar begint ze te huilen. Ze kan niet zeggen waarom. Dan vraag ik hoe het gaat en ze zegt dat het wel gaat. Vervolgens begin ik over de blaasontsteking. Ik kreeg de tip om korte zinnen te gebruiken en open vragen te stellen. Haar antwoord is vaag, ‘gaat wel’ of ‘nou ja’ of ‘dat weet ik niet’. Ook begin ik over papa. Ze zijn gescheiden na 31 jaar huwelijk, maar dat weet ze niet meer, ze heeft wel verdriet om hem, maar weet ze nog wel dat hij overleden is? Ik vraag of ze papa nog wel eens ziet. Dat doet ze, en ze zegt met hem mee te mogen. Ik vraag of ze dat wil, “Ja heel graag” is haar antwoord en dan hou ik het niet droog. Als ze mij ziet huilen gaat zij ook weer. Misschien apart, maar ik besluit om samen te gaan huilen. We hebben beide verdriet en we mogen het uiten. Leerde ze mij vroeger dat niet mogen uiten, ik laat haar nu zien dat het goed is. Het voelt goed.

Eigenlijk heb ik best zin in een kop koffie, dus ik vraag of ze mee wil naar de kamer. Ze zegt dat ik nog even naast haar moet zitten en wijst dan naar de zijkant, daar zitten mensen en het is duidelijk dat ze er niet langs wil. Ik kijk en zie de spiegel, “Dat zijn wij mam. Kijk, zwaai maar even.” Ik zwaai en maak er handig een grapje over. Dit om te verbloemen dat ik hiervan schrok. Ze staat op en wil mee naar de huiskamer. Ik pak voor ons beide koffie, maar dan wil ze weer naar haar kamer. Ik neem de koffie mee. Eenmaal daar moet ze weer huilen. Weer huilen we samen.

Dan stel ik voor om samen naar de Hema te gaan, maar alleen als ze mee wil in de rolstoel, want ik vind het te eng om met haar te wandelen, ik ben bang dat ze valt. Nu het toch kouder is, maak ik ook handig gebruik van het weer en zeg ik dat het glad is. Ze gaat akkoord, ze wil wel in de rolstoel mee. Dat is heerlijk. Het eten van haar gebak ziet ze echter niet zitten en ik moet haar helpen. Ik begin te lachen en zeg dat ik nu mooi wraak kan nemen op vroeger, dus daar ga ik, “Daar komt een cruiseschip”, “Daar komt step”, “Daar komt de snorfiets” etc… We hebben een lol. Alleen vergeet ik in de Hema de rolstoel op de rem te zetten en als ik even niet kijk is ze in de stoel naar achteren gelopen. Daar staat ze verderop in het Hema-restaurant en een lol dat ze heeft! Een moeder en dochter aan het tafeltje naast ons staan op als ik het dienblad weg zet. De mevrouw houdt me staande als ik terug wil lopen en zegt, “Wat gaat u liefdevol en vrolijk met uw moeder om. Heerlijk om te zien!” Ik bedank haar, maar de tranen schieten me in de ogen, wat ontzettend lief! Ik trek mijn jas weer aan droog mijn tranen vlug. Na de Hema maken we nog een wandeling en dan gaan we weer terug.

Eenmaal terug wordt ze boos, maar ook echt boos. De begeleidster vind ze niet leuk en ik moet ook mijn bek houden. Ik loop achter haar aan naar haar kamer en vraag wat er is. Ze stopt, draait zich om en vloekt me met haar tanden op elkaar houdend al sissend toe. Ze gaat zo staan dat het lijkt alsof gaat slaan. Dat doet ze niet, maar ze loopt boos door. Eenmaal op haar kamer is ze nog bozer en vraag ik waarom ze boos is en op wie. Dat weet ze niet te uit te leggen. Denk niet dat dit mijn idee was om te doen. ’s Morgens was de psych geweest en die had gezegd aan de verpleging, dat ze dat eerst moesten doen. Mama kan het niet onder woorden brengen en weet het niet. Ze lijkt ook eerder bozer te reageren op die vragen, wat ik wel begrijp, want hoe frustrerend is het als je je niet kunt uiten. Ze staat bij de foto van papa, “Kijk, dat is hij.” Ik zeg dat het papa is en ze wordt meteen boos. Volgens haar is hij mijn vader niet. Dan noemt ze mij bij mijn tweede naam, de naam van mijn grootmoeder, haar moeder. Ik doe net of hoor ik haar niet en vraag wie de man op de foto dan is en dan zegt ze, “Je vader.” Ja, of ze dit nu weet of me nazegt.

We lopen weer richting huiskamer. Ik denk aan wat ik las over het dwalen. Ja, in dit tempo zit er wel een geruststellend ritme in. Ze loopt naar de kapstok en pakt een sjaal en een jas. Ik vraag wat ze doet. “Ik ga naar huis!”, roept ze boos. “Waar is dat?”, wil ik weten, maar ze kan me geen antwoord geven. De begeleidster komt erbij en vraagt wat er is. Ze is nog steeds boos. De jas geeft ze wel aan de begeleidster, maar de sjaal houdt ze vast en blijft er mee in haar handen spelen. Ze wil weer naar haar kamer. Daar is nog steeds boos. Duidelijk boos, want huilen zit er niet bij. Ik zet een foto neer die ze mee had genomen en die ze op een tafeltje in de hal had gezet. Ze draait zich woest naar me toe en zegt dat ik er af moet blijven. Niets kan ik goed doen op dit moment, dus ik loop haar kamer uit om nog even met de begeleidster te praten.

Eerlijk vertel ik dat ik geschrokken ben, maar dat ik haar wel degelijk ken van het boze. Ik leg ook uit dat het vroeger wel zo moest gaan zoals zij wilde. Dan vertel ik eerlijk dat wij nooit zo’n band hadden en mijn zusje altijd haar favoriet geweest is. Pas veel later kregen wij een band. De begeleidster kijkt verbaasd en zegt dat ze dat niet verwacht had en dat ik juist lief voor haar ben en al veel doe. Ja, je kunt de tijd niet terugdraaien en de Alzheimer, daar kan en mag ik haar toch niet op afrekenen? Ik denk namelijk, vergeven doe je niet voor de ander, maar voor jezelf om het onkruid uit je hart en ziel te houden.

’s Avonds bel ik mijn zusje en vertel over wat ik al wist, dat ik geweest ben en wat ik heb gezien. Zo kent ze mama niet, zo is mama ook niet. Ze gelooft me gewoon niet, dit kan niet waar zijn volgens haar. Opeens valt bij mij het kwartje. Mama is natuurlijk vergeten dat we later wel een goede band hadden, dus ja, op mij kan ze boos worden. Wat ben ik blij om te beseffen dat ze nog wel weet van haar band met mijn zusje. Laat mama me dan maar bij mijn tweede naam noemen. Haar oudste kind en haar moeder delen die tenslotte die naam en laat ik daar dan maar kracht uit halen. Hoe dan ook, ‘You Hurt The Ones  You Love The Most’, telt blijkbaar ook als je Alzheimer hebt.

Avatar

Dyezzie Engel

Mijn naam is Franka, maar ik blog onder de naam Dyezzie. Sinds 2014 blog ik over persoonlijke zaken op www.dyezzie.nl. Sinds 2013 weten we dat mijn moeder Alzheimer heeft. Pas sinds eind 2015 blog ik ook hierover met haar goedkeuring. Hierin schrijf ik wat er allemaal gebeurt met haar, maar ook hoe het voor mij is.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X