skip to Main Content
Jaap Heeft Er Genoeg Van

Jaap heeft er genoeg van

André Beerda02‘En nou is het genoeg!’ De vulkaan is uitgebarsten en spuwt vuur. De man die al die tijd lijdzaam toezag terwijl er aan alle kanten aan hem werd getrokken en gesjord is het zat. En goed ook. Mijn moeder en mijn zus wassen mijn vader en hangen hem vervolgens in de Diana takellift om hem naar de kamer te brengen. En dat gaat gepaard met wat fysiek ongemak bij het lijdend voorwerp. Je kunt geen omelet maken zonder een eitje te breken. Sa is’t en net oars!

Zo kennen we hem weer, die plotselinge erupties van irritatie. Het is een bijna vervlogen beeld. Als hem iets niet zinde, dan liet hij dat goed merken. Mijn vader is hooggevoelig, heeft bijvoorbeeld nooit tegen onverwachtse harde geluiden, deuren die dichtklappen, harde muziek of te luid gepraat gekund. En als het dan toch gebeurde, schrok mijn vader op alsof door een wesp gestoken en klonk er een hartgrondig: ‘Harregat!’ Grunnings vloeken noem ik dat, want de geboren en getogen Fries is ook door mijn moeders kant – Gronings – beïnvloed. Al zal een oprjochte Frys dat niet zo snel toegeven, natuurlijk.

Hoewel mijn vader allerminst zwaar gelovig was/is, heb ik hem nog nooit volmondig GVD horen roepen. Geloof ik. Doe je niet, kwets je anderen mee, kwestie van opvoeding. Het is ‘Harregat’ of hooguit een potverdikke-nog-aan-toe! Heel af en toe horen we dat nog, ineens. En dan klinkt het vertrouwd. Ook Joke en Wilhelmien die om beurten mijn moeder bijstaan in de zorg voor mijn vader, krijgen dat soms over zich heen. Maar die kunnen wel tegen een stootje. En meestal wordt er hard (maar niet te hard) om gelachen.

Maar nu is het dus: En nou is het genoeg! Een hele zin. En die zijn zeldzamer. De irritatie komt uit zijn tenen, maar deze volzin is aan zijn aangetaste hersenen ontsproten. En hoe dat werkt, blijft raadselachtig. Wat opvalt is dat vaak na heftige epileptisch-achtige aanvallen hij in de dagen erna opmerkelijk helder is en vaker ineens een bij hem passende uitdrukking debiteert. Of zelfs antwoordt op een eenvoudige vraag waaruit je zou kunnen opmaken dat hij het begrijpt. Alsof hij een sprong terug in de tijd maakt.

Ik maak ook een sprong terug in de tijd. Het moet begin 2010 zijn geweest. Mijn vader is met mijn moeder en mijn zus bij het Alzheimer Centrum van het VU Medisch Centrum in Amsterdam. Een grondige verbouwing maakt het tot een doolhof van bouwplastic. Je zou ervan in de war kunnen raken, als je dat al niet was. Het is het domein van de grote Alzheimer Professor Philip Scheltens, de man die met buitenlandse collega’s al jaren wedijvert om het geheim van dementie te ontrafelen en een wondermedicijn ertegen te ontdekken. Ik spreek hem later dat jaar als we voor televisie een portret van hem maken ter gelegenheid van de officiële heropening van het Alzheimer Centrum. De briljante Scheltens wordt, zoals dat gaat met mensen van zijn kaliber, bewonderd door velen en gevreesd door anderen. Mijn indruk is dat hij meer een man van de cure is dan van de care.

Mijn vader, moeder en zus moeten vroeg in het Alzheimer Centrum zijn. Ze hebben vlakbij overnacht en nauwelijks ontbeten als ze om 8 uur in het VU zijn. Er volgt een lange dag van testen, wachten, nog meer testen, nog meer wachten. En elke keer als ze even ergens wat willen eten of drinken, wordt mijn vader weer opgehaald. De lunch schiet er bij in. Het Alzheimer Centrum ziet patiënten uit het hele land en de agenda is overvol. Mijn moeder is nog altijd vol lof over de goede zorg die ze daar hebben gekregen, maar die dag is het teveel van het goede. Tegen vieren is mijn vader moe en hongerig en al die testen spuugzat. Hij wil naar huis.

Alleen, de Professor zelf wil hem nog wel even zien. ‘Zo, meneer Beerda, vertelt u eens, hoeveel kinderen heeft u?’, vraagt Scheltens als hij eindelijk zijn opwachting heeft gemaakt. Standaardvraag volgens het protocol. Maar voor mijn vader is de maat vol. ‘Dat is al de zoveelste keer dat ik die vraag krijg vandaag, als jullie dat nou nog niet weten…?! Scheltens doet nog een poging, hij moet het toch echt weten. Maar mijn vader trekt zijn jas aan en spreekt de legendarische woorden die de vermaarde Professor verbouwereerd achterlaten. ‘En nou is het genoeg!’

Avatar

Andre Beerda

André Beerda is freelance journalist en communicatie-deskundige. Hij werkte voor o.m. Man Bijt Hond, Netwerk en Altijd Wat. Maar hij is vooral de zoon van Jaap, die al zeker 9 jaar Alzheimer heeft. En van Fenny, die zo goed voor Jaap zorgt dat hij nog steeds thuis kan wonen. Over hoe bijzonder die alledaagse zorg kan zijn, gaat dit blog.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X