Ik houd mijn hart vast; het nieuwste rapport van de Raad van Volksgezondheid & Samenleving

Vorige week presenteerde de Raad van Volksgezondheid & Samenleving een nieuw rapport: Anders leven en zorgen.  Vol goede moed begin ik te lezen. De eerste introductie zegt: ‘Door een stijgende zorgvraag door vergrijzing en toenemende personeelstekorten rust er een steeds zwaardere verantwoordelijkheid op iedereen die zorg verleent. Voor betaalde krachten, vrijwilligers en naasten is daarom een fundamentele omslag nodig in de organisatie van de zorg.’

Dit intro werd gevolgd door: ‘Om hulpbehoevende mensen bij grote personeelsschaarste zoveel mogelijk te kunnen blijven helpen, is een samenwerking tussen alle verleners van (semi-)formele en -informele zorg essentieel. Deze samenwerking kan niet langer vrijblijvend zijn voor zorgorganisaties; het is nodig dat zij de waarde van naasten en vrijwilligers meer erkennen en betrekken bij het dagelijkse zorgproces.’

Tot zover geen gekke dingen en lijkt het rapport zich te richten op het verbeteren van de samenwerking tussen de formele en informele zorg. De informele zorg, oftewel de mantelzorger, zien als volwaardig gesprekspartner lijkt me een goede zet. Maar als ik het rapport verder doorneem bekruipt me toch een ander gevoel. Dit gaat veel verder dan alleen volwaardig betrokken worden.

In de aanbevelingen lees ik een onderdeel over het verminderen van de beroepsexclusiviteit van de formele zorg. Daar staat een oproep om de normen en standaarden voor de beroepsgroepen te laten afnemen, waardoor er ruimte ontstaan voor het uitvoeren van die handelingen door niet-opgeleide mensen. Gevolgd door: ‘Ga voortaan uit van bekwaamheden en niet langer van bevoegdheden. Dat biedt ruimte aan vrijwilligers en naasten om zorghandelingen te verrichten die nu voorbehouden zijn aan bepaalde formele zorgverleners.’

De schrik slaat me hier om mijn hart. Want wat staat hier eigenlijk? Zoals ik het nu lees, en begrijp, staat hier dat er ruimte gemaakt moet worden om mantelzorgers (en vrijwilligers) zorghandelingen uit te laten voeren. Handelingen die nu gedaan worden door formele zorgverleners.

Ik krijg sterk het gevoel dat dit rapport uiteindelijk niet gaat over fijne samenwerking en afstemming binnen zorgteams, maar dat het vooral gericht is om nog meer taken naar de mantelzorgers (en vrijwilligers) over te hevelen. Met dit rapport krijgen mantelzorgers ineens een volwaardige positie in het zorgsysteem, maar helaas gaat het hoofdstukje over de waardering van dit gelijkwaardig partnerschap niet verder dan wat spiegeltjes en kraaltjes. Wat een armoe!

Ervaringsdeskundige mantelzorger, veranderkundige/organisatieadviseur, moeder en echtgenote. Zorgt al jaren voor moeder en broer. Spreekt en schrijft over vraagstukken in het sociaal domein en mantelzorg. Rode draad is: opsporen, blootleggen, bespreekbaar maken en verbinden. Hiervoor kijkt en luistert ze met een open blik naar alle mensen en zaken die ze tegenkomt. Ze is gedreven om de positie van mantelzorgers te verbeteren en op te komen voor hun belangen. Margreet is tevens bestuurslid van onze stichting, projectleider en de schrijfster van ons MantelzorgManifest.

Dit bericht heeft 2 reacties

  1. Voor mij niets nieuws. Sinds ik een jaar terug ben in Nederland heb ik waargenomen dat de noodzakelijke inzet van vrijwilligers ook gebruikt wordt om te bezuinigen. Daar gaat het niet alleen om personeelkrapte te ontlasten door vrijwilligers taken te laten doen. Basiszorg wordt al lang gedaan door vrijwilligers. Een ontkenning van het feit, dat ook correct uitgevoerde basiszorg geleerd moet zijn en een verantwoorde basiszorg heeft zijn prijs. Net zo als veel taken over de schutting van de gemeente werden gegooid, waarin veel taken nu voor veel minder geld moet worden gedaan door de beroepskrachten. Bij de overdracht naar de gemeenten werd meteen een kwart van het geld gekort. Vele gemeenten kijken bij de aanbesteding niet naar de gecontracteerde werkgevers of ze hun geschoolde personeel wel via de geldend CAO betalen want het geleverde produkt moet goedkoop zijn, anders krijg je de aanbesteding van de gemeente niet en veel geld verdwijnt in de organisatie van alle bedijfjes, die moeten concureren om de goedkoopste aanbieding aan de gemeentes te kunnen doen en zo wordt geld onttrokken uit de directe zorg.
    Zo kan het zijn dat mensen, die zorg en hulpmiddelen nodig hebben bij de ene gemeente voorzieningen en goede zorg krijgen, die mensen in een andere gemeenten niet krijgen. Dus niet zorg op maat staat voorop , maar het geluk of pech in welke gemeente je woont bepaald de maat en kwalireit van de zorg. Als je pech hebt krijg je helemaal geen zorg.

  2. Daar heb je helemaal gelijk in. Zo is het ook. Door onze leeftijd zie je dat vrienden die in een Noordelijke gemeente wonen van alles aangedragen krijgen zonder er om te hoeven vragen. Gewoon omdat er genoeg geld is en er minder mensen wonen. In de gemeente Gooische Meren is er een wachttijd van 6 tot 8 weken voordat er een antwoord komt op een hulpvraag. Je zou er bijna om gaan verhuizen….

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top