skip to Main Content
Het Loopt Niet Gesmeerd

Het loopt niet gesmeerd

Eega belt mij op en meldt de kortste “fysioles” ooit, namelijk: geen..
Het constante hierin wil nog niet echt op stoom komen, helaas, en navraag bij verpleging hierover levert ook niks op, behalve dan dat ze ermee bezig zijn.
Ik benadruk nog eens dat de fysio 4 maanden stil heeft gestaan, dat “dit” mensen zijn die de fysio juist zo hard nodig hebben, dat de tijd doortikt qua herstelmogelijkheden.
De grote hersenbloeding is nu ruim een jaar geleden, en enig verder herstel wordt steeds moeilijker naarmate de tijd verstrijkt.
Zwemmen is er ook nog steeds niet bij.
“Ja”, krijg is als reactie terug, “er kloppen meer dingen niet, we zitten er achteraan”.
Gelukkig doet hij nu wel mee met boccia (soort jeu de boules voor rolstoelers) en daar heeft hij ook lol in.
De volgende middag is er een ander balspel waarbij ze een bal vooruit moeten schuiven, soort “ping pong” noemt eega dat, maar van dat spel krijgt hij de kriebels, zegt hij, dus dat doet hij niet meer.
Nou, oké, hij heeft het in ieder geval, op mijn aanmoediging, wel een kans gegeven.
Eerst zag hij het sowieso niet zitten, “want, zei hij, ik kan toch niet pingpongen, ik zit in een (rol)stoel!”; waarop ik hem geruststelde met te zeggen dat de anderen ook in een rolstoel zitten en dat het spel daarop is aangepast, net zoals bij boccia.
Daar moest ik hem dus even “doorheen duwen”, anders zegt hij er bij voorbaat al “nee” tegen vanuit angst en onzekerheid.

Dan staat er een dagje thuis gepland voor hem.
In de beginperiode wilde hij het zelf niet wegens té confronterend, nu kijkt hij ernaar uit.

Ik had gevraagd wat hij wilde eten, en in de ochtend tref ik alvast wat voorbereidingen, zoals het snijden van een paprika, en terwijl ik daarmee bezig ben realiseer ik mij dat eega dat altijd deed toen hij nog thuis woonde, net zoals in de ochtend een kiwi voor mij in plakjes snijden, de krant en de post ophalen, afval in de vuilcontainer doen..

Wat hij nog kon doen, dat wilde hij ook persé doen; hij wilde zich nuttig maken, zijn steentje bijdragen, hoe klein ook.

Een weemoedig gevoel overvalt mij even, maar we moeten door.

Het is een prachtige (strand) dag, vakantietijd, en hele hordes mensen trekken naar de kust.

Als ik op de fiets richting de zorginstelling rijd, gaat mijn telefoon: Regiorijder die vervoer van eega afbelt.

Ik schrik en zeg: “Dat meent u toch niet? Mijn man komt voor het eerst sinds maanden weer eens een dagje thuis vanuit een zorginstelling, heeft zich daarop verheugd, en dan zegt u dat gewoon af? Dat kan toch niet?”

“Ja, mevrouw, het spijt mij, maar de taxi komt er niet doorheen”, zegt mevrouw van Regiorijder aan de telefoon.

Ik zie ondertussen langs dezelfde weg verkeer langzaam rijden en meld dit.

Ze heeft met ons te doen en gaat overleggen.

Even later word ik teruggebeld, dat de taxi komt, maar dat ze geen tijd kunnen zeggen.

“Oké”, zeg ik, “beter laat dan nooit”.

Drie uur na de afgesproken tijd is de taxi er eindelijk.

Eenmaal thuis schuift onze oude bovenbuurvrouw ook even aan voor de gezelligheid.

Dan eten klaarmaken, één van zijn lievelingsgerechtjes, lekker opgegeten, kopje koffie gedronken en zo is het al gauw weer tijd voor de taxi terug, die ik gelukkig wel voor een later tijdstip kon reserveren, zodat we nog even rustig tijd hebben voor het eten.

De terugweg verloopt op tijd en soepeltjes.

Voor een volgende keer thuis maar geen tropische dag uitzoeken. 

 

 

Mayke de Vries

Mayke de Vries

Mayke de Vries is na een carrière in de zorgsector nu vooral mantelzorger voor haar partner, die helaas na een grote hersenbloeding in oktober 2019 in een zorginstelling kwam te wonen. Zij schrijft op Mantelzorgelijk over de veranderingen in hun leven.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back To Top
X