skip to Main Content

'Ik wil niet opgesloten doodgaan'

rolstoelersOp AD.nl las ik een verbijsterend stukje over acht ouderen met dementie in Leerdam, die al drie zomers op rij zelden of nooit meer buiten komen, ondanks dat het verplegend personeel enorm zijn best doet. De reden is dat de gesloten afdeling als enige afdeling in het betreffende verpleeghuis geen veilig afgesloten terras of balkon heeft. En dat is helaas geen tijdelijk probleem. Er komt ook geen oplossing – want er blijkt geen budget voor te zijn. Familieleden kunnen het bijna niet meer aanzien. Ze zijn wanhopig. En terecht lijkt me, want zelfs gevangenen worden in onze maatschappij nog ‘gelucht’ of bij goed gedrag een weekendje huiswaarts gestuurd!

“Ik wil niet opgesloten doodgaan”: zei mevrouw Venus-De Ruiter (98) altijd, voordat ze dementie kreeg. Met die woorden in zijn achterhoofd komt haar zoon van 73 haar minimaal een keer per dag halen voor een ommetje. Het is de enige buitenlucht die ze krijgt. De rest van de tijd zit ze, met zeven medebewoners, in een wooncomplex van het Leerdamse verpleeghuis Lingesteyn, op de gesloten afdeling.
 Vaak zit een medebewoonster naast haar al even verlangend naar buiten te kijken. De twee zijn zelfs al eens bijna ‘ontsnapt’ toen de deur per abuis openstond.

Als ze naar buiten willen, kunnen ze naar de grote tuin bij een andere afdeling die 20 meter verderop ligt. In de praktijk is die 20 meter vaak onoverbrugbaar. Niet alleen omdat de deur simpelweg op slot zit, ook omdat de bewoners zonder begeleiding absoluut de deur niet uit mogen. Zelfs al is het maar 20 meter. ,,Er moet altijd, vanwege de veiligheid, een mantelzorger, familielid of personeelslid mee. Dat moet ook op de andere afdelingen, waar de buitendeur wel direct aansluit op een afgeschermd terras of balkon.

Waarom zitten de bewoners van die andere afdelingen dan wel regelmatig zelfstandig buiten? Dat vragen de familieleden van vier cliënten zich af.

De kleindochter van mevr. Venus weet het eigenlijk wel: ,,Het is natuurlijk veel gemakkelijker om mensen buiten te laten zitten en toezicht te houden als het pal naast de afdeling is.” Een dochter van een andere bewoner zegt dat als zij met mooi weer bij het verpleeghuis komt aanlopen er veel bewoners van andere afdelingen wél buiten zitten.
 ‘Ik heb niks gedaan! En toch mag ik niet naar buiten!,’ roept een andere bewoonster vaak. Vroeger liep deze mevrouw vanuit haar eigen huis zo de achtertuin in. Lekker tuinieren. Nu kan dat niet. Ze zegt vaak: ‘Ik wil de tuin in, maar dat mág niet hier.’

Het is te triest voor woorden. Familieleden proberen zo vaak mogelijk bij hun ouders langs te gaan, zodat ze naar buiten kunnen. Maar dat is helaas niet altijd mogelijk omdat zij zelf ook een gezin en een baan hebben. De kachel moet natuurlijk wel blijven branden bij deze gezinnen.

Nou heeft mevrouw Venus ongelofelijke mazzel, met familieleden die zo vaak mogelijk langskomen. Er zijn medebewoners die nóóit buiten zijn. Gerrit, de zoon van mevrouw Venus, ziet dat met lede ogen aan. Hij mag dan zelf 70-plusser en hartpatiënt zijn; als het even kan, neemt hij bij de wandelingen niet alleen zijn moeder, maar ook een medebewoner mee. “Zij willen immers ook weleens de wind in de haren voelen. ,,Ik kan het van mijn moeder niet aanzien, maar van de andere bewoners evenmin,” zegt hij, ”Niet iedereen heeft familieleden die beschikbaar zijn.”

bron:AD.nl

Marjolijn: Dit is nou precies de reden waarom mijn moeder – toen zij nog leefde – voor de hele wereld verborgen hield dat mijn vader zo ging veranderen en alles vergat. Ze was bang dat mijn vader opgesloten zou worden. Mijn moeder had het er vaak over met ons. Als de tijd zou komen dat zij of mijn vader ‘opgeborgen’ moesten worden, zouden ze samen uit het leven stappen. Een van de laatste dingen die zij vlak voor haar overlijden paniekerig uitriep, was: ‘Hoe moet het nou met hem?”. Ze doelde op mijn vader.

Al een hele tijd had ze grote zorgen om hem, zonder dat haar omgeving doorhad hoe erg de verschijnselen van dementie bij mijn vader eigenlijk waren. Daar kwamen wij – als kinderen – pas goed achter rond het overlijden van mama. Haar grootste zorg was dat hij niet meer thuis kon blijven zonder haar en zijn laatste dagen op een gesloten afdeling zou moeten slijten.

Ik hoop oprecht dat ze ons vanaf boven toch nog een beetje kan volgen en dat ze kan zien dat we ons stinkende best doen om papa zo lang mogelijk thuis te kunnen laten wonen of – in het ergste geval – het moment van opname tot het bittere eind te uitstellen. Gelukkig staat hij nu ingeschreven bij een geweldig verpleeghuis in de buurt en kunnen wij straks, als hij daar een plek krijgt, zo vaak als maar kan bij hem langs gaan. Maar wat als je geen kinderen (in de buurt) hebt of bij crisis naar een verpleeghuis moet, waar je nooit voor zou kiezen? Ik moet er niet aan denken! #mantelzorgelijk

Marjolijn Bruurs

Marjolijn Bruurs

is ondernemer, netwerkbouwer, storyteller, echtgenote, moeder en zij was tot voor kort een zeer gedreven en ervaren mantelzorger voor haar vader met Alzheimer. Eerst in de thuissituatie en later in het verpleeghuis. Tevens is zij de bedenker en het creatieve brein van Mantelzorgelijk.nl en voorzitter van Stichting Mantelzorgelijk.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X