skip to Main Content
Ho! Stop! Niet Zo Snel! (2) #alzheimer

Ho! Stop! Niet Zo Snel! (2) #alzheimer

In het eerste deel van mijn blog heb ik geschreven dat mijn moeder (met Alzheimer) opeens met spoed werd opgenomen in een verpleeghuis. Dat was echt een donderslag bij heldere hemel. Ik leg hierin uit wat het nog met mij heeft gedaan. Mijn emoties gingen door een rollercoaster met alles wat er nog bij kwam kijken. Mijn moeder begreep dat ze niet meer zelfstandig kon wonen en had er wel gelijk die vrijdag ook vrede mee. De mazzel is dat ze in een kleine plaats woont en ze in 1x in het juiste verzorgingstehuis terecht kwam. Zo hoefde ze maar 1x te verhuizen. Ze woonde alleen en was ook vereenzaamd. Volgens mij genoot ze (en nog) van het feit dat er nu altijd mensen om haar heen waren. Toch gaat het je niet in de koude kleren zitten. We voelden de bui al hangen en bij ons was in 1x keihard gaan stortregenen. Op vrijdag hadden mijn man ik een hotel in de buurt genomen, maar na zaterdag nog wat geholpen te hebben gingen we weer naar huis. Wij wonen namelijk op 2 uur rijden van mijn moeder.

Ik besloot niet op zondag alweer die kant op te gaan, maandag ook niet. Ik moest nog wat dingen regelen en daarbij voelde ik aan mezelf dat ik even rust moest hebben voor het grote opruimen van haar woning begon. Mijn moeder had een huurwoning namelijk en ik was zo om dat meteen dan te willen aanpakken. Mijn broer zei dat juist dat wellicht te snel was, en wat me voor in mijn mond lag heb ik niet gezegd, namelijk dat dit eigenlijk het “eindstation” zou zijn qua wonen. Beide hadden we het er behoorlijk zwaar mee. Op dinsdag ging ik weer naar het huisje van mijn moeder, want daar zou ik slapen. Op het moment dat ik binnenstapte overviel me de stilte en voelde het opeens koud. Hoe kon ik hier gaan slapen? Mijn moeder hoorde daar. Ik zette de waterkoker aan, maakte een kop oploskoffie en stak eerst een sigaret op. Ik belde mijn tante op, of ik wellicht een fiets van haar kon lenen en of ik in de tijd dat ik daar was bij haar mocht eten. Dat kon, en daar was ik enorm blij mee. Ik haalde de fiets, dronk nog een kop koffie bij haar en reed eerst naar mijn moeder. Mijn moeder was blij me weer te zien. Eenmaal daar belde mijn broer, hij kon niet vrij krijgen en zou zijn best doen om in de avonden te komen. Ik wilde echter gewoon in de weekenden thuis zijn, dus ik zou vrijdag naar huis gaan en dan die maandag erop weer komen tot en met donderdag. Dat waren in totaal 8 dagen en dan moest er toch wel heel wat gedaan zijn.

Mijn broer kwam wel die avond. We zaten te praten en hij zei dat ik wel gelijk had, gelijk haar huis maar aanpakken, want ze zou er niet meer terugkomen. Ik knikte. Daarop begon hij over die ene vraag bij de intake, “Wat als reänimeren in beeld komt? Wilden we dat wel of niet voor onze moeder?” Ik had meteen aan mijn broer gezegd om dat niet te doen. Gezien haar Alzheimer en ze na alle waarschijnlijkheid nog een zware klap daarvan zou krijgen, zou het er voor haar niet beter op worden. Natuurlijk willen we onze moeder niet missen, maar om haar in leven te willen houden en zij zou een “kasplantje” worden, dat wilden we immers ook niet. Weer gaf mijn broer me gelijk, dat was zo. Ik bleef nuchter, maar alleen aan de buitenkant. In mij schreeuwde een stem, “NEE! Dat kun je toch niet maken? Stel als zij nog wel gelukkig is dan? Jij kan dat toch niet beslissen?! Wil je van haar af ofzo?” Inderdaad, een schuldgevoel overviel me. De volgende dag bij mijn moeder sprak ik iemand van de verpleging en vertelde ik dat ik nog even wilde wachten met het antwoord op die vraag. Dat was prima.

Het opruimen was pittig, of beter gezegd, afschuwelijk te noemen. Mijn moeder was altijd heel schoon en netjes geweest. Voor iemand die zo in haar huis was gestapt, die zou gedacht hebben dat we vlot klaar waren. Dat was niet het geval. Mijn moeder bewaarde alles en kocht geregeld nieuw. Zo kwamen we 19 nieuwe tandenborstels tegen. Ze verzamelde veel. In laadjes of kastjes stonden doosjes en in die doosjes zat vaak nog een doosje. Daar zaten kleine prullen in. Ik was begonnen achter het rommelluik. Daar alleen had ik al een dag voor nodig. Wat was ik blij dat mijn schoonzus tussendoor even binnenkwam. Ik moet haar hopeloos hebben aangekeken toen ik zei dat ik er een hard hoofd in had en ik gewoon maar begonnen was en me dat al tegenviel. Mijn schoonzus was de volgende vrij en zou dan komen helpen. We spraken af dat ik de volgende ochtend qua administratie alles zou opzeggen. Mijn broer kwam ’s avonds weer en we namen door wie wat wilde hebben, wat voor Marktplaats en hoeveel we daarvoor gingen vragen en wat op de weggeefhoek op facebook zou komen. Ik maakte foto’s, plaatste het op Marktplaats, maar we plaatsten het ook beide op ons facebook. Het voelde gek en het voelde raar. Alles kwam door onze handen en voor mij voelde het, behalve dat ik mijn jeugd voor een groot deel afsloot, ook als dat ik diezelfde jeugd weggooide.

De volgende morgen begon ik, zoals afgesproken, de woningbouw te bellen, gas/water/licht af te zeggen en abonnementen af te zeggen. Met een abonnement bleek ik meer moeite te hebben dan ik had verwacht. Namelijk die van de telefoon. Sinds jaren belde ik mijn moeder dagelijks. Dat doe ik nog, maar nu krijg ik altijd eerst een begeleider aan de lijn. Vroeger belde ik mijn moeder als ik bijvoorbeeld iets moest doen waar ik tegenop zag en dan niet wilde gaan. Dan stelde ze me gerust met altijd dezelfde woorden, “Meestal, als je er tegenop kijkt wordt het juist heel leuk!” En in 99% van de gevallen was dat dan ook zo. Of ik belde om te vragen hoe ik een bepaalde vlek uit mijn kleding kreeg. En welke ook belangrijk was, ik belde om te vragen hoe je een goede erwtensoep kon maken. Ja ik kan koken, maar mijn erwtensoep mislukt meestal. Je moet de lepel er rechtop in kunnen zetten en dan moet die blijven staan, maar bij mij blijft die lepel wel staan, alleen dan krijg je ‘m de eerste 3 dagen ook niet uit. Heel even moest ik zelf lachen om het laatste, maar opeens realiseerde ik me dat dat soort telefoontjes al veel langer niet waren geweest. Zag ik ergens tegenop dan herinnerde ik haar aan haar uitspraak, ze wist ook niet meer hoe je een moeilijke vlek uit je kleding kreeg en ze kookte allang niet meer voor zichzelf, want ze wist niet meer hoe dat moest. Daar zat ik dan, alleen in het huis van mijn moeder, te huilen als een klein kind. En ze was er niet om me te troosten. Op dat moment realiseerde ik me echter wel dat ik blij mocht zijn dat we nu haar huis leeghaalden. Ze was er immers nog!

De moeilijke momenten kwamen echt wel binnen. Zoals een beeldje vinden die vroeger bij ons in huis had gestaan. Dat beelde had ik altijd afschuwelijk gevonden en nu keek ik er anders naar. Nee, het beeldje nam ik niet mee. Realistisch gezien wist ik namelijk wel dat ik het thuis in een doos zou stoppen en er niet weer naar omkeek. Over een maand of drie zou ik het waarschijnlijk vergeten zijn dat het daar was.

In de tweede week op de woensdag was alles nagenoeg klaar. ’s Avonds zouden mijn broer en ik de boeken nog allemaal pakken en naar de buurman brengen die ze wel wilde hebben voor de rommelmarkt. Ik zat aan de koffie en een sigaret toen ik een appje kreeg van mijn schoonzus. Het was foto van mijn neefje met mijn moeder tijdens het Sinterklaasfeest daar. Ik zag mijn neefje vrolijk naar oma kijken en zag de brede lach van mijn moeder, ze genoot! Tja, daar zat ik in haar bijna lege huis. Ik vond het zo fijn om te zien hoe ze genoot, maar die foto kwam zo binnen bij me. Ik was nog alleen en liet mijn tranen gaan.

Zaterdag zijn mijn man en ik nog samen naar het huis van mijn moeder geweest. Mijn broer was met een vriend van hem.  Dat wat niet weg ging, ging op een grote kar en zou naar de stort. Wij laadden ook de spullen in die ik zou meenemen in onze auto. Het moment waar ik zo tegenop had gezien was daar, maar het viel me mee. Ik trok voor de laatste keer de deur achter me dicht van mijn moeders woning. Daarna reden we nog even naar mijn moeder. De dagen dat ik daar was geweest was ik overigens iedere dag bij haar en heb ik zelfs eens meegegeten.

In de weken erop kwam de moeheid. Niet lichamelijk, maar geestelijk. Ik had nog heel wat tranen ingehouden en het moest er nog uit. Dan zat ik ook nog met de vraag, “Wat als reänimeren in beeld komt? Wilden we dat wel of niet voor onze moeder?” Ik deed mijn verhaal in de dementie contactgroep op facebook. Hier kreeg ik goede raad en ik vond er steun. Eigenlijk was het meest gelezen antwoord om geen reänimatie te willen. Mijn gevoel werd beter, maar toch besloot ik nog contact te zoeken met de huisarts en besprak ik mijn twijfels en ook dat schuldgevoel. De huisarts vertelde me dat de kans erg groot zou zijn dat ze er een flinke klap van zou hebben en er zeker niet beter uit zou komen. Ook mijn schuldgevoel besprak hij, het was logisch, maar niet nodig. Ik wilde immers het beste voor mijn moeder en deze beslissing was zeer menselijk te noemen. Later zat ik eens bij mijn moeder en ik vroeg haar, ‘Wat als er iets gebeurt en je moet gereänimeerd worden? De kans is heel groot dat je dan in 1x heel veel minder kunt. Wil jij het dan wel of niet?’ Ze keek me aan, ‘Nee, dan wil ik niet meer.’ Daar moeten we het mee doen, zij heeft beslist.

Dyezzie Engel

Mijn naam is Franka, maar ik blog onder de naam Dyezzie. Sinds 2014 blog ik over persoonlijke zaken op www.dyezzie.nl. Sinds 2013 weten we dat mijn moeder Alzheimer heeft. Pas sinds eind 2015 blog ik ook hierover met haar goedkeuring. Hierin schrijf ik wat er allemaal gebeurt met haar, maar ook hoe het voor mij is.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
Teken de petitieOverheid, praat MET mantelzorgers en NIET OVER mantelzorgers
Tekenen
X