Ik ben geen afvoerputje!

Ik ben eerst en vooral mens. Een vrouw, partner, echtgenote, geliefde. Dochter, stiefmoeder, vriendin, Werknemer, HR Manager, professional, small group trainer op de sportschool. Ik ben veel, ik kan veel, ik doe veel, ik draag veel. Maar wat ik niet ben, en nooit en te nimmer wil of zal zijn, is het afvoerputje van de zorg in Nederland.

Ik wil meedenken, meepraten, creatief zijn en samen nadenken over oplossingen. Maar ga niet over mijn hoofd en mijn rug bedenken wat ik allemaal zou kunnen en moeten doen. Ik doe namelijk al zo veel meer dan jullie ooit in je engste dromen kunnen bedenken.
Dus lief zorgpersoneel in diverse ziekenhuizen in Nederland. Wat leuk dat jullie mee mochten denken met oplossingen om de werkdruk te verminderen en de zorg draaiende te houden. En wat fijn dat jullie daarbij direct aan mij dachten. Ik zit immers toch maar het hele bezoekuur op mijn krent de krant te lezen, uit het raam te staren of op mijn telefoon te turen als ik uitgepraat ben met degene bij wie ik op bezoek ben.

Maar misschien hadden jullie eerst eens met mij moeten praten, en dan echt naar mij moeten luisteren. Want misschien is dit bezoekuur bij bijvoorbeeld mijn lieve moeder van 83 wel net het enige rustpuntje in de zoveelste veel te drukke dag. En misschien zit ik wel het hele bezoekuur op hete kolen, omdat ik eigenlijk geen tijd heb om hier te zijn, maar ik mijn moeder ook niet de hele dag alleen in het ziekenhuis wil laten liggen. En ik haar vooral niet af wil schepen met pak ‘m beet slechts een half uurtje van de tijd die ik die dag wel kan missen.

En lieve dames van de Wmo, zouden jullie tijd, zin en energie hebben om bij je ouder wordende ouders het huis te gaan poetsen? En dat niet één keer, maar week in, week uit. Weer of geen weer. Zin of geen zin. Tijd of geen tijd. Naast een drukke baan en naast je eigen huishouden? Ik vermoed zo dat ik het antwoord op deze vraag wel in kan vullen. Toen mijn ouders na lang aarzelen bij jullie aanklopten, reageerden jullie gelukkig vol empathie en heel begripvol op mijn “nee dat kan ik niet ook nog gaan doen”. Mijn ouders kregen dan ook heel snel de hulp die ze nodig hebben. Maar ik hoor en lees ook te veel andere verhalen.

En alle beleidsmakers vraag ik om wat vaker met ons te praten in plaats van over ons. Om wat vaker verder te kijken dan jullie neus lang is. Te bedenken wat jullie zelf zouden doen als jullie in mijn schoenen zouden staan. En vooral niet altijd maar aan te nemen dat ik toch wel “ja” zal zeggen omdat ik nou eenmaal mijn vader, mijn moeder, mijn partner, mijn kind, het allerbeste gun. En ik mijn dierbaren niet in de kou wil laten staan. En als we het er dan samen over eens zijn dat ik als mantelzorger toch dat stapje extra moet doen, laat mij of mijn werkgever daar dan niet de rekening van betalen. Mijn tijd is namelijk kostbaar en geld waard. Ook als ik aan het mantelzorgen ben.

Zie mij vanaf nu staan, kijk niet door of over mij heen. Laten we het samen gaan doen. Laten we op alle niveaus met elkaar in gesprek gaan over draagkracht, over wat er nodig is en over hoe wij samen kunnen zorgen voor de mensen die ons zo lief zijn en die dat stukje extra zorg nodig hebben.

Ik ben geen afvoerputje. En dat zijn mijn collega mantelzorgers ook niet. Wij mantelzorgen toch wel, ieder op onze eigen manier, ieder in onze eigen situatie. Daar hebben we jullie niet voor nodig.

Ellen werkt als HR Manager en geeft groepsles op de sportschool. Op 3 december 2016 kreeg haar echtgenoot Henk op 53-jarige leeftijd vanuit het niets een zwaar herseninfarct. Sinds die dag is zij zijn mantelzorger en zoekt zij naar de beste behandeling, naar nieuwe paden die kunnen bijdragen aan herstel en naar antwoorden op haar vele vragen. Met haar blogs over de wondere wereld van NAH wil zij meer bekendheid geven aan de impact van NAH. Op Mantelzorgelijk deelt zij verhalen uit haar leven met een partner met NAH.

Dit bericht heeft 3 reacties

  1. En zo is het, al vele jaren sinds de z.g participatiesamenleving door de strot geduwd werd.
    Ook mijn lieve moeder zaliger was mantelzorger nog voordat het woord bestond. Zij zorgde voor ouders, zus, die later uit het leven stapte en waar mijn moeder haar hele verdere leven verdriet van had en niemand haar kon troosten, schoonouders, zwager, geestelijk zieke schoonzuster, …….. en dat deed ze, gewoon, omdat het nodig was.

    Mijn moeder was destijds, jaren 80 vorige eeuw, inderdaad een soort afvoerputje.
    Toen zij zelf zorg nodig had en noodgedwongen na 60 jaar huwelijk uit huis geplaatst moest worden was de koek op…… ik heb gedaan wat in mijn vermogen lag, maar vraag me nog steeds af of het wel genoeg was…….

  2. wat goed verwoord, zo mee eens, ik heb 37 jaar voor mijn broer met een verstandelijke beperking gezorgd in een instelling, kan er 3 boeken over schrijven, nu voor mijn dementerende man al vanaf 2015, ik ben de enige bezoeker, ik ben op, maar kan toch niet opgeven, ik ben 72 jaar.

  3. Erg mee eens helaas. Er wordt in zorgland vooral uiterlijk veel gedaan of de mantelzorger erg belangrijk is maar in de praktijk blijkt men je vooral te willen gebruiken. Dan hangt er in de entree een poster met de tekst “Wij werken mantelzorgvriendelijk!” en dan kom je bij je partner en moet je het halve huishouden gaan doen want “dat moet de familie maar doen”. En ik kan me vergissen, maar volgens mij is er een zorgovereenkomst met de cliënt, en niet met mij als mantelzorger…

    Wat ook als een cliënt geen familie meer heeft? Niemand die komt? Hoe worden die dingen dan gedaan?

    Mij heeft het meest tegen de borst gestuit dat men dus DOET alsof je heel belangrijk bent als mantelzorger, maar in de praktijk wordt je gebruikt en vooral nauwelijks serieus genomen. In mijn geval heb ik me enorm verdiept in de beperkingen van mijn vrouw met NAH, het maandenlang informatie verzameld en bestudeerd, heb gesproken met zowel naasten van als andere mensen met NAH en ken mijn vrouw als niemand anders. Ik kan haarfijn uitleggen waarom mijn vrouw bepaalde dingen niet kan en waarom dat uit haar beperkingen voorkomt. Waarom een benadering niet past en aangepast moet worden. En dan niet “omdat ik zeg dat het zo moet”, maar met uitgebreide onderbouwing en verwijzing naar materiaal van organisaties die diepgaand onderzoek doen naar NAH. Maar om de een of andere reden is AL die kennis en informatie onbelangrijk en nutteloos, want ik ben maar een overbezorgde partner, mantelzorger en leek. Er heerst binnen alle zorginstellingen die ik heb mee moeten maken een soort misplaatste beroepseer dat men het als professional vooral ZELF moet weten en informatie of kennis alleen waarde heeft als dat van een andere professional komt.

    Terwijl wat mij betreft een kenmerk van professionaliteit juist zou zijn, om open te staan en te kijken of je je eigen kennis kan verbeteren. Ongeacht de papieren kwalificatie van de overbrenger.

    Het heeft geresulteerd in het feit dat mijn vrouw eigenlijk overal wordt uitgekotst. Tot op het punt dat ik heb besloten het maar weer zelf te gaan doen, ondanks dat dit eigenlijk te zwaar is. Het afvoerputje van de zorg dus! Het lijden van mijn vrouw en het meelijden door vooral de onmacht is moeilijker te dragen dan de last van zelf zorgen.

    Feit dat dit nodig is, illustreert hoe hopeloos onmenselijk het zorgsysteem geworden is. En als je het hebt over onmenselijk en zorg zegt dat eigenlijk dat het hele systeem failliet is. Menselijk gezien.

    Dat zegt overigens ook niet veel goeds over onze samenleving als geheel…

    Willem

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top