skip to Main Content

Hoe het virus huishoudt..

Vrijdagochtend word ik gebeld dat ik niet op bezoek kan komen. Het virus heeft opnieuw toegeslagen.

De bewoners en personeel zullen drie keer getest worden, voordat ze weer open kunnen gaan.

Tot die tijd moeten de bewoners nu ook op hun kamer blijven, en dat is een noodgreep om het virus verder te beteugelen, maar het werkt wel.

Gelukkig zijn de tien dagen die het uiteindelijk worden niet te vergelijken met de drie en een halve maand van tijdens de allereerste lockdown, maar het hakt er wel weer even in.

Hij heeft deze dagen geen fysiotherapie, geen activiteiten, het is stomweg op zijn kamer zitten.

Een lichte epileptische aanval laat wel zien dat het niet niks is.

Daarna belt hij mij op en vertelt dat zijn alarmknop in de toiletpot is gevallen, en hij is bang dat hij bij een volgende aanval de verpleging niet kan waarschuwen.

Hij weet, en meldt dat zelf ook dat er eveneens alarmeringsmogelijkheden zijn op de wand, maar er gaat voor hem natuurlijk niets boven een alarmknop om zijn hals.

Ik stel hem gerust, zeg dat de verpleging heel goed weet hoe afhankelijk hij ervan is en hoe belangrijk het is dat hij snel kan alarmeren bij een aanval, en dat het vast wel in orde zal zijn voor hij gaat slapen.

’s Avonds belt hij mij nog een keer, heeft het niet meer over het alarmeringssysteem en ik ook niet, bewust niet.

Ik ga er vanuit dat het in orde is, en zo niet dan wakker ik zijn onrust aan met ernaar te informeren.

Regelmatig voel ik mij een schaker in een schaakspel, al kan ik niet echt schaken, heb mij er nooit in verdiept, maar in het leven en met alles wat op je pad komt, is het leven zelf ook net een schaakspel.

Hoe dichterbij, des te belangrijker zijn de “zetten”..

Hij vertelt dat hij een advocaatje met slagroom krijgt, waar hij zelf om gevraagd heeft.

Goed zo, hij hangt zelf een slingertje op in zijn karige bestaan van dit moment, en ik denk dat de instelling hier goed aan doet, want het is toch echt “overleven” wat de bewoners nu doen en wat extra aandacht is dan juist heel belangrijk.

Hij moet dan wel een slab om, zegt hij, want anders is aan de gele vlekken precies te zien wat hij gegeten heeft.

De tijd dat hij moeite had met een slab ligt al lang achter hem, achter mij; het belangrijkste vinden we allebei dat hij schoon oogt.

Dinsdagochtend belt hij mij moedeloos op: hij weet niet wat hij moet doen..

Ja, dat begrijp ik helemaal.

Donderdag hoor ik van de verpleging dat de 1e vaccinatieronde is geweest, maar dat het nog tot zaterdag kan duren voor ze weer open gaan.

Ai, misschien is zondag dan wel de eerste bezoekdag, en wie gaat er dan, zijn zoon, omdat het zijn vaste dag is, of ik als partner.

Voor mijzelf is de keuze snel gemaakt. Voor hem ook.

Tot mijn ontsteltenis floept hij er onmiddellijk uit dat hij zijn zoon dan wil zien.

Waar hij normaal gesproken altijd lang nadenkt, lang moet nadenken over antwoorden, komt dit er wel heel snel uitgerold.

In het kader van de rust bewaren en gesprekken zo oppervlakkig mogelijk houden, verwerk ik deze klap in mijn gezicht dus maar even alleen.

De ene keer beteken ik alles voor hem, een andere keer “niks”..

Omdat ik mij bewust ben van mijn emotionele gevoeligheid, check ik dit gevoel van mij bij een onpartijdig persoon, voor zover iemand onpartijdig kan zijn, natuurlijk, maar ik krijg de bevestiging dat deze reactie inderdaad niet “kan” tegenover een partner.

Dat is wel even fijn, die bevestiging, en dan kan ik het ook wel weer van mij afzetten en rustig afwachten wanneer bezoek weer welkom is.

’s Avonds als hij mij belt, is het “schatje voor en schatje na”, en is er geen “vuiltje” meer aan de lucht..

Vrijdag word ik gebeld dat de instelling de deur weer opendoet.

Oké, dat scheelt weer, dan kan ik die dag op bezoek, zaterdag mag hij de gebruikelijke paar uurtjes naar huis, en de zondag is dan weer voor zijn familie.

Als ik ’s middags op bezoek ga houd ik er rekening mee dat hij gelijk om een sigaret gaat vragen, maar hij wacht daar keurig even mee, en dat is fijn.

Hij bekijkt mij eens goed als ik tegenover hem zit en zegt dan dat mijn ogen (oogleden) gaan hangen..

Tja, ook ik doorsta de tand des tijds niet..

 

 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X