Hoe de wind waait..

Bij de natuurgroep is een nieuwe begeleider gekomen die ik nog ken vanuit mijn oude buurtje, waar ik heb gewoond. Het wereldje is opeens weer klein, maar wel extra gezellig zo.

Woensdagavond belt mijn eega en hij klinkt wat in de war: een “buurman” loopt over de gang, en met hem gebeurt niks, zegt hij. Ik vraag of hij het over zijn lopen heeft, en dat bevestigt hij.

Slik…ik praat er maar wat omheen..

Donderdag bel ik hem zelf. Hij neemt niet op.

Een half uur later belt hij terug. Hij had een lichte aanval gehad, zegt hij.

Aanleiding daarvoor was dat de heren verpleegkundigen aangaven geen moeite te hebben met hem in de stalift, en van pure opluchting ontlokte dat dus die aanval.

Vrijdag lopen we na zijn aankomst thuis door naar het kleine winkelcentrum, waar ik hem een kaart laat uitzoeken alvast voor onze trouwdag, en dan gaan we door naar een vriendin van mij die een puppy heeft.

Puppy is ondertussen gegroeid, maar nog wel klein, en heel enthousiast richting mijn eega die bij aankomst de nodige lebbers over zijn gezicht krijgt, wat hij zich met plezier laat welgevallen.

Hij wil zelf ook een hond, zegt hij later..of ik “moet” er dus eigenlijk aan geloven, maar daar begin ik toch niet meer aan. Ik vind mijn vrijheid fijn, en door de handicap die ik zelf heb kan ik de verzorging niet voor 100 procent alleen, en ik wil mij niet afhankelijk maken van anderen daarvoor.

We kunnen niet lang blijven, want de taxi had mijn eega een uur te laat gebracht, en hij wordt wel op tijd weer opgehaald, bijna altijd aan de vroege kant.

Niet helemaal eerlijk verdeeld, maar niks tegen te beginnen.

Eenmaal thuis “kakt” mijn eega helemaal in van vermoeidheid en hij eet bijna niks.

Zijn ogen draaien zelfs even weg, en daar schrik ik toch weer van.

Gelukkig blijft het daarbij.

Dinsdagochtend vroeg belt hij mij op met de vraag of ik alsjeblieft kwark voor hem mee kan nemen, want dat schijnt hij op de afdeling niet te kunnen krijgen. Wat raar.

Ik vraag nog even of het een paar dagen kan wachten, tot ik mijn wekelijkse boodschappen heb gehaald, maar nee, hij zit erom te springen, dus vooruit dan maar.

De tijd die ik nodig had voor de supermarkt, kom ik ook later bij hem, maar het gaat allemaal net om toch op tijd te zijn voor de natuuractiviteit.

Mijn eega heeft rode plekken op zijn neusbrug en ook zo’n plek boven een van zijn wenkbrauwen, alsof hij zich flink gestoten heeft.

Zelf weet hij van niks en ik pak een spiegel om het hem te laten zien.

De zorg weet ook van niks.

Misschien gestoten tijdens zijn slaap?

Blij vertelt hij “verlost” te zijn van de passieve lift, en dat ze hem vanmorgen met twee “man” hebben geholpen met de stalift, omdat hij de passieve letterlijk vervloekte.

Fijn dat de zorg het op deze manier oplost.

Na de natuuractiviteit begint hij erover dat ik negatief over hem praat in mijn blogs..

Dat heeft hij natuurlijk niet van zichzelf en ik weet ook precies uit welke hoek de wind waait.

Mijn eega weet dat ik blog over ons leven en hij vindt dat goed, al hoeft hij ze zelf niet te lezen.

De blogs staan openbaar, dat weet ik, dus iedereen kan ze lezen en dat mag ook.

Wie schrijft zoals ik, maakt zichzelf kwetsbaar voor de verkeerde “verstaander”; ook daarvan ben ik mij bewust.

Ik tracht altijd open en eerlijk te zijn, zonder iemand, wie dan ook, daadwerkelijk te schofferen, en ik probeer zorgvuldig te schrijven, zonder de vuile was buiten te hangen, en ik vertel ook niet alles, al lijkt het misschien van wel.

Ik heb daar mijn eigen kaders voor en mijn eigen grenzen daarbinnen.

In geval van twijfel raadpleeg ik weleens onze vriend, en oud collega van mijn eega, of ik niet te ver ga, maar ik krijg altijd positieve bevestiging van hem, en trouwens ook van andere bekenden en trouwe lezers, waarvoor bij deze tegelijkertijd mijn uitgesproken dank.

Ik besluit mijn twee laatste blogs aan mijn eega voor te lezen, zodat hij zelf kan beoordelen of ze inderdaad negatief zijn.

En nee, ik heb er niets uit weggelaten.

Ja, ik vond het spannend om te doen, maar wel nodig om te doen.

Daarna zegt hij dat ze inderdaad niet negatief zijn.

Wat hij er wel van vindt, dat moet ik vervolgens “uitvragen”, en dan is de conclusie dat ze confronterend zijn, en realistisch.

Ik ben blij dat hij nog steeds dat goede onderscheidende vermogen heeft.

Voor mij is het schrijven van de blogs sinds jaren al mijn uitlaadklep, en het heeft mij in angstige tijden geholpen en gesteund.

Vrienden heb ik zelf attent gemaakt op mijn blogs, vanuit willen delen wat er speelt in mijn/ons leven.

Niet iedereen krijgt ze vanzelf op zijn tijdlijn via Facebook, ik weet ook niet precies hoe dat werkt, het heeft misschien ook met je eigen instellingen te maken.

En soms worden mensen er door anderen op geattendeerd, en dan gaan ze me “volgen”.

Mag allemaal, maar laat mij schrijven.

Lezen is niet verplicht, dat is eigen keuze.

Gelukkig vindt mijn eega ook niet dat ik ermee moet stoppen.

Wel vindt hij dat hij voortaan “positief” moet zijn..

Als dat uit hemzelf komt, dan vind ik dat een goed streven, maar als het een opgelegd iets is, om een schone schijn op te houden, dan doet hij daar niet goed aan, en dat probeer ik hem uit te leggen, wat hij wel begrijpt.

Ik vermoed dat de wind wat wisselvallig zal blijven….

 

 

 

 

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 1 reactie

  1. Jij bent vérre van negatief, zelfs over zaken waarvan je in mijn ogen het volste recht zou hebben dat te zijn blijf je genuanceerd en feitelijk. En over je ega is de liefdevolle zorg voelbaar.
    Een bloggende vriendin zegt altijd ‘ik ben verantwoordelijk voor wat ik schrijf, niet voor wat u leest’ en ik denk dat dit ook hier opgaat. Vooral blijven schrijven, het helpt – hopelijk – niet alleen jou, maar is ook een steun in de rug voor anderen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top