In rustiger vaarwater

Vrijdagochtend ga ik nog even wandelen, voordat mijn echtgenoot naar huis komt.

Ik hoor en zie pasgeboren lammetjes, en misschien vindt hij het wel leuk om daar ook even te kijken.

Wanneer hij met de taxi arriveert doe ik hem dat voorstel, en hij wil hij het inderdaad wel.

Ook wil hij een sigaretje roken, en dat kan dan mooi als we bij de lammetjes stilstaan.

Helaas is het daar nogal winderig, en het lukt helaas niet om de sigaret brandend te krijgen, dus het roken moet nog even wachten.

Wel wil hij de sigaret nu zelf vasthouden, bang dat die bij mij in mijn jaszak zal knakken of zo.

Ik ben daar niet zo bang voor, want onderweg naar de lammetjes zat de sigaret ook in mijn jaszak, maar als hij die nu zelf wil vasthouden, dan moet hij dat doen.

De rolstoel duwend, is het toch best een afstand, maar het geeft niet.

We zijn lekker buiten; het is mooi weer.

In het park parkeer ik de rolstoel naast een bankje, en daar kan hij eindelijk zijn sigaretje roken.

Hij vertelt dat hij in de zorginstelling nu een “rookmaatje” heeft, die hem voor dat doeleinde op komt halen.

Dit typende ben ik vergeten te vragen hoe vaak ze dan samen roken…ik meen dat hij twee keer per dag zei.

Het incidenteel roken is dus nu regelmatig geworden, maar ik zeg er niks van.

Zondagochtend belt hij mij op om te vragen of er voor die dag nog iets op de planning staat, want er staan geen activiteiten op zijn memobord aangegeven.

Ik zeg tegen hem dat het zondag is, en dat zijn zoon dan meestal komt.

Een uur later belt hij weer: hij heeft ruzie gehad met een verpleegkundige en hij wil verhuizen naar een andere zorginstelling.

Ik laat hem stoom afblazen, maar ik bemoei mij er verder niet mee; die tijd heb ik gehad.

Hij wordt daar goed verzorgd, en natuurlijk zijn er weleens aanvaringen, maar die had en heb ik zelf ook met hem.

Ik heb weleens verdrietig gezegd tegen een buurvrouw dat ik het zo erg vind om te horen dat hij het niet naar zijn zin heeft, waarop zij mij gelijk goed met beide op de grond zette door te zeggen: “Was hij bij jou dan altijd zo gelukkig?”

Nee, en dat wist zij ook. Wel goed dat zij mij daar even aan hielp herinneren, en daar denk ik nu dan ook maar weer even aan.

‘s Avonds belt hij mij nog eens op, vertelt dat zijn zoon inderdaad is geweest, en over de ruzie en een verhuizing hoor ik hem niet meer.

Dinsdag tref ik hem aan met een pakje sigaretten bij de hand, die duidelijk weer helemaal deel uitmaken van zijn leven, terwijl hij dat eigenlijk niet had gewild, dat weet ik, maar als ik erover zou beginnen, dan zal hij vermoedelijk zeggen dat hij niks anders heeft.

Dat is natuurlijk niet zo, maar het is wel hoe hij het roken voor zichzelf wil rechtvaardigen, en ik laat het onderwerp maar met rust.

Ik ga ook weer op bezoek bij mijn zus, met wie het elke week toch ietsje pietsje beter gaat, en tref daar ook een nichtje: gezellig.

De volgende week wil ik een keer samen met mijn echtgenoot naar mijn zus gaan.

Ondertussen heb ik deze week ook nog een schilder in mijn huis rondlopen.

Natuurlijk zorgt dat voor onrust, maar het bezorgt mij geen stress deze keer.

Het is dezelfde die hier de plafondschade heeft verholpen na de lekkage, en hij is makkelijk in de omgang, beleefd en betrouwbaar.

Een verademing na al die rare snuiters die ik hier in huis heb gehad, de afgelopen tijd.

Toch zal ik blij zijn als ik mijn huis gewoon weer voor mezelf heb.

Nog even volhouden.

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top