skip to Main Content

In mijn hoofd #parkinson

Marlies VerdoodtZe vertrok op kamp, de dochter van 10. De dagen voordien waren een tijd van lijstjes, inpakken en veel samenzijn. Om vooraf al in te halen wat we 10 dagen zouden missen. Wat vind ik afscheid nemen moeilijk. In het klein en in het groot. Tijdens de babbels die dagen zei ik haar dat ik me zo vaak schuldig voel. Als ik bij de kinderen ben, vind ik dat ik dringend naar mijn ouders moet. Als ik bij mijn ouders ben, vind ik dat ik bij mijn dochters hoor te zijn. Behalve in mijn hoofd ben ik dan eigenlijk nergens. Ze haalde haar schouders op: “Geen last van”, zei ze luchtig. Tot daar het gesprek… 🙂
En toch blijf ik denken dat ze dat zei om me te sussen. Maar misschien moet ik toch maar leren een beetje liever te zijn voor mezelf.
Ze hebben al veel gezien, onze meisjes. Hoe ik kwaad werd op mijn vader omdat hij zich via de telefoon had laten verleiden tot puzzelboekjes. (En toen kwam het incassobureau…) Hoe ze na een alarmerend telefoontje mee moesten (wegens te klein om alleen thuis te blijven) naar oma en opa. Hoe ik hen in paniek achterliet toen mijn vader naar het ziekenhuis werd gebracht. Hoe oma steeds minder op hen reageerde. Hoe ik huilend thuiskwam. En nog eens. En nog eens…

Soms voel ik hoe ze ook stil worden door wat er met oma en opa gebeurt. Maar ondanks de zwaarte kijken ze soms met een verhelderende lichtheid naar de dingen. Gelukkig maar. Het zijn en blijven kinderen die fladderen van gedachte naar gedachte.
Dat blijkt uit het volgende tekstje dat ik in de lente schreef. Het was een gewone schooldag. “Tussen de soep en de patatten” (zoals ze dat in Vlaanderen zo mooi zeggen) ging het over opa. Even.
Ze houdt ervan om tot rust te komen ‘s middags, om – nu het even kan – te ontsnappen aan de drukte van de eetzaal. Eten, praten, gewoon stil zijn, even spelen en dan weer naar de overkant. “Ik denk altijd dat het parkin-som is,” zegt ze. Tussen twee happen van haar licht verteerbare witte boterham door. “Maar het is son. SON.” Zes is ze en ze laat me verwonderd achter als ze weer naar school aan de overkant loopt. Met goed gemikte stappen – want alleen op de witte strepen van het zebrapad. Zoals blije kinderen dat doen.

En dan was er deze zomer nog een boterhammen-moment in het verzorgingstehuis bij mijn ouders. Ik had net mijn moeder eten gegeven en ruimde de tafel alvast wat af, toen mijn jongste me toefluisterde: “mama, heb je gezien hoeveel choco opa op zijn boterham smeert?” “Ach”, zei ik, “laat maar. Het lukt opa niet goed om te smeren.” Ik ging toch even kijken en kon me voorstellen dat die dikke laag mijn dochter zou inspireren voor haar ontbijt morgen…
Maar wat me nog het meest bezighield, was de mosterd. Nog net zichtbaar aan de rand van de boterham, onder en naast de choco.
Mijn dochters vinden die dingen vooral grappig. Ik ook eigenlijk. Maar tegelijk weet ik dat dit het begin is van wat nog komen gaat. Van hoe parkinson na verloop van tijd ook verwarring met zich mee kan brengen. En daar wil ik soms niet aan denken.

Jaren leefde ik met mijn neus op het verdriet. Met mijn ogen gericht op het afscheid dat zo lang duurt. Onlangs vond ik eindelijk de energie om weer te gaan schrijven. Het haalt me uit de starre kronkels in mijn hoofd. Het laat mijn gedachten fladderen. Soms. Ik kan alleen maar hopen dat iedereen die het moeilijk heeft, iets vindt dat hem uit zijn hoofd haalt en bij zijn hart brengt. Of het nu zingen is of wandelen of in de tuin werken of aan een auto sleutelen. Dat helpt bij het loslaten. En bij het terugvinden van jezelf.

Avatar

Marlies

Marlies is mama van twee heerlijke dochters, dochter van zieke ouders en vrouw van een man die haar geduldig verdraagt en vér draagt. Ze zoekt naar woorden die zin geven aan haar leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X