Het is nooit te laat

Ik heb ooit eens geprobeerd een lijst te maken van de dingen waarop we reageren vanaf de dag dat we geboren worden. Een van de eerste manieren waarop we een band opbouwen met een ouderlijk figuur is door onze gevoelens kenbaar te maken via tranen of lachen. Vader en moeder moeten dan goed luisteren naar hoe wij ons verstaanbaar maken, zodat zij dienovereenkomstig kunnen reageren. Een liefhebbende ouder is meestal in staat om elke nuance in de geluiden en de houding van zijn of haar kind te interpreteren.

Later, als we leren om ons met woorden uit te drukken, hebben we een diepe behoefte om elke nieuwe ervaring te delen met iemand die om ons geeft. Dat kan een ouder zijn, een leraar, een grootouder, een vriend of al die mensen. De aandacht van een persoon voor onze vreugde, ons verdriet en onze eindeloze vragen zijn een vitaal deel van onze groei – vooral zolang elke kleine gebeurtenis in ons leven voor ons nog het spannendste is dat er is.

Als we in de puberteit komen, wordt het verwarrend als er niemand is aan wie we onze zorgen over emotionele en fysieke veranderingen kunnen voorleggen. Hoeveel tieners zijn er niet die zeggen dat het enige dat ze echt missen een ouder of mentor is om tijd mee door te brengen – iemand die de tijd neemt om te luisteren.

Eenzaamheid en angst ontstaan al vroeg in ons leven als we het gevoel hebben dat we niemand hebben om mee te praten. En in de eenentwintigste eeuw, als beide ouders vaak een fulltime carrière hebben, wordt het voor een vader en moeder steeds moeilijker om de tijd te vinden om te luisteren naar wat er in het leven van hun kinderen gebeurt. Emotionele problemen worden vaak op de lange baan geschoven en worden als ‘normaal’ voor die leeftijd beschouwd.

In de tijd van mijn grootouders, voordat de wereld gevuld was met technologie en sociale media, leefden gezinnen in een huis waar gewoonlijk de kinderen werden geboren en waar altijd een plaats was voor de oudere generatie om hun leven te slijten. De cyclus van geboorte en dood was geen mysterie voor jonge mensen die actief deelnamen aan alle aspecten van het gezinsleven.

Nu wordt het verouderingsproces van een geliefde grootouder vaak op een afstand gehouden, terwijl een legertje vreemden voor hen zorgt in wat nu ‘begeleid wonen’ wordt genoemd. In deze instellingen wordt alle verantwoordelijkheid van de schouders van de familie genomen, en wordt het noodzakelijke niveau van zorg in de loop van de tijd, afhankelijk van de manier waarop de persoon ouder en/of zieker wordt, bijgesteld.

Deze situatie stelt de volgende generatie in staat de laatste levensfasen die de oudere doormaakt te negeren en maakt dat de jongeren de wijsheid, de liefde of de verbondenheid met degenen die verantwoordelijk zijn voor wat hen wordt nagelaten, niet ervaren. We staan onszelf toe om onze kop in het zand te steken en te doen alsof de onpersoonlijke zorg en voeding van degenen die ons hebben opgevoed, een adequate vervanging is voor onze zorg en liefde.

De tragedie van het in de steek laten van degenen die ons hebben verzorgd, opgevoed en gekoesterd, en die onze liefde zo nodig hebben aan het eind van hun leven, werd voor mij overduidelijk toen ik naar een bejaardenhuis in New York City ging, waar Lucy woonde, de verpleegster die voor mijn broer en mij had gezorgd toen we net geboren waren.

Toen ik aankwam kreeg ik te horen dat Lucy een doktersafspraak had, dus ik wachtte daar in een soort comfortabele zitkamer tot ze thuiskwam. Toen ik ging zitten zag ik een oudere dame in een rolstoel. Ze was aan het telefoneren, klaarblijkelijk met haar zoon. Ze smeekte hem om haar te komen bezoeken. Ik kon horen dat ze probeerde het zo diplomatiek mogelijk te brengen, zodat hij niet geïrriteerd zou raken. Aan het eind van hun gesprek viel ik bijna van mijn stoel toen ik haar op de meest vriendelijke manier hoorde zeggen: “Maar schat, je woont maar twee straten hier vandaan.”

Ik ben erachter gekomen dat zelfs als mensen gedwongen zijn hun hele leven in een staat van eenzame wanhoop door te brengen, aan het eind de deur naar hun emoties nog steeds op een kier staat, klaar om geopend te worden. Hoewel het slechts dagen of zelfs uren voor de dood kan zijn dat zij dat liefdevolle oor vinden, kan de oorverdovende stilte van een leven in die laatste ogenblikken voor altijd worden uitgewist. Het is nooit te laat om de verbinding tot stand te brengen, vooral wanneer het een verbinding is die uit liefde geboren is.

Door T. Cointreau, schrijver van “A gift of love: lessons learned from my work and friendship with Mother Teresa”

is vertaalster, musicus en werkt als taalcoach voor Rosetta Stone. Ze woont en werkt in Florida, in de Verenigde Staten.

Dit bericht heeft 0 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back To Top